Van jong trompettistje bij Art Blakey bracht Wynton Marsalis het tot symbool van een hele beweging. Hij wil terug naar de echte, pure jazz, naar de authentieke zwarte traditie, de waarden van blues en swing, een bepaalde klankkleur. Niet zelden herleidt hij echter die vitale muziek van toen tot een reeks rituelen en codes die telkens opnieuw, met grote precisie en volgens de vastgelegde regels van de kunst worden herhaald, liefst in een kader van deftige plechtstatigheid. Dat blijkt de ideale manier om voor de jazz een haast klassieke status en aantrekkingskracht te verwerven, inclusief gala-avonden en megasponsors. Aanvankelijk geholpen door zijn parallelle faam als klassiek trompettist en gesteund door de cultuurintriganten Stanley Crouch en Albert Murray, bracht Marsalis samen met zijn conservatieve overtuiging het grote geld naar Lincoln Center in New York. Daar beheert hij momenteel een b...

Van jong trompettistje bij Art Blakey bracht Wynton Marsalis het tot symbool van een hele beweging. Hij wil terug naar de echte, pure jazz, naar de authentieke zwarte traditie, de waarden van blues en swing, een bepaalde klankkleur. Niet zelden herleidt hij echter die vitale muziek van toen tot een reeks rituelen en codes die telkens opnieuw, met grote precisie en volgens de vastgelegde regels van de kunst worden herhaald, liefst in een kader van deftige plechtstatigheid. Dat blijkt de ideale manier om voor de jazz een haast klassieke status en aantrekkingskracht te verwerven, inclusief gala-avonden en megasponsors. Aanvankelijk geholpen door zijn parallelle faam als klassiek trompettist en gesteund door de cultuurintriganten Stanley Crouch en Albert Murray, bracht Marsalis samen met zijn conservatieve overtuiging het grote geld naar Lincoln Center in New York. Daar beheert hij momenteel een budget dat, als ik me niet vergis, de toelage van onze operahuizen samen overtreft en dat naast de gebruikelijke concertseries ook educatieve programma's, panelgesprekken, een huisorkest en compositieopdrachten bekostigt. De manier waarop het Marsalis-clubje het politiek-culturele establishment om de vinger windt, wekt bewondering. Ook zijn onophoudelijke gedram over de rechten van de 'echte' jazz heeft iets sympathieks. Hij gaf voorbije zomer een bikkelharde persconferentie omdat hij het terecht schandalig vond dat het orkest van opportunistische popgitarist Eric Clapton onder de naam The Jazz Legends de grote jazzfestivals afreisde en er overal de budgetpot plunderde. Het maakt van Marsalis helaas nog altijd niet de interessantste muzikant en componist. Het lang verwachte ?Blood on the Fields? mag dan al indruk maken door lengte, afmetingen, ambitie en ingezette middelen, het ruim drie uur lange werk voor het Lincoln Center Jazz Orchestra en stemmen ( Cassandra Wilson, Jon Hendricks, Miles Griffith) blijft het saaie, schoolse werkstuk van een begaafde bolleboos. De concertante jazzopera werd voor het eerst opgevoerd in Lincoln Center in 1994, maar kwam pas nu op cd. Typisch Marsalis : exegeet Stanley Crouch hemelt het werk meteen op als een vormelijke vernieuwing en als eerste in zijn soort, terwijl het zonder scrupules het stramien van de klassieke oratoria overneemt en Carla Bley met ?Escalator Over The Hill? al in 1973 hetzelfde deed, overigens met heel wat meer verbeelding. Maar ja, blanke Carla hoort volgens de normen wellicht niet bij de jazz. ?Blood on the Fields? vertelt het verhaal van een Afrikaanse prins en een Afrikaanse volksvrouw, die elkaar in Amerikaanse slavernij leren kennen en tenslotte leren helpen en waarderen. Het draagt een boodschap uit waar geen zinnig mens iets tegenin kan brengen. Eenvoudig samengevat : de zwarte inwoner van Amerika moet van zijn slachtofferrol af en ophouden met zeuren over Afrika waar het allemaal beter was. Hij moet beginnen er in zijn nieuwe land het beste van te maken, de blanke medemens niet haten voor wat voorbij is, niet naar beneden trappen waar minder fortuinlijke rasgenoten hun strijd strijden, en vooral voor zichzelf de lat hoog leggen. De artistieke vormgeving van deze moraliserende gedachte ligt echter gevaarlijk dicht bij het patronaatstoneel. Spreekkoren lezen ons de les en vader Wynton zwaait voortdurend met het vingertje. Dat Marsalis een publiek geheim grote delen van het werk uitbesteedde aan schaduwcomponisten en zelf alle eer opstrijkt, maakt mij niets uit. Dat is een niet ongebruikelijke praktijk in de muziekbusiness, Ellington deed het ook. Dat grote happen orkestraties zo van Ellington of Mingus konden zijn, mag ook nog wel want ondanks een gebrek aan originaliteit klinken ze soms heel overtuigend. Wat echter niet kan, is dat Marsalis telkens opnieuw in de put valt die hij zelf graaft met de vergulde spade van zijn eigen theorieën. Met ?Blood on the Fields? levert hij een stuk muziek af dat, sterker dan ooit, moet dienen om gelijk te halen. Ondanks de muzikaal technische virtuositeit neemt het in zijn geheel de simplistische karakteristieken van programmamuziek aan, om tenslotte te bezwijken onder de eigen nadrukkelijkheid en zwaarwichtigheid. Zolang Marsalis de jazz blijft beschouwen als een louterend en door vaste regels bepaald uitdrukkingsmiddel van een volk en niet als een levend en complex gegeven in de wereld van vandaag, is er voor deze politicus van de jazz weinig hoop om de kloof met de burger te dichten. / Wynton Marsalis ?Blood on the Fields? (Columbia, 3 cd's in doosje, Sony Music). ROB LEURENTOP Terwijl Blood on the Fields Marsalis vooral als componist en orkestleider naar voor schuift, laat A Love Supreme ( Sony Music) hem aan het woord als trompettist. De liveopname in Japan dateert al van 1992, maar wordt in Europa pas nu uitgebracht. Mars