Stel, u plant een verre reis. Welke van de volgende voorzorgsmaatregelen, denkt u, verkleint de kans dat er iets misloopt ? Een stier offeren op een altaar. Twee geiten slachten op het tarmac. Een reisverzekering nemen. U koos waarschijnlijk niet voor de stier. Ook al was dat de gewoonte bij de oude Grieken, zoals bloederig beschreven door Homerus in de Odyssee. En ook niet voor de geiten. Enkele jaren geleden werden in de luchthaven van Kathmandu, als een offer aan de hindoegod van de lucht, twee beestjes geslacht voor een Boeing 757 met technische problemen. Kort daarna was het vliegtuig hersteld,...

Stel, u plant een verre reis. Welke van de volgende voorzorgsmaatregelen, denkt u, verkleint de kans dat er iets misloopt ? Een stier offeren op een altaar. Twee geiten slachten op het tarmac. Een reisverzekering nemen. U koos waarschijnlijk niet voor de stier. Ook al was dat de gewoonte bij de oude Grieken, zoals bloederig beschreven door Homerus in de Odyssee. En ook niet voor de geiten. Enkele jaren geleden werden in de luchthaven van Kathmandu, als een offer aan de hindoegod van de lucht, twee beestjes geslacht voor een Boeing 757 met technische problemen. Kort daarna was het vliegtuig hersteld, volgens de Nepalezen het werk van een tot mecanicien geïncarneerde god. U koos zeer waarschijnlijk voor drie, de reisverzekering, het meest rationele en diervriendelijke antwoord. Uit onderzoek van de universiteit van Chicago blijkt echter dat uw - en mijn - keuze niet veel verschilt van die van de oude Grieken of de hindoes. We kopen niet alleen een verzekering omdat we onszelf willen indekken, maar ook omdat we geloven dat ons niets zal overkomen, door het brengen van een financieel offer. Even schijnbaar irrationeel lopen we liever niet onder een ladder, vermijden we zwarte katten of gaan we niet in een huis wonen met het nummer dertien. Zelfs al geloven we vandaag niet meer in de goden of het lot, we weigeren het te tarten. Je weet maar nooit. Er is een naam voor dat fenomeen : bijgeloof. Het geloof in een bovennatuurlijke kracht dat geen deel uitmaakt van een godsdienst. We zijn er allemaal schuldig aan, ook al beweren we van niet. Een kaars branden, hout vasthouden of de vingers kruisen voor geluk, ook dat is bijgeloof. Op de dag van zijn herverkiezing speelde president Obama een partijtje basketbal met oude stafleden en vrienden. Net zoals hij dat deed bij zijn overwinning in 2008, en op alle andere belangrijke verkiezingsdagen. Twee keer maar heeft hij een wedstrijd overgeslagen, tijdens de voorverkiezingen tegen Hillary Clinton in 2008. Twee keer verloor hij. Sindsdien gelooft Obama dat hij moet spelen om te winnen. Hoe groter de speling van het lot, en de kans dat er iets kan mislopen, hoe bijgeloviger we worden. Dat ziet u vooral bij studenten, performers en sportmensen. Zo heeft Stef Kamil Carlens van Zita Swoon Group altijd een beeld van een konijn op het podium staan. Speelt Anderlechtverdediger Roland Juhasz al sinds zijn tienerjaren met hetzelfde paar scheenbeschermers. En legde collega Annelien al haar examens met succes af in haar gele 'geluksonderbroek'. Verscheidene experimenten van de universiteit van Keulen hebben bovendien aangetoond dat het werkt, als een placebo voor het zelfvertrouwen. Sporters die een 'geluksbal' kregen of hun eigen talisman mochten houden, zetten betere prestaties neer dan de groep zonder geluksbrengers. Bijgeloof, het is zo gek nog niet. ellen.de.wolf@knack.be Ellen De Wolf, chef modeOp verkiezingsdag speelde president Obama een partijtje basket met oude stafleden en vrienden, net zoals voor zijn vorige overwinning. Je weet maar nooit