Als er één moment was waarop het begrip 'statussymbool' ondersteboven werd gezet, was het bij de creatie van het befaamde witte Maison Martin Margiela-etiket. Dat gebeurde op een avond in 1988, in een kleine bar in het Italiaanse Mantova, in een periode dat powerdressing hoogtij vierde.
...

Als er één moment was waarop het begrip 'statussymbool' ondersteboven werd gezet, was het bij de creatie van het befaamde witte Maison Martin Margiela-etiket. Dat gebeurde op een avond in 1988, in een kleine bar in het Italiaanse Mantova, in een periode dat powerdressing hoogtij vierde. Voor Martin Margiela en Jenny Meirens, zijn creatieve en zakelijke partner, stond zo'n naamloos visitekaartje voor hun geloof in de intrinsieke kwaliteit van design. Tegelijk was het een beetje een kwajongensstreek. "Ik vond dat we niet voor de dag konden komen met iets waar gewoon 'Martin Margiela' op stond", zegt Meirens, van wie het idee kwam. Als mensen een winkel binnenstappen en prachtkleren zien waar geen naam op staat, dan worden ze nieuwsgierig, was haar redenering. Margiela aarzelde, maar stemde toe, op één voorwaarde : er moesten vier witte steken op het kledingstuk komen, alleen zichtbaar aan de buitenkant. "Onze advocaat kon het niet geloven toen we dat op papier wilden vastleggen, want een lege plek kun je natuurlijk niet wettelijk beschermen", vertelt Meirens. "Dus logen we een beetje en zeiden dat we de naam Martin Margiela op de andere kant zouden printen. Maar dat deden we dus niet." Dat simpele idee bezegelde een van de invloedrijkste partnerschappen in de modegeschiedenis. Margiela's visie op glamour was zo eigenzinnig dat ze bijna anarchistisch klonk. Een T-shirt tot op de grond, bedrukt met trompe-l'oeilpailletten, een vrouwenjasje in de Italiaanse mannenmaat 60, een jasje dat gebaseerd was op een paspop, van met letters en cijfers bedrukt linnen, allemaal gedragen met laarsjes met een gespleten neus, de befaamde hoefschoen. Margiela's vakmanschap deed tijdgenoten knarsetanden van jaloezie. Zestien jaar lang, de tijd dat hun samenwerking duurde, bleven Meirens en Margiela bijna net zo anoniem als hun label, ondanks de bijval die ze oogstten. In 2008 schreef The New York Times Style Magazine : "Zelfs na twintig jaar in het vak is Margiela nog altijd de meest onvatbare figuur in de mode ; dat verklaart misschien waarom ontwerpers zo vrijmoedig door zijn archieven bladeren, op zoek naar inspiratie." Bij het artikel stonden vijf catwalkbeelden van Marc Jacobs, A.F. Vandevorst, Junya Watanabe, Hermès en Prada, met daarboven de originele modellen van Margiela. De modewereld heeft altijd uitgebreid leentjebuur gespeeld bij Margiela. Het is nu zeven jaar geleden dat hij zich terugtrok uit de mode, en meer dan tien jaar geleden sinds Meirens andere horizonten ging verkennen. In 2002 verkochten ze hun meerderheidsaandeel aan Renzo Rosso, de oprichter van Only the Brave. Maar hun invloed op de mode-industrie lijkt krachtiger dan ooit. Dat geldt niet alleen op het gebied van kledingdesign, maar ook voor marketing, modefotografie en styling. Raf Simons bracht een openlijk eerbetoon aan Martin Margiela. Vetements en Balenciaga zijn duidelijk beïnvloed door zijn esthetiek. Opkomende designers als Vejas, Marques Almeida en Jacquemus hebben allemaal zijn cataloog grondig bekeken. Net als Kanye West. De markt van de luxegoederen is oververzadigd, en daarom gaat de mode nu in de richting van low profile en simpele authenticiteit, geworteld in een anti-establishmentfilosofie waarvan Margiela en Meirens indertijd de pioniers waren. Meirens is nu 72, tenger, blond, heeft felblauwe ogen en gaat gekleed in een losvallende, enkellange, zwarte zijden jurk. Het is vintage Martin Margiela, en later zal ze vertellen dat ze nooit iets anders draagt. Haar huis staat geïsoleerd op een heuvel in het Pajottenland. Het werd gebouwd onder toezicht van Meirens, en de voorgevel is bekleed met glas en brede planken niet-gevernist hout. Het uitzicht is adembenemend. Het interieur is koel, duister en minimalistisch ingericht. Margiela was de ontwerper, Meirens was zijn compagnon en luitenant, de vrouw die ervoor zorgde dat hij alles had wat hij nodig had om het label op te zetten, te onderhouden en uit te breiden. "We waren zowel financieel als creatief onafhankelijk", zegt Meirens. "We hadden nooit geld, maar we hadden nooit schulden. We hadden altijd net genoeg om te blijven doorgaan. Ons doel was altijd : vrij kunnen zijn." Uit de samenwerking kwam een uniek universum voort. In plaats van te streven naar bekendheid en één creatieve visie, was het huis gebaseerd op teamwork. Bij de modeshows die tweemaal per jaar werden gehouden, werd er afgestapt van de hiërarchische plaatsindeling : inkopers en pers mochten gaan zitten waar ze wilden en wie het eerst kwam, had de beste plek. Als er tenminste stoelen waren. Margiela presenteerde zijn shows op de meest buitenissige locaties, van een vervallen schoolspeelplaats in een Parijse buitenwijk tot het kerkhof van Montmartre. Voor het voorjaar van 1993 waren er twee shows aan weerskanten van het kerkhof, eentje met alles in het wit, de andere volledig in het zwart, met uitnodigingen in dezelfde kleuren. Voor de herfst van 1997 werd de collectie voorgesteld op drie locaties in de Franse hoofdstad, waarbij de modellen, met pruiken gemaakt van oude bontjassen, van de ene plaats naar de andere werden gebracht in een bus, en begeleid door een sinister blazerskorps. De castings voor de shows waren al even onconventioneel. De modellen werden op straat gekozen, of uit een vriendenkring die volledig buiten het modecircuit lag. Tegenwoordig is dat vrij gewoon, maar in die tijd was het revolutionair. "Natuurlijk is het makkelijker om de kleren op beroepsmodellen te passen", zegt Meirens. "Maar ik houd niet van het idee dat vrouwen perfect moeten zijn. Ik verkies een sterke vrouw boven een mooie vrouw." De modellen gingen soms ook met verhuld gezicht de catwalk op, zodat alle aandacht naar de kleren ging. Als het maar even kon, zette Margiela het modesysteem een neus. Voor de show van het najaar 1989 plaatste Meirens een advertentie met de tijd, datum en het adres voor de show in een gratis krantje. Na de publicatie verzamelde het team van Margiela honderden krantjes, omcirkelde de advertentie in rood en verstuurde de krantjes. "Het was de goedkoopste uitnodiging ooit", zegt Meirens. Een andere keer kregen de inkopers en de pers een onopvallend wit kaartje met een telefoonnummer. Als ze dat belden, kregen ze een antwoordapparaat dat vertelde waar en wanneer de show plaatsvond. Al die concepten mogen nog zo radicaal zijn, zonder de kleren zouden ze niets hebben betekend. "Wat ik het sterkste vond aan Martin, is dat hij van iets wat heel gewoon, populair of goedkoop was, iets chics kon maken", zegt Meirens. Hij gebruikte goedkope stof voor mannenpakken en zwarte voeringstof. Hij maakte jassen van zilveren kerstslingers en rechte jurken van gouden plastic ringen. Dan waren er de rafelige zomen, de naden aan de buitenkant, de vintage stukken die hij actualiseerde, van leren slagersschorten tot antieke trouwjaponnen. Hij keerde kledingstukken letterlijk ondersteboven en binnenstebuiten. De critici vonden geen woorden om Margiela's werk te beschrijven en noemden het 'deconstructivisme', hoewel het huis die term nooit gebruikte. Hij speelde graag met het contrast tussen de mooiste snit en het nederigste materiaal, en technisch was hij een echte meester. Vooral de schouders van Margiela ? stoer, hoog en smal, of bijzonder breed ? zijn uitgebreid bestudeerd. In 1997 sloot Meirens een deal die Margiela creatief directeur van Hermès maakte. Hij bekleedde die functie zes jaar, en in plaats van de conservatieve benadering van het merk te ondermijnen, maakte hij er tijdloos mooie, sobere en luxueuze kleding. Voor Meirens kwam de deal met Hermès er vooral uit praktische overwegingen. "Al het geld werd in de firma gestopt", zegt ze, en daarmee bedoelt ze Maison Martin Margiela. Hoewel het merk tegenwoordig gerespecteerd en zelfs vereerd worden, was dat niet altijd het geval. Meirens nam vaak mensen in dienst die geen modeachtergrond hadden. Een van de mensen die ze aanwierf was Patrick Scallon, die van 1993 tot 2008 aan het hoofd van dienst communicatie stond. "Nu bekijken de mensen Margiela door een roze bril, " zegt Scallon, "ze vergeten dat ze indertijd het werk dat Martin bij Hermès deed, helemaal niet mooi vonden. Hoe durfde iemand die zo getalenteerd was zoiets commercieels en saais te doen ? Ze hadden ook vaak weinig goeds te vertellen over de shows van Margiela. Dat is nu eenmaal de prijs die je betaalt voor het feit dat je Margiela bent. Wij adverteerden niet. Martin Margiela ging niet uit eten met hoofdredacteurs om in de gunst te komen. Bij de shows waren er geen gereserveerde plaatsen. De kwade telefoontjes die we kregen, waren vaak ongelooflijk venijnig." Niet dat het makkelijk was om dat telefoonnummer te vinden. De firmanaam Sarl Neuf (Meirens en Margiela hebben allebei negen als geluksgetal) stond wel in het telefoonboek, maar Maison Martin Margiela niet. "Jenny genoot van dat samenzweerderige, provocerende", zegt hij. Meirens ontmoette Margiela in 1983 toen ze in de jury zat bij de Gouden Spoel, een jaarlijkse wedstrijd van de Belgische textielindustrie. Hij was een van de deelnemers. De Belgische mode begon net een plaatsje te veroveren in het collectief bewustzijn. Dirk Van Saene, die een jaar na Margiela afstudeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, en later deel zou uitmaken van de Antwerpse Zes, kreeg de eerste prijs. Maar Meirens had voor Margiela gepleit. "Hij de beste. Ik ben behoorlijk in de clinch gegaan met de andere juryleden", herinnert ze zich met een glimlach. Kort daarna bood Meirens het ontluikende talent de kans om een week lang zijn collectie te verkopen in haar revolutionaire winkel, Crea, op het Sint-Katelijneplein in Brussel. De wijk stond toen meer bekend om de vismarkten dan om de mode. "Het was Jenny die aan de wieg stond van wat de wijk nu is : de meest gehypte designerbuurt van heel Brussel, " bevestigt Margiela, "ze zou er een standbeeld moeten krijgen." In Crea stelde Meirens de ontwerpen van de Belgische modernisten voor, en van Yohji Yamamoto, een opzienbarende nieuwkomer op de Parijse modescene. Margiela herinnert zich dat hij onder de indruk was dat in haar winkel alles per kleur gegroepeerd was, niet per ontwerper. "De winkel was niet groot, maar de paskamer was het belangrijkste", zegt hij. "Daar gaf ze advies, ze was meer een stylist of een personal shopper dan de eigenares van de winkel. In die tijd organiseerde ze een modetentoonstelling met de kunstenaar Gorik Lindemans. Ze voelde zich aangetrokken tot creatieve mensen. Ze was geïntrigeerd door mijn werk, dus begonnen we elkaar geregeld te ontmoeten." In 1984 besloot Meirens dat ze de eerste winkel van Comme des Garçons in België wilde openen. Ze herinnert zich de eerste keer dat ze naar Tokio reisde voor een ontmoeting met Rei Kawakubo. "Ik was van top tot teen in Margiela gekleed, tot mijn schoenen toe", zegt ze. "Ze keek naar mij en zei niets, tot ik ten slotte vroeg : 'Wat vind je van mijn kleren ? ' Ze antwoordde : 'Ik vind je schoenen zeer mooi.' En ze bestelde een paar. Ik ging terug naar mijn kamer en belde Martin midden in de nacht. 'Martin, ik heb een paar van je schoenen verkocht aan Rei Kawakubo.' Daar was hij natuurlijk heel blij mee." Kawakubo nam het voorstel van Meirens aan, en is nog altijd onder de indruk van haar visionaire kijk. Zoals Kawakubo zegt : "Jenny is een sterke persoonlijkheid die zich bezighield met sterke, nieuwe kleren." En dat is een hele eer, als een ander mode-enigma van weinig woorden dat zegt. "Ze is een buitengewoon sterke persoonlijkheid, een selfmade woman", zegt Raf Simons, die Meirens leerde kennen tijdens zijn jaren als creatief directeur bij Jil Sander, en die tussen 2005 en 2011 elke zomer haar huis aan zee in het Italiaanse Puglia huurde. Telkens ze het huis aan hem overdroeg, brachten ze er altijd een paar dagen samen door. Margiela herkende in Meirens een geestverwant, en in 1988 gaf hij zijn job op in Parijs als hoofd van het designteam van Jean Paul Gaultier om met haar in zee te gaan. "We voelden dat we klaar waren om een mode-experiment te beginnen : ons modehuis, dat uiteindelijk Maison Martin Margiela zou worden", zegt hij. "Een jaar lang wisselden we ideeën uit : zij werkte de strategie uit en ik bedacht de stijl." Zij zegt : "Het kwam gewoon voort uit een gesprek, een brainstorm. In het begin waren alleen Martin en ik erbij betrokken." Zij bracht de werkweek in de Parijs door, waar Margiela zijn basis had, en deed alles, van geld inzamelen tot advies geven bij de fittings. "Als ik zei dat een vrouw dit of dat niet mooi zou vinden, luisterde hij."Elk weekend ging ze terug naar België, om haar zaak in stand te houden en om voor haar twee kinderen Sophie en Frank te zorgen (ze was kort tevoren van hun vader gescheiden). "Ik vond het allemaal heel normaal", zegt haar dochter Sophie. "Ze was vaak weg en ze liet ons voor onszelf zorgen. Ze hield ons handje niet vast. In het weekend kwam ze naar huis om te koken en de koelkast te vullen. In die tijd kwamen net de post-its uit. Daar was ze dol op. Het huis hing altijd vol instructies : 'Maak het bad schoon als je gedoucht hebt, doe dit, doe dat, zo wel, zo niet'." Sophie ging later met haar moeder bij Margiela werken. Meirens en Margiela vulden elkaar in bepaalde opzichten perfect aan. "Jenny had veel te bieden, " zegt Raf Simons, "ze heeft een scherp zakelijk verstand. Wat Martin in die tijd produceerde, was echt extreem. Dat zien en toch zeggen : 'Oké, we beginnen een zaak', daar moet je een pionier voor zijn en dat was Jenny. De tijden zijn nu heel anders. In die tijd ging het er niet zozeer om dat ze groot wilden worden ; het ging om Jenny en Martin, en hoe ze elkaars sterke punten kenden. Ik denk dat het een enorm risico was voor haar : ze nam de verantwoordelijkheid op zich, en zorgde voor zoveel dingen, zodat Martin helemaal vrij was." Tegen de tijd dat Meirens met pensioen ging in 2003, had ze Margiela zo ver gebracht als ze kon. "Ik was moe", zegt ze. De modeslinger was teruggeslagen naar merknamen en naar alles waar ze zich altijd tegen verzet had. Met het geld dat ze van de verkoop van het bedrijf kreeg, kocht ze haar huis aan zee in Puglia, een hondje dat ze Luna noemde en de grond voor het huis op de heuvel in het Pajottenland, waar ze nu het grootste deel van haar tijd doorbrengt. Het huis is zwart geschilderd. Maar zijn tegenhanger, wit, is de kleur waarvoor Margiela het meest bekendstaat. Het team van Maison Martin Margiela, nu met John Galliano aan de leiding, droeg en draagt nog altijd een variatie van Margiela op de blouses blanches, de witte jassen die modellen tussen twee fittings in dragen, en de petites mains in de ateliers in Parijs dragen de kortere versie. Margiela's hoofdkwartier was van vloer tot plafond wit geschilderd. De meubelen, uit tweedehandswinkels, werden in wit katoen gehuld. Hij hield van de manier waarop wit verouderde en verkleurde met het verstrijken van de tijd. Scallon herinnert zich dat de uitgaande post elke avond in witte katoenen omslagen ging die werden vastgenaaid, in plaats van in papieren enveloppen. "Op een dag was ik op kantoor en zei tegen Martin dat we iemand een geschenkje moesten sturen om te bedanken", vertelt hij. "Martin ging naar de prullenbak, haalde er een witte boodschappentas uit en knoopte er een engel van." "Zij zag de wereld in het zwart, ik zag de wereld in het wit", zegt Margiela. "Ondanks het generatieverschil intrigeerden we elkaar, we daagden elkaar uit en verbaasden elkaar. Er was sprake van een echte symbiose. Voor een jonge modeontwerper is het begin ongelooflijk belangrijk, dus ik zal altijd dankbaar zijn dat Jenny mijn wildste dromen tot een leefbare business wist om te buigen." © New York Times Tekst Susannah Frankel & Foto's Marina FaustMargiela's vakmanschap deed tijdgenoten jaloers knarsetanden Jenny Meirens: "Ik houd niet van het idee dat vrouwen perfect moeten zijn" Martin Margiela: "We daagden elkaar uit en verbaasden elkaar"