Ik zit naar de zonsverduistering te turen, door het grijze dek van wolken kan ik ze niet zien, maar toch blijf ik kijken want geen poging doen om de verduisterde zon waar te nemen, lijkt mij op een ernstige vorm van afstomping te wijzen. De feesten zijn nog maar voorbij, copieuze maaltijden hangen nog halvelings in maag-darmkanalen en buiten zijn de solden al losgebroken, de nieuwe drijfjacht op het koopvee dat wij zijn. De euforie van het buitenkansje is mij natuurlijk bekend, maar tegelijk hoor ik te sterk het tikken van vernuftig raderwerk dat de consument alweer voert naar de volgende compulsieve koopdag. Ik heb niets nodig, probeer ik mijzelf te overtuigen. Ik heb nog schone sokken zat en wat ik verder echt verlang, ligt niet voorzien van rode bollen in de winkelrekken opgetast.
...