In 1983 werd op het autosalon van Frankfurt een concept car voorgesteld die veel aandacht trok. De Opel Junior, getekend door de onbekende Japanner Hideo Kodama, liet vele interessante vondsten zien. Opmerkelijk was bijvoorbeeld de omvormbaarheid van het interieur : de opbergvakken in de portieren konden worden losgemaakt en als tassen meegedragen, en op het instrumentenbord konden verschillende opties worden vastgehaakt en weer afgenomen. Kodama dacht aan een portabele klok, een draagbare radio, zelfs aan een haardroger of een paar extra luidsprekers. De Junior kreeg in 19...

In 1983 werd op het autosalon van Frankfurt een concept car voorgesteld die veel aandacht trok. De Opel Junior, getekend door de onbekende Japanner Hideo Kodama, liet vele interessante vondsten zien. Opmerkelijk was bijvoorbeeld de omvormbaarheid van het interieur : de opbergvakken in de portieren konden worden losgemaakt en als tassen meegedragen, en op het instrumentenbord konden verschillende opties worden vastgehaakt en weer afgenomen. Kodama dacht aan een portabele klok, een draagbare radio, zelfs aan een haardroger of een paar extra luidsprekers. De Junior kreeg in 1984 de prestigieuze Car Design Award, maar zoals wel meer gebeurt, werd de auto niet geproduceerd. Verrassender was dat zelfs de deeloplossingen nooit hun weg naar de productie vonden. De enige verklaring ligt bij de Europese terughoudendheid, die in de jaren tachtig wel vaker voorkwam en meer dan een decennium lang zou duren. Terwijl de Japanse fabrikanten het aandurfden om allerlei fraais en ongewoons op de markt te brengen, bleven de Europeanen ter plaatse trappelen. Aan inspiratie ontbrak het hen niet, wel aan moed en aan centen. Terwijl de hele Britse autoindustrie ten gronde ging, bouwden Nissan, Toyota en Honda productiecentra in het Verenigd Koninkrijk. En tot overmaat van ramp viel het fiere Rover vorig jaar in de schoot van BMW. De enige Europeaan die zich wel doorzette, was de Volkswagen Golf, die intussen aan zijn derde generatie toe is. Sinds kort lijkt ook Opel het geloof in eigen kunnen te hebben teruggevonden. Op het salon van Detroit werd bekendgemaakt dat een aangepaste maar in Duitsland gebouwde Opel Omega in de Verenigde Staten als Cadillac Catera zal worden verkocht. Een opmerkelijk feit omdat Cadillac de meest prestigieuze divisie is van General Motors, dat Opel in 1929 als dochter adopteerde. De in 1993 gelanceerde Corsa, een zeer late dochter van de Junior, is op zijn beurt aan een opmars begonnen die vriend en vijand blijft verbazen. De wagen kwam niet alleen sneller uit de startblokken dan de eigenzinniger Renault Twingo (enigszins gehandicapt door zijn één-versie-filosofie), hij bleek ook op zijn elan door te gaan. Van de Corsa, alweer een Kodama-design, werden het afgelopen jaar in Europa een fraaie 459.578 stuks verkocht. In eigen land (inclusief het groothertogdom Luxemburg) boden zich 10.142 kopers aan. Zelfs in Japan kreeg de kleinste Opel (onder de naam Vita) inmiddels een voet aan de grond, evenals in Australië en Nieuw-Zeeland, waar hij als Holden Barina bekendstaat. Nog opmerkelijker is de doorbraak in Zuid-Amerika, waar vooral de Braziliaanse GM-vestiging steeds meer van zich laat horen. Het bedrijf werd al in 1925 opgestart, maar beperkte zich lang tot de bouw van lichte bedrijfsvoertuigen en vrachtwagens. Pas in 1968 werd de eerste personenwagen, de Opala, een afgeleide van de Rekord, er geassembleerd en niet zonder sukses. De Opala bleef 24 jaar lang onafgebroken van de band rollen. Toen de Braziliaanse regering in 1965 een import-stop voor auto's afkondigde, kreeg het bedrijf vleugels en greep het die kans om zich te bewijzen op de personenwagenmarkt. Corsa roadster : geen groen licht voor de productie.