In de jaren '90 was geen enkele kamer zo belangrijk als de keuken. In talloze moderne woningen werden muren gesloopt: keukens moesten geïntegreerd worden in de leefruimte, en omgekeerd. Dat paste volledig in de cocooningtrend van het vorige decennium. We trokken ons thuis terug, languit voor de televisie in slobbertrui en joggingbroek, of gezellig in de keuken, met een koksmuts op het hoofd en een schort om de heupen.

Die jaren '90 zijn nu voorbij. Uitgaan mag weer, eten in een restaurant is niet langer een verschrikking, en hier en daar wordt eindelijk de strijd aangegaan met de slobbertrui. Maar ondertussen zitten we met onze restaurantkeukens opgescheept: gigantische monsters waar in principe niets op aan te merken valt. Je schudt er in een handomdraai een driegangenmenu voor twaalf personen uit je mouw. Maar wat moet je ermee aan als je slechts twee keer per week een eitje bakt en 's ochtends koffiezet. Dan vormen de twee enorme ovens en het schier eindeloze fornuis van La Cornue een spreekwoordelijke parel voor de zwijnen. Daarbij komt nog dat het hybride karakter van leefruimte en keuken misschien wel gezellig is, maar niet intiem, terwijl het in de jaren '00 net om intimiteit gaat, en eenvoud. Terug met beide voeten op de grond.

De keuken is niet langer alleen een kookzone, maar kan ook een reusachtig werkblad zijn waarop je eet, kookt, werkt, aperitieft", zegt Renaud De Poorter, designer bij Obumex, de toonaangevende Belgische fabrikant van keukens en badkamermeubelen. "Multifunctionaliteit, daar gaat het om. Maar de belangrijkste trend van de afgelopen jaren is dat de producenten zich als auto- en modemerken zijn beginnen gedragen. Merken als Strato, Boffi, Bulthaup of Obumex profileren zich binnen een bepaald marktsegment, waardoor ze een zekere erkenning krijgen. De klant verwacht voortdurend nieuwigheden, prototypes, droomsituaties en abstracties van zijn leefpatroon. Net als op het autosalon."

Voor de keukenfabrikanten komt het er dus op aan een eigen identiteit te creëren. Dat doen ze met de hulp van belangrijke designers. Zoals Christian Dior werkt met John Galliano en Hermès met Martin Margiela, zo werkt Obumex onder meer met John Pawson, de Britse paus van het minimalisme. Boffi heeft Piero Lissoni ingelijfd, ArcLinea werkt met Antonio Citterio, en Strato met Ivo de Groot, een Belgische ontwerper. Ook inzake verkoopstrategie en marketing volgt de meubelindustrie het voorbeeld van de mode: er wordt geadverteerd in de juiste bladen, en er wordt niet langer verkocht in om het even welk verkooppunt. Je bent trendsetter, of je bent het niet.

"De vormen zijn sober en strak", zegt Renaud De Poorter over de esthetiek van de moderne keukens. "De grootkeuken blijft voor velen een inspiratiebron: industriële kranen en grote dampkappen keren voortdurend terug. Maar elke producent heeft een eigen visie, een berekend concept. Bulthaup presenteert zich als de keukenmachine, waar alles binnen handbereik ligt. Boffi biedt een combinatie van warme en kille materialen. Strato legt de nadruk op de vormen en Obumex op de architectuur."

Volgens De Poorter is het architecturale aspect van de keuken erg belangrijk geworden. "Met kastensystemen kan je de ruimte van gedaante doen veranderen. Je kan gemakkelijk alle toestellen verbergen, of de nadruk leggen op bepaalde apparaten. De functie van al die schuif-, rol- en draaisystemen? Ze maken van het geheel een attractie."

De nieuwe keuken wordt kleiner, omdat er nu eenmaal minder ruimte is. "We merken binnen het keukengebeuren een gloednieuwe trend op," zegt De Poorter, "het alles-in-eenpakket, een monovolume." Het is tijd, vindt de jonge designer, voor de keukenvariant van de Smart Car. De keuken van morgen is modulair. Het idee is ontleend aan de jaren '60, maar de vorm is helemaal van nu. "Neem de Corpus-keuken van Luc Vincent voor Obumex, die deze maand op de markt komt. Die is opgevat als een bouwpakket, dat stuk per stuk kan worden aangevuld. Jonge gezinnen bouwen zo aan hun droom in segmenten." Een gelijkaardig voorbeeld is de keuken die de jonge Franse designer Ronan Bouroullec ontwierp voor Cappellini: visueel, maar ook functioneel breekt die volledig met de traditie van de luxekeukens. Eenvoud siert.

Jesse Brouns