Er lopen twee mannen over straat en even denk ik dat zij aanhangers zijn van het Nieuwe Geloof. Ze zien er keurig uit, zoals je mannen nog maar zelden over straat ziet lopen. De ene is zwart en jong en levenskrachtig. Ik heb wel zin om met hem een gesprek aan te knopen over God, de enige ware. Stel je voor dat hij mij voorgoed kan verlossen van de twijfel aan wat ik hier doe en wat er komt na de dood.
...

Er lopen twee mannen over straat en even denk ik dat zij aanhangers zijn van het Nieuwe Geloof. Ze zien er keurig uit, zoals je mannen nog maar zelden over straat ziet lopen. De ene is zwart en jong en levenskrachtig. Ik heb wel zin om met hem een gesprek aan te knopen over God, de enige ware. Stel je voor dat hij mij voorgoed kan verlossen van de twijfel aan wat ik hier doe en wat er komt na de dood. Te veel verwacht, helaas. De mannen blijken geen verkondigers van een blijde boodschap maar ook slechts simpele duivels, die mij willen bekeren tot een andere gsm-operator. Het gesprek ontspoort in gezwam over dekking en beltijd. De blanke verkoper, een straatversie van Sean Penn, blijft aandringen en met priemende ogen naar mij kijken, alsof hij zich afvraagt of ik misschien onder toediening van elektriese schokken moet worden gedwongen van netwerk te veranderen, in mijn eigen belang. Ik probeer zonder kleerscheuren weg te glippen. Ik zeg hem dat ik er eens over zal nadenken maar dat ik nu weg moet, dringend, omdat ik heb afgesproken met het Niet Zeer Gelukkige Meisje. Hij kijkt me aan alsof ik een vreemd knolgewas ben, waarvan hij wil weten of je de wortel ook mag opeten. Het Niet Zeer Gelukkige Meisje bestaat niet natuurlijk, dat had u begrepen. Zoals alle meisjes over wie ik wel eens schrijf, is zij verzonnen, en zelfs dat is fantasie. Ze ziet er nochtans tastbaar uit, met haar knieën om voor in aanbidding te liggen en haar glimlach, die je weemoed doet voelen naar dingen die je nog nooit had gemist. Ze heeft alles om gelukkig te zijn maar is het helaas te zelden, en dan nog maar ten dele. Het meisje vraagt zich af wat ze moet doen met haar leven, wat ik een typische kwestie vind voor jonge mensen, vermits je er later vanzelf achterkomt dat het leven voornamelijk dingen doet met jou, niet omgekeerd, hoewel je natuurlijk een beetje kan sturen, zoals de chauffeur van een voertuig met kale banden in de gietende regen. Mocht het leven een auto zijn, niemand zou hem kopen. Te weinig baanvast. Dat soort dingen wil het meisje niet horen. Zij droomt van de catwalk in New York, van een boek dat zij zal schrijven en dat wereldwijd mensen met verstomming zal slaan. Misschien droomt zij zelfs nog van de Prins op het Witte Paard, een concept dat eenieder boven de dertig de wenkbrauwen doet fronsen. Soms vertelt ze rare verhalen, over duivenmelken bijvoorbeeld. Hoe ze zich dat als kind levendig voorstelde, met kleine tepeltjes en zo. Het Niet Zeer Gelukkige Meisje is nogal misantroop. Op zaterdag heeft zij zich de gewoonte eigen gemaakt niet meer buiten te komen. "Als je al die gretige koppen in de winkelstraten ziet," zegt ze, "dat volk in de Makro : dan verlies je toch op slag je geloof in de democratie ?" Zij droomt stiekem van een dictatuur der wijzen, wat ik nog zo dwaas niet vind. Het Meisje heeft diepe en rijke gedachten. Zij voelt meer dan goed voor haar is. Het Meisje is een prinses op een vuilnisbelt, die zich bezighoudt met mooie dingen en fotografie. Ik voel mij platvloers in haar nabijheid, zeker als zij woorden citeert van Sylvia Plath. Zij is elitair en oneigentijds, op een manier die zo charmant is dat je erom zou smeken. "Weet je hoeveel mensen er in Canada per vierkante kilometer leven ?" vraagt ze mij. "Drie. In België 349." Ze rolt met haar ogen als kogels. "Mon Dieu", zegt ze bijbels. "Ik wil niet in een land wonen waar twee keer 349 vette handjes graaien per vierkante kilometer." Ik kan haar geen ongelijk geven, en toch is er iets dat mij stoort in haar eeuwige hang naar het betere. Juffrouw Modrikamen, ben ik geneigd haar te noemen, met de klemtoon op men, omdat ik vind dat die naam beter bij haar past dan bij zakenadvocaten. Het meisje is van een soort waarvan er niet veel worden gemaakt, met zorg ineengeschroefd in de Mooiemeisjesfabriek, op een avond dat er niet veel werk was en men er zijn tijd voor kon nemen, puttend uit de bak met speciale onderdelen die voor andere meisjes ongeschikt werden geacht. Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders