OVERROMPELEND
...

OVERROMPELENDBlue Note pakt uit met weer zes nieuwe titels in de Connoisseur Series, heruitgaven van moelijk vindbare opnamen uit de gouden jaren vijftig en zestig. De reeks telt nu vierentwintig titels en geloof me, ze verdienden allemaal om op cd te komen. Bij de nieuwe lading zitten het ten onrechte minder bekende "Schizophrenia" van saxofonist Wayne Shorter, "Smoke-stack" van pianist Andrew Hill, en het vettige "Sunny side up" van altoman Lou Donaldson, een van de vaders van de acid. Verrassend knappe, gespierde hard bop staat op de albums van twee obskure figuren : "Blues in trinity" van trompettist Dizzy Reece en "Davis cup" van pianist Walter Davis met saxofonist Jackie McLean erbij. De mooiste is wel "Ready for Freddie", een overrompelende opname uit 1961 van Freddie Hubbard. De intussen weggedeemsterde wonderman van de trompet leidt een sextet met Wayne Shorter, hoornspeler Bernard McKinney, pianist McCoy Tyner, bassist Art Davis en drummer Elvin Jones. Hier staat een man te spelen die, helaas slechts even, de grootste trompettist van de moderne jazz is geweest. Schitterend. En van harte aanbevolen ook aan alle nieuwkomers die denken dat Wynton Marsalis iets heeft uitgevonden. - Freddie Hubbard Sextet, Ready for Freddie (Blue Note/Emi). PUURIn augustus van vorig jaar gaven Ernst Reijseger en Louis Sclavis twee koncerten in Berlijn. Het beste daarvan staat nu op cd bij het onderhand legendarische FMP-label. Sclavis speelt vooral klarinet en basklarinet. Ernst Reijseger plukt en strijkt cello. De kombinatie doet het heel goed warme instrumenten die dicht bij de menselijke stem liggen. Beide heren zijn bovendien fabelachtige virtuozen. Maar gelukkig verkiezen zij muziek maken boven goedkope bravoure. De elf redelijk korte stukjes vormen samen een soort suite, een aaneenschakeling van gesprekjes. Reijseger en Sclavis houden het heel puur en bijna klassiek, bijna moderne kamermuziek met hier en daar een rare kronkel. Allemaal ter plekke geïmprovizeerd, jawel, maar het klinkt alsof het met heel veel zorg werd gekomponeerd en feilloos van het blad gespeeld. Zo raak zit elke noot. Erg mooi, deze "Et on ne parle pas du temps", maar voor sommigen misschien een beetje te serieus en akademisch. Ik kan me voorstellen dat een liefhebber van Schönberg er meer aan vindt dan, om maar iets te noemen, een fan van wat ruigere of speelse improvizatietoestanden. - Louis Sclavis & Ernst Reijseger, Et on ne parle pas du temps (Fmp/Lowlands). ROB LEURENTOP