We hebben een rijke juwelentraditie", zegt Enver Gedik als we de stad naderen. "Maar het is niet één enkele traditie. Istanbul, in de Ottomaanse tijd de hoofdstad, trok vele mensen aan. Grieken, Armeniërs, Ottomanen en mensen uit Anatolië, ze kwamen van overal. Maar hoewel de welstand hier groter was dan elders, kwam de rijkdom vooral de Ottomaanse schat ten goede. Die moet enorm zijn geweest en bevatte honderden sieraden. Juwelen worden trouwens altijd geproduceerd waar rijkdom aanwezig is. Daarom vond je toen de goud- en zilversmeden in de directe omgeving van het paleis van de sultan. En eigenlijk zitten ze nog steeds in diezelfde wijk achter Topkapi."
...

We hebben een rijke juwelentraditie", zegt Enver Gedik als we de stad naderen. "Maar het is niet één enkele traditie. Istanbul, in de Ottomaanse tijd de hoofdstad, trok vele mensen aan. Grieken, Armeniërs, Ottomanen en mensen uit Anatolië, ze kwamen van overal. Maar hoewel de welstand hier groter was dan elders, kwam de rijkdom vooral de Ottomaanse schat ten goede. Die moet enorm zijn geweest en bevatte honderden sieraden. Juwelen worden trouwens altijd geproduceerd waar rijkdom aanwezig is. Daarom vond je toen de goud- en zilversmeden in de directe omgeving van het paleis van de sultan. En eigenlijk zitten ze nog steeds in diezelfde wijk achter Topkapi." Istanbul heeft een aparte ambiance : gelegen aan de Bosporus, letterlijk op de grens van Europa en Azië. Op straat zien we gesluierde vrouwen, maar ook hippe meiden op hoge hakken. Istanbul is een stad op de grens van culturen, letterlijk en figuurlijk. Enver Gedik is niet toevallig onze gids. Hij is van Turkse afkomst en al jaren gespecialiseerd in het verhandelen van diamant. Samen met zijn partner, Cüneyt Isik, kwam hij twaalf jaar geleden naar Antwerpen. Daar runnen Isik, Gedik en diens echtgenote Nathalie Coëme het bedrijf. Naast het verhandelen van de meest gewaardeerde edelsteen, zijn ze zich ook gaan toeleggen op het produceren van sieraden. Paradepaardje is O !, een collectie exclusieve, hedendaagse sieraden. De slogan liegt er niet om : Luxe de klok rond. Want waarom zou je diamantjuwelen alleen maar bij speciale gelegenheden dragen ? Met O ! wil het trio bewijzen dat het ook anders kan. Mooie, discrete diamantjuwelen kun je op elk moment van de dag dragen. Dat is in een notendop het idee achter de merknaam. Voor de productie van de juwelen keerden ze terug naar hun roots. Enver : "Het was eigenlijk een natuurlijke keuze. Ik kan niet naar Bulgarije of China gaan, ook al is het daar misschien goedkoper. Hier kennen we de mensen en hun vakkennis. Onze wortels liggen hier. In juwelen is het belangrijk om zeer dicht bij die productie te staan. Het one to one-contact is essentieel. En dat verloopt nu eenmaal vlotter als je een gemeenschappelijke basis hebt." O ! heeft een vrij strakke vormgeving : sobere ringen, armbanden en halssieraden. Een discreet hangertje aan een leren touwtje. En toch wordt de rode draad gevormd door goud bezet met diamanten. Soms zelfs rijkelijk bezet. Het is een zeer Europese stijl, die in schril contrast staat met de ingewikkelde patronen die we in de straten van Istanbul zien : traditionele bloemmotieven, kleurrijke edelstenen. "Istanbul is niet alleen een multiculturele stad, het is ook een stad met een waaier aan tradities. En die zie je weerspiegeld in de sieraden. De juwelenproductie in Istanbul is bovendien zeer conservatief. Eigenlijk is er weinig veranderd : de basis is en blijft het vakmanschap. In de juwelenproductie kun je ook nauwelijks industrialiseren. Op een bepaald moment ben je verplicht om terug te vallen op handwerk. En hier vind je mensen die dertig, veertig jaar of meer expertise hebben. Dat is onschatbaar."Het ambachtelijke edelsmeden is in de loop der eeuwen nauwelijks veranderd. Hoewel er nu elektrische hulpmiddelen bestaan, en sommige onderdelen in grotere reeksen worden gegoten, blijft het handwerk essentieel. Voor O ! doen Gedik en Isik een beroep op verscheidene ateliers die zich telkens in een bepaald aspect specialiseerden. Door de drukke straten lopen we naar Aymina, het goudsmidatelier van meester Haygaz. Hij is de man van de eerste lijn : hier komen de wasboompjes met gegoten ringen binnen. Zagen en vijlen zijn de basishandelingen hier. Op de grond liggen metalen matten : opdat goudstof niet aan de schoenen zou blijven hangen. Zelfs het kleinste stukje is geld waard. Aan het eind van de rit zijn de ringen, hangers en armbanden klaar voor de zetter. " Virej Haciroglu is een bekendheid in onze wereld. Hij is een van de beste, wellicht de beste zetter van de stad. Hij heeft jaren gewerkt in New York voor grote huizen als Tiffany's. Maar hij kwam terug naar Istanbul om er zijn eigen atelier op te starten", vertelt Enver. Meesterzetter Haciroglu runt samen met Kokor Berberyan een bescheiden atelier, waar ze ook enkele jongens opleiden. Zetten is een precisiewerkje dat vooral veel geduld en ervaring vergt. "Het kost je een jaar voor je een eenvoudige steen kunt zetten. Pas na drie of meer jaren ben je toe aan het gespecialiseerde werk", aldus Haciroglu. De laatste in de rij is het atelier van meester Hayk Kiraz : twee kamertjes vierhoog, met elkaar verbonden via een doorgeefluikje. Kiraz' echtgenote werkt mee in het bedrijf en verzorgt de administratie. Hier krijgen de sieraden hun finishing touch. Schoongemaakt en gepolijst zijn ze klaar om naar Antwerpen te vertrekken. Zowel de goudsmeden als de chique juwelenwinkels vind je in de onmiddellijke nabijheid van de Grote Bazaar, 's werelds grootste overdekte markt. De wirwar van winkelstraatjes is legendarisch, maar minder bekend is de achterkant (of moet je zeggen de bovenkant ?) van dit complex. Het oudste gedeelte van de goudsmedenwijk is een ingewikkelde constructie van smalle trapjes en donkere kamertjes. In het beste geval is er een (minuscuul) raampje en net genoeg ruimte voor twee : de meester en zijn leerling. Hier ontmoeten we Yilmaz Sebuh. Ook hij is een meester in zijn vak en al is zijn kleine atelier erg bescheiden, met zichtbare trots toont hij ons zijn werk. "Er zijn er honderden zoals hij", beklemtoont Enver. "Mannen met jaren ervaring, die als kleine zelfstandige goudsmid hun brood verdienen." Hun werk is veelal traditioneel en vindt zijn weg naar de tientallen shops in de Grote Bazaar. Een toeristische trekpleister, maar wel een die je als liefhebber van juwelen niet echt mag missen. Hier vind je oud naast nieuw, traditie naast modern. "Zie je de gouden armbanden in die etalage ?" vraagt Enver. "Dat is het traditionele huwelijksgeschenk. In Turkije bestaan geen huwelijkslijsten zoals in België. Je koopt geen geschenk, je geeft het bruidspaar goud in de vorm van een armband. Op het huwelijksfeest zie je de bruid dan met tientallen armbanden. Het mooie is : goud kun je altijd verkopen, zonder dat je veel geld verliest. Het behoudt zijn waarde."Hoewel in Turkije 22-karaats goud de voorkeur geniet, vind je in de Bazaar ook heel veel zilveren sieraden. Vaak met traditionele motieven en stenen. Zoals turkoois : een felblauwe steen die van oudsher erg populair is. Ook opvallend is de hoeveelheid amber, afkomstig uit Rusland en vaak met erg mooie ingesloten insecten. Maar ook wie van oude sieraden houdt, komt hier aan zijn trekken : de antiekwinkeltjes zitten trouwens bijna allemaal samen in een straatje. "Dat zijn haremringen", wijst Enver. "Een traditionele ring met vijf, zeven of negen ringen, die de sultan aan zijn vrouwen schonk. Waar die getallen vandaan komen ? Geen mens die het nog weet."Winkelen in de Grote Bazaar betekent wel tijd nemen. Er is immers geen ontkomen aan : vanaf het moment dat je interesse toont, staan alle verkopers in hun deur om je aan te spreken. Where do you come from ? Hello, can I help you ? Het wordt pas echt leuk als je er met gepaste vriendelijkheid op ingaat. Want praten is een deel van het ritueel. Net als afdingen : niet gebruikelijk in de chique juwelenwinkels, maar wel in de Grote Bazaar. Een kunst op zich, maar het is vooral het plezier dat telt : het plezier in het onderhandelen en de genoegdoening als je dat ene sieraad voor een redelijke prijs in de wacht hebt gesleept. Als er één halte is in Istanbul die u niet mag overslaan, dan Topkapi. Het voormalige paleis van sultan Mehmet II bestaat uit vier opeenvolgende binnenplaatsen met daaromheen verscheidene paviljoenen. In vroegere tijden bleef het grootste deel van het complex verboden terrein voor bezoekers, vandaag bent u er meer dan welkom, het is nu een museum. De collectie van de schatkamer is adembenemend. Tientallen gouden voorwerpen, rijkelijk bezet met diamanten en edelstenen, geven een idee over de puissante rijkdom van de sultans. Sommige zijn in hun opdracht gemaakt, andere zijn kostbare geschenken. Pareltjes zijn onder meer de Topkapi-dolk, een ebbenhouten troon belegd met ivoor en parelmoer en de Spoonmaker's Diamond, zo genoemd omdat volgens de legende deze diamant werd gevonden tussen het afval en voor drie lepels aan een handelaar verkocht werd. Om nog maar te zwijgen van de vele versierde kannen, broches, ringen, aigrettes (versieringen voor de tulband), heften van wapens... Naar verluidt zou nog niet een kwart van de hele verzameling in deze vier zalen getoond worden. Topkapi vraagt voor een grondige verkenning minstens enkele uren, het liefst zelfs een dag, zeker als u ook de haremvertrekken wilt bezoeken (uitsluitend onder begeleiding). Hebt u weinig tijd : selecteer dan en kies bijvoorbeeld voor een wandeling door de binnenplaatsen en de schatkamer. Het Çiragan-paleis is sprookjesachtig, opgetrokken in de jaren 1853-1874. In 1910 verwoest door brand, maar in 1990 volledig gerenoveerd en omgebouwd tot het Çiragan Palace Hotel Kempinski, een van de weinige luxehotels van de stad. Hebt u iets te vieren ? Trakteer uzelf dan op een Turkse thee (of koffie) op het terras, vanwaar u een schitterend uitzicht hebt op de Bosporus. De Grote Bazaar is een absolute must als u de sfeer van het oosten wilt opsnuiven. U raakt er ongetwijfeld aan de babbel met iemand die in Brussel heeft gewoond of die de Belgen de sympathiekste onder de toeristen vindt. Souvenirs in alle maten en prijzen. De Kruidenbazaar is slechts een van de vele markten in Istanbul. Hier proeft u de sfeer van de oude stad. Een belevenis in geuren en kleuren. De Blauwe Moskee, genoemd naar de blauwe Iznik-tegels : de schitterende kleuren zijn uniek. De Aya Sofia is een architectonisch pareltje. Gebouwd als christelijke kerk en later verbouwd tot moskee. Gelukkig is een aantal van de oorspronkelijke kunstwerken bewaard gebleven. Cay, de typische Turkse thee. Zoet en sterk. Bebek is een van de chicste plaatsen in Istanbul, met tal van cafés langs de oever van de Bosporus. Ooit een uitverkoren plaats voor zomerresidenties en nog altijd een geliefkoosde plek om zomaar wat te flaneren en te verpozen. Zin in een trendy avondje uit : ga naar Reina, het meest trendy complex aan de Bosporus bestaande uit zeven restaurants met ieder een aparte sfeer. Door Hilde Verbiest / Foto's Michel Vaerewijck"Istanbul was een natuurlijke keuze. In Bulgarije of China is het werk misschien goedkoper, maar hier kennen we de mensen en hun vakkennis.""Het kost je een jaar voor je een eenvoudige steen kunt zetten. Pas na drie of meer jaren ben je toe aan het gespecialiseerde werk.""Hier vind je honderden goudsmeden, mannen met jaren ervaring, die als kleine zelfstandige hun brood verdienen."