Jan en Carlos zijn de kampioenen van het tricot, elk stuk is een wonder van techniek en eenvoud. Ze leven, werken en breien al achttien jaar samen. "Is het al zo lang ? How did this happen ? "
...

Jan en Carlos zijn de kampioenen van het tricot, elk stuk is een wonder van techniek en eenvoud. Ze leven, werken en breien al achttien jaar samen. "Is het al zo lang ? How did this happen ? "LENE KEMPSIn de Parijse showroom van Jan Pottorff en Carlos Baker zitten drie winkels. De ene wil sexy kleding, elegant, maar een tikje uitdagend. De andere wil sterke avant-garde, understated en ingetogen. De volgende wil vrouwelijke modellen die forgiving zijn, waar ook minder perfekte lichamen zich goed in voelen. Het is tekenend voor de kollektie dat Jan en Carlos iedereen kunnen helpen. Even kenmerkend is dat de kollektie het best loopt in drie landen die totaal verschillend zijn : Amerika, Italië en Duitsland. Het duo ontmoette elkaar aan het Art Institute of Chicago. Aan het eind van hun studies in 1978 kochten ze een one-way ticket naar Europa. "Om je maar te vertellen hoe verliefd we waren en hoe zeker van elkaar", zegt Carlos. Eerst werkten ze voor Jean-Charles de Castelbajac in Parijs, nadien als free-lance consultants voor een resem bedrijven in Milaan. "Mannenkleding, kinderkollekties, sportswear... We hebben alles gedaan behalve vrouwenkleding omdat het Italiaanse beeld van de vrouw ons helemaal niet aanstond. " Hun eigen Jan & Carlos tricot een lijn die Jan als funky knitwear omschrijft begonnen ze in de zomer van '92. Ze hebben tweehonderd verkooppunten, van Hongkong tot New York, telkens prestigieuze winkels. Het is moeilijk de charme van een Jan & Carlos-stuk te omschrijven. Hun modellen zijn zo eenvoudig dat ze pas tot leven komen wanneer je ze draagt. Jan en Carlos benaderen elk stuk vanuit de konstruktie en de vorm. Ze gebruiken artisanale technieken de rondbrei-metode om moderne, zuivere kleding te maken. De nadruk ligt op coupe en er worden tientallen monsters gemaakt voor zowel Jan als Carlos tevreden zijn. De stukken vallen altijd zacht, soepel en strak rond het het lichaam. "Als ik teken, denk ik aan mooie vrouwen", zegt Carlos. "De silhouetten vloeien er dan vanzelf uit. "Het trendbureau Edelkoort voorspelde de opkomst van de duo's en groepen als ideale samenwerkingsvorm. Fenomeen van de jaren negentig ? Jan : Er duiken inderdaad steeds meer duo's op in de mode. In het begin kenden we geen enkel ander paar, wij waren het enige, maar de laatste jaren zijn er veel bijgekomen. De modewereld is moeilijk, je kan best wat hulp gebruiken. Met zijn twee ben je sterker. De ene heeft een goed idee en de andere bouwt daarop verder. Carlos : Mode is altijd teamwerk, maar slechts één persoon zet er zijn naam in en gaat met de eer lopen. Het zou fijn zijn als het afgelopen was met die ego-cultus. Als je met zijn tweeën aan iets werkt dan zet je er twee namen in. Als de kollektie het resultaat is van teamwerk, dan kom je daar recht voor uit. Jan : Samenwerken was voor ons heel vanzelfsprekend : we waren verliefd en wilden alles samen doen. En het lukt nog steeds. We maken met z'n twee een veel betere kollektie dan elk apart. Op sommige momenten kan de samenwerking te intens worden. Dan lijken we wel één persoon. Maar meestal is het fijn. Wij hebben een uitzonderlijk goede relatie. Carlos : In onze tijd als consultants reisden we van de ene fabriek naar de andere en leefden we in kleine, saaie dorpjes in het midden van nergens. Als ik dat alleen had moeten doen, had ik het nooit overleefd. Maar hoe erg het ook was, we zeiden altijd : we hebben tenminste elkaar nog. Hoe lang zijn jullie ondertussen samen ? Jan : Even kijken... Achttien jaar. Carlos : Weet je dat zeker ? How did that happen ? Het gaat zo snel ! Hebben jullie een strikte taakverdeling ? Jan : Enkele jaren geleden realiseerden we ons dat Carlos de kollektie begint en dat ik ze afmaak. Dat hebben we nooit zo afgesproken, dat is zo gegroeid. Carlos is beter in tekenen, hij doet alle schetsen. Ik heb gevoel voor kleuren en materialen en hou me daarmee bezig. Carlos zit hele nachten te tekenen. Op het eind heeft hij zoveel ideeën dat hij niet kan ophouden. Dan moet ik hem stoppen en helpen de bruikbare dingen eruit te ziften. Als ik dat niet zou doen, dan hadden we geen kollektie maar een hele kamer vol schetsen. De visie van een man en de opmerkingen van een vrouw. Wat levert die kombinatie op ? Carlos : Veel gekibbel. Ik vertel haar hoe ik haar graag gekleed zie en zij vertelt mij wat ze graag draagt. Vaak zijn het twee uiteenlopende visies. Dat brengt diskussies op gang, waarbij Jan roept : geen vrouw wil zo rondlopen ! En ik dan weer : oh yes they do ! Maar we komen altijd tot een gemeenschappelijk beeld waarover we beiden tevreden zijn. Als ik begin te tekenen, denk ik aan mooie vrouwen. Ik wil ze niet veranderen of vermommen, ik wil ze gewoon mooi laten. Op een neutrale manier, zodat er nog plaats is voor hun persoonlijkheid. Kleren moeten niet schreeuwerig zijn. Langs de andere kant mag je het understatement niet te ver drijven, want dan wordt het no statement at all. Het gaat om het juiste evenwicht. Jullie gebruiken tricot alsof het stof is. Truien zijn nooit vormeloze toestanden, one-size-fits-all. Er zit struktuur in. Jan : Kwaliteit, pasvorm en coupe. Daar gaat het ons om. Struktuur is alles. Ons tricot wordt volledig in vorm gebreid. Als we een klein detail veranderen, moet de hele trui opnieuw worden gemaakt. Soms hebben we vijf monsters nodig om het juiste resultaat te bereiken, maar eerder zijn we niet tevreden. Het moet goed passen. En niet alleen in maat 36. Ook in maat 42 moeten alle nepen en naden juist zitten. Carlos : Voor Jan is coupe een obsessie. Haar jersey jurk uit één stuk in biais geknipt is een meesterwerk. Volgens mij is ze echt de eerste om dat te doen. Er waren jurken waar het patroon tot zes keer toe opnieuw moest omdat het volgens Jan nog niet in een soepele beweging rond het lichaam viel. Hebben jullie vroeger gedanst ? Jan : Onze kleren nodigen uit tot bewegen, tot ronddraaien en dansen. Dat hebben meer mensen opgemerkt. Maar nee, zelf hebben we twee linkervoeten. Vier dus eigenlijk, voor Carlos en mij tesamen. Carlos : Maar oude dansboeken zijn voor mij altijd een bron van inspiratie. Danseressen zijn vrouwelijk, sterk en hebben een grote elegantie. Wat inspireert jullie nog meer ? Carlos : Films, bij voorkeur uit de jaren vijftig. Oude foto's, naar die gezichten kan je uren kijken. Kunst. We zijn beiden gek op musea en hebben een mooie kollektie kunstboeken. Onze voorkeur gaat uit naar kunst uit de jaren twintig en dertig. Een hele moderne periode. De sfeer van een kunstwerk kan enorm inspirerend zijn. Alleen al omdat het zo mooi is, stimuleert het. En andere ontwerpers ? Jan : Vier designers zijn echte referentiepunten voor ons : Charles James, Mary McFadden, Balenciaga en Vionnet. Techniek, konstruktie, coupe. Kan geen levende ontwerper jullie boeien ? Jan : Natuurlijk wel. Wat de Japanners hebben gedaan was erg interessant. Een omwenteling. Het Belgische dekonstruktivisme trouwens ook. Het was een mooi en waardevol koncept. Ik bewonder de manier waarop iemand als Martin Margiela zo technisch kan werken en toch emotioneel veel kan overbrengen. Dat moet je kunnen. Jullie zijn vrij onbekend. Waarom kennen niet meer mensen jullie ? Jan : We zijn erg diskreet. Onzichtbaar zeg maar. We maken geen reklame, geven geen shows, organizeren geen events. Dat maakt ons imago-loos. Het wordt tijd daar verandering in te brengen. Ons tricot wordt gekopieerd dat het niet meer mooi is en omdat we zo diskreet zijn, weet niemand dat het eigenlijk van ons komt. We zijn net verhuisd van Milaan naar Parijs : een eerste stap naar meer zichtbaarheid. Carlos : Het feit dat we een erg sober produkt brengen, heeft er ook mee te maken. Opvallende kollekties of ontwerpers met een duidelijk verhaal krijgen meer aandacht. Wij worden zelden geïnterviewd omdat onze boodschap kort en saai is : wij willen gewoon mooie kleren maken. Jan : Ik weet niet hoe dat in België gaat, maar in Amerika en Engeland worden wij haast nooit in modereportages opgenomen omdat we geen advertenties nemen. Het is om gek van te worden. Wij passen volledig in het modebeeld en we staan er nooit in. Je ziet overal tema's opduiken die volledig in onze lijn liggen, genre The Sweater Girl of Twinset story. Dan denk ik : verdorie, wij waren de eersten om sexy sweaters te brengen, wij hebben prachtige twinsets, wij moesten in die reportage zitten. Is het nu zoveel gevraagd ? Een mooie foto per seizoen, dat moet toch kunnen. Carlos : De tijdschriften staan wel vol fake en hype. Soms kan ik mijn ogen niet geloven : hoe krijgen ze het gemaakt en verkocht ? Toch zou ik niet the next big thing willen zijn. Ze blazen je op en dan laten ze je weer vallen. Het is beter je sukses langzaam op te bouwen. Vrouwen zijn jullie in elk geval erg trouw. De winkels vertellen me dat jullie ware volgelingen hebben. Jan : We hebben een subtiele uitstraling, die slechts bepaalde vrouwen aanspreekt. Om onze kleren te dragen, moet je ze begrijpen. Dat schept een hechte band. Carlos : Winkels zijn ons ook erg trouw, alhoewel we voor hen een moeilijk produkt zijn. Hanger-appeal hebben we niet. Op een kapstok zeggen onze ontwerpen weinig. Je moet begrijpen dat ze over vorm, proportie en techniek gaan. Daarom verkopen we niet in de typische department stores. Ze benaderen ons vaak, maar we weten uit ervaring dat onze kleding er verloren gaat. Wij hebben echt een gespecialiseerde winkel nodig, waar men de kleding aan de klant uitlegt. Jan : Sonja van Stijl in Brussel was er bij van het eerste moment. Step by Step in Antwerpen koopt ons nu al anderhalf jaar. Onze sell through is groot, er blijft bijna niets in de solden hangen. Iedereen klaagt dat de winkels op veilig spelen en vernieuwing tegenhouden. Jan : Nee, dat is bij ons niet het geval. Onze winkels zijn een stuk vooruitstrevender dan de firma's waarvoor we vroeger werkten. Ik heb altijd een voorliefde voor mouwloze truitjes gehad. Ik haat mouwen omdat ik vind dat ze de beweging belemmeren. Zelfs in hartje winter draag ik binnen een bloot topje en voor buiten doe ik er een jasje over. Toen ik voor andere mensen werkte, was het steeds hetzelfde liedje : mouwloze truitjes in de winter ? Impossible. Onze winkels geloven er wel in en het zijn onze best verkopende stukken ! Jullie werken nu ook met stof. Waarom ? Jan : Voor ons was dat een logische evolutie. We worden vaak bestempeld als knitwear designers, wat dan geïnterpreteerd wordt als : die hebben alleen maar truien. Terwijl we altijd een total-lookkollektie zijn geweest. We merken het bij de verkoop. Ze kopen onze tops, maar de rokken halen ze bij iemand anders. En dat is erg frustrerend. Tricot blijft onze grote passie. De modellen in stof maken misschien dertig procent van de kollektie uit. Zijn jullie blij weg te zijn uit Milaan ? Carlos en Jan : Opgelucht ! Extatisch ! Bijna elke buitenlandse ontwerper die in Milaan werkt, begint de stad na een tijdje te haten. Jan : We werden pas geïnterviewd door een dame van Arte die een dokumentaire maakte over jonge ontwerpers in Milaan. Ze kreeg van iedereen dezelfde gruwelverhalen te horen : de vervuiling, de pretentie, de burgerlijkheid... Alleen het eten kreeg positieve reakties. Carlos : Na vijftien jaar Milaan is Parijs een droom. Er gebeurt zo veel op straat. Geen dames met zonnebrillen en bontjassen ! Geen draagbare telefoons ! Jan Pottorff en Carlos Baker : "Met zijn twee ben je sterker. "Jan : "Enkele jaren geleden realizeerden we ons dat Carlos de kollektie begint en dat ik ze afmaak. Dat hebben we nooit zo afgesproken, dat is zo gegroeid. ""Om onze kleren te dragen, moet je ze begrijpen. ""We zijn altijd een total-lookkollektie geweest. "