Buiten heerst het winterlicht en een zuiverende kou. Er ligt rijp op de velden, een woord dat ik meer met beurse vruchten vereenzelvig dan met bevroren dauw.

"Cannabisplantage ontdekt aan Galgestraat in Oudenaarde", staat in de krant. Op de foto is een politieman verwikkeld in een strijd met achthonderd hennepplanten. Het bericht interesseert mij bijzonder. In de Galgestraat woonde immers Marcel T'Hooft, vader van Jotie, de bekende junkdichter die in 1977 stierf door een overdosis cocaïne. Hij werd amper 21.

De vader leerde ik kennen in 1994 of daaromtrent. Een indrukwekkende vent van halfweg de zestig, type Gandalf uit Lord of the Rings. Ik werd kind aan huis in de Galgestraat, in die verzonken jaren toen ik alles over het leven van de dode poëet wilde weten. Marcel ontving ons gastvrij. Hij kookte met de behendigheid van de man die noodgedwongen voor zichzelf heeft leren te zorgen. Port vooraf, bordeaux aan tafel, abdijbier in de namiddag en 's avonds whisky. Gebrek aan geestrijk vocht was er nooit.

In de loop der jaren was Marcel platgeïnterviewd over zijn mythische zoon. Telkens weer vertelde hij dezelfde verhalen, met dramatische stiltes waarin je achteraf op de bandjes de klok op de schoorsteenmantel hoorde tikken. Tegen de muur van de woonkamer hing een duistere foto waarop Jotie op Oscar Wilde leek maar ook een beetje op Nico, de zangeres van The Velvet Underground die na een heftig leven stierf door een val van haar fiets op het eiland Ibiza.

"Was hij maar loodgieter geworden", verzuchtte Marcel op een keer. "Dan had hij misschien kinderen gekregen en was hij gelukkig geworden, op zijn manier."

Kinderen waren er niet, wel gedichten vol doodshoofden en eenhoorns die door de wouden dwaalden. Ik vond dat Marcel daar respect voor moest hebben en niet zulke malle dingen moest zeggen. Nu pas kan ik mij voorstellen hoe gespleten het voor hem moet zijn geweest : gevangen te zitten tussen een rebelse zoon die zichzelf het graf in heeft gespoten en een stoet jonge mensen die hun bewondering daarvoor komen uiten. Die legendarische Jotie, dat was voor hem de kleine jongen die op een ochtend aan zijn bed stond omdat de kat jongskes had gekregen.

Marcel kreeg een hartinfarct, en overbruggingen. Hij stierf in 1999 en mocht van het stadsbestuur niet bij zijn zoon worden begraven. Hij rust op een kaal kerkhof aan een industrieterrein waar onder meer gereputeerde reiskoffers worden vervaardigd. Joties laatste rustplaats, op de dodenakker aan de Dijkstraat, dreigt zelfs helemaal te verdwijnen. Die Toten reiten schnell. Binnenkort vervalt de concessie. Er loopt een petitie om het graf te bewaren.

De belangrijkste getuigen die ik voor mijn boek over Jotie geïnterviewd heb, zijn inmiddels gestorven. Van zijn spuitbroeder Chapo tot de mysterieuze Christian R., die de reutelende dichter bij de poort van het ziekenhuis achterliet als een hond. Zelf kan ik mij niet goed meer voorstellen waarom ik mij, tussen mijn twintigste en mijn dertigste, zo aangetrokken voelde tot die onheilsprofeet. De verschrijvingen van zijn naam ergeren mij niet meer als vroeger. In het diepst van mijn gedachten durf ik hem al eens oneerbiedig Joe Tiethoofd te noemen, iets wat hij in zijn geschriften trouwens zelf deed. Respect voel ik nu vooral voor Marcel, die naar Pachelbel luisterde en Hermann Hesse bleef lezen, in een poging zijn zoon alsnog te doorgronden.

Op de kast ligt de pet waarop Jotie tankinsignes heeft genaaid uit de legertijd van zijn vader. Er staan met groene balpen kreten op het hoofddeksel geschreven. "Fuck capitalism", kan ik nog ternauwernood ontraadselen. De rest van de letters is door de jaren uitgegomd. Marcel gebruikte de pet om zijn haar te beschermen bij het schilderen van het plafond. Nog zoiets wat ik godslasterlijk vond.

Soms krijg ik mails van mensen die op zoek zijn naar verzen van de dode dichter, of die zijn schoenmaat willen weten. Die verstrek ik dan, toeschietelijk als ik ben. Lees liever iets over de eekhoorn en de mier, denk ik als ik op de sendknop klik. Ga toch buiten schaatsen, in de vrieslucht en de zon. Om het leven uit te laten, heeft de dood zo al deuren genoeg.

www.annemiehavermans.be/projecten.html

Jean-Paul Mulders