Echte autoliefhebbers kennen het verhaal wel van de Argentijnse zonderling Alejandro De Tomaso die aan het eind van de jaren '50 in Italië arriveerde en er in 1959 een autofabriek opzette. De Tomaso bouwde aanvankelijk enkel eenzitter-racewagens, maar verbaasde het milieu in 1969 met de Pantera. Die elegante tweezitter met een centraal gemonteerde V8-motor en zelfdragend chassis, werd een instant classic waarvan er uiteindelijk zo'n 10.500 stuks werden gebouwd. ...

Echte autoliefhebbers kennen het verhaal wel van de Argentijnse zonderling Alejandro De Tomaso die aan het eind van de jaren '50 in Italië arriveerde en er in 1959 een autofabriek opzette. De Tomaso bouwde aanvankelijk enkel eenzitter-racewagens, maar verbaasde het milieu in 1969 met de Pantera. Die elegante tweezitter met een centraal gemonteerde V8-motor en zelfdragend chassis, werd een instant classic waarvan er uiteindelijk zo'n 10.500 stuks werden gebouwd. De Biguà, die nu in Genève werd voorgesteld, wil een hedendaagse interpretatie van de Pantera zijn, een epigoon voor de 21ste eeuw. De jongste De Tomaso neemt de lay-out van de klassieke sportwagen over met een voorin ingebouwde motor die de achterwielen aandrijft. Daarnaast zorgde designer Marcello Gandini ook voor een modulair dak zodat de Biguà eigenlijk drie persoonlijkheden bezit. Het dak in koolstofvezel kan gemakkelijk worden afgenomen en in de koffer opgeborgen, waardoor een Targa-look ontstaat, geruggesteund door een roll bar. Die kan op zijn beurt worden weggeklapt, waarbij hij achter de achterstoelen verdwijnt, zodat er een spider ontstaat. Onder die variabele koetswerkvorm steekt een uitgekiende mechaniek die de rijder opnieuw het plezier van een ?ouderwetse" sportwagen moet bezorgen. De verrassing van het salon was echter de terugkeer van Isotta Fraschini, een merk dat in de jaren '20 en '30 naam en faam verwierf met zijn luxueuze 8-cilindermodellen. Het merk verdween ?definitief" van het toneel in 1948 toen van het Monterosa-prototype geen opvolgers meer werden gebouwd. De merknaam werd in 1993 door Fissore gekocht, een zeer kleine fabrikant van luxueuze terreinwagens. Giuliano Malvino, de man achter het project, wil de naam laten herleven. Maar sinds het Bugatti-debacle wordt zo'n poging met het nodige scepticisme bekeken. De eigenaar houdt staande dat de T8 een geduchte concurrent zal worden in het segment van GT-wagens waarvan er jaarlijks zo'n 50.000 worden gebouwd. In tegenstelling tot Bugatti, dat het zichzelf moeilijk maakte door alle onderdelen zelf te willen produceren, bewandelt Malvino een voorzichtiger pad. Zijn eersteling wordt geheel van een Audi-mechaniek voorzien, terwijl het Berlijnse bedrijf I.A.V. (waarvan Volkswagen aandeelhouder is) zich over de productie en de homologatie buigt. De T8, voorzien van een Audi V8-motor die 300 pk ontwikkelt, en een topsnelheid van 250 km/uur in het vooruitzicht stelt, wordt permanent op de vier wielen aangedreven en krijgt een automaat met Tiptronic mee. Of het hier om meer dan een hardnekkig geval van nostalgie gaat, wordt eerstdaags duidelijk.