Drie levens doorkruisen mijn pad, ik ben jurist van vorming, werd kunstenaar en doe nu aan politiek. Eigenlijk was dat van kindsbeen af zo : ik heb altijd gepleit, hevig gediscussieerd en veel geschilderd.
...

Drie levens doorkruisen mijn pad, ik ben jurist van vorming, werd kunstenaar en doe nu aan politiek. Eigenlijk was dat van kindsbeen af zo : ik heb altijd gepleit, hevig gediscussieerd en veel geschilderd. Mijn grootvader was schepen in Sint-Agatha-Berchem en sprak altijd over politiek, zelfs als ik bij hem op schoot zat. En mijn grootmoeder schilderde, bij haar heb ik voor het eerst de geur van olieverf opgesnoven. Op mijn veertiende kocht ik verf en doek, in de schilderswinkel tegenover de school. Eerst borstelde ik landschapjes en na mijn studies abstracte tableaus. Schilderen is een van de weinige dingen die me ontspannen. Aanvankelijk schonk ik de schilderijen weg, maar het succes werd groter en ik begon ze te verkopen. Dat leek me leuker dan mijn werk in een groot Londens advocatenkantoor, waar je slechts een nummer bent. De grote beslissing om als jurist te stoppen kwam na een verblijf van twee jaar in New York, waar ik een paar succesvolle tentoonstellingen had. Die trip wakkerde mijn liefde aan voor grote steden. Londen en New York zijn fantastisch : er is water, drukte en spektakel. Als ik hier over de Theems rij, dan krijg ik een brok in mijn keel en weet ik waarom ik hier ben. De natuur fascineert me. Ik ben gek op de wilde dieren in Botswana. In het Amazonewoud maakte ik nachtwandelingen tussen de tarantula's en de slangen : heerlijk spannend. Daar ben ik een beetje groener geworden. Je ontdekt er wat de zuivere natuur betekent. Ooit kreeg ik een herexamen voor sport : ik moest zwemmen. Ik ben geen sportliefhebber, ben er niet goed in en zie er het nut niet van in. Mijn grootvader sportte nooit en werd 94. Een dokter bezorgde me een bruikbaar excuse : ik heb een kleine longinhoud en raak snel buiten adem. Een schitterende uitleg om het niet te hoeven doen. Maar ik stap graag snel, want ik ben nerveus. Dat is trouwens mijn kwetsbare kant : ik kan opvliegend zijn. Britten snappen dat niet, ze blijven altijd kalm. Opvliegen vinden ze heel exotisch. Ze bekijken je dan alsof je een buitenaards wezen bent. Ze keuren het niet echt af, hebben er een wetenschappelijke belangstelling voor en associëren het met kustbewoners van de Middellandse Zee. Mijn temperament komt me van pas in mijn politieke leven. Ik wou al op mijn veertiende een lidkaart van de PVV-jongeren, maar was te jong en moest twee jaar wachten. Op mijn negentiende woonde ik in de States een congres bij over de vrijemarkteconomie. Dat heeft mijn leven veranderd. Ik ontmoette er mensen met dezelfde ideeën, die de individuele vrijheid op prijs stellen, de inmenging van de staat willen minimaliseren en respect hebben voor iemand anders zijn mening. Je kent die uitspraak, vrij naar Voltaire : ik verafschuw uw opinie, maar ben bereid te sterven opdat u het recht zou hebben uw mening uit te spreken. Ik geloof ook in sociale mobiliteit en vind daarom Pieter Daens van Louis Paul Boon zo boeiend. Je stelt erin vast dat de meeste industriëlen opgeklommen arbeiders waren. Sociale mobiliteit is een motor voor de samenleving. Aan politiek doen betekent boeiende mensen ontmoeten. Vorig jaar werd ik via een vriendin, samen met acht mensen uitgenodigd op een weekend in een country house. Een ervan bleek Margaret Thatcher te zijn. Ze gaat daar tweemaal per jaar logeren en omringt zich dan met jonge mensen. Ik moest mij knijpen om te beseffen dat ik niet aan het dromen was. Ik besefte daar weer hoe creatief discussiëren is. Zo had ik op mijn vijftiende een uitstekende leraar Nederlands met groene ideeën, die botsten wel met de mijne, maar dat was zeer interessant. Hij nam ons trouwens mee naar Londen met de fiets en we hielden toen halt op de plaats waar nu dit portret van mij wordt gemaakt. Nooit had ik gedacht ooit hier tegenover, in Westminster, te zetelen. Kunstschilder Jean-Paul Floru (36) woont sinds 1994 in Londen en werd onlangs verkozen tot gemeenteraadslid van Westminster City. Piet Swimberghe / Foto Michel Vaerewijck