Vis is gezond, dat weet iedereen. Maar kan men met een schoon geweten onbeperkt vis blijven eten, nu er een aantal soorten in bepaalde zeeën op het punt staat te verdwijnen ? Het teruglopen van een bepaalde soort heeft meestal te maken met overbevissing maar ook met milieuveranderingen. In beide gevallen ligt het gedrag van de mens aan de basis. De bewuste consument maakt onderscheid tussen 'goede' vis (volop voorradig) en 'foute' vis (door overbevissing bedreigd). Het is voor de liefhebber echter niet simpel om te weten wat nu 'goede' of 'foute' vis is. Haring wordt nauwelijks meer gevangen door onze Noordzeevissers. Die enkele haringen die er nog in de Noordzee zwemmen, kan de visser beter met rust laten. Alle haring uit de Noordzee is dus 'foute' vis. Maar in de koude noordelijke zeeën is deze soort voorlopig nog volop beschikbaar. Haring, gevangen door Noorse vissers, is dus 'goede' vis. De verbruiker moet bijgevolg eerst weten waar de vis gevangen is en vervolgens moet hij/zij nog weten of de specie door overbevissing is bedreigd. Pas dan kan hij de vis als 'goed' of 'fout' klasseren.
...

Vis is gezond, dat weet iedereen. Maar kan men met een schoon geweten onbeperkt vis blijven eten, nu er een aantal soorten in bepaalde zeeën op het punt staat te verdwijnen ? Het teruglopen van een bepaalde soort heeft meestal te maken met overbevissing maar ook met milieuveranderingen. In beide gevallen ligt het gedrag van de mens aan de basis. De bewuste consument maakt onderscheid tussen 'goede' vis (volop voorradig) en 'foute' vis (door overbevissing bedreigd). Het is voor de liefhebber echter niet simpel om te weten wat nu 'goede' of 'foute' vis is. Haring wordt nauwelijks meer gevangen door onze Noordzeevissers. Die enkele haringen die er nog in de Noordzee zwemmen, kan de visser beter met rust laten. Alle haring uit de Noordzee is dus 'foute' vis. Maar in de koude noordelijke zeeën is deze soort voorlopig nog volop beschikbaar. Haring, gevangen door Noorse vissers, is dus 'goede' vis. De verbruiker moet bijgevolg eerst weten waar de vis gevangen is en vervolgens moet hij/zij nog weten of de specie door overbevissing is bedreigd. Pas dan kan hij de vis als 'goed' of 'fout' klasseren. Voor iemand die consequent milieubewust leeft, is vis ook 'fout', wanneer hij de halve wereld heeft rondgereisd. Transport van voedsel heeft immers effecten op het milieu. Door Noorse vissers gevangen kabeljauw en haring zijn 'goed', wanneer men de in Noorse zeeën ruim voorradige en overheerlijke koudwatervissen in Noorwegen consumeert. Dezelfde vis wordt 'fout' wanneer hij per vrachtwagen naar België wordt vervoerd. De meeste garnalen uit onze supermarkten komen uit Nederland. Om ze goedkoop te pellen sturen de Nederlandse handelaars ze per vrachtwagen naar lagelonenlanden als Marokko. Wanneer de garnaal uiteindelijk in de rekken van onze supermarkt belandt, is het beestje flink 'fout'. En zo kunnen we verder gaan. Zelfs heel wat gekweekte vis wordt op deze manier 'fout' : zalm wordt in Schotland gekweekt, tilapia in Zimbabwe, tijgergarnalen in Azië, tarbot in Spanje en paling in Maleisië. Hoe ver de consument daarin wil gaan, maakt ieder voor zich uit. Vis kan ook 'fout' worden als de vangstmethode weinig milieuvriendelijk is. Veel platvis wordt binnengehaald via boomkorvisserij, waarbij stalen kettingen over de zeebodem slepen en daar veel schade aanrichten. Bovendien is het energieverbruik van de vaartuigen extreem hoog : tot 7000 liter diesel per visdag. De vloot efficiënte vissersboten groeit verder. Een voorbeeld van menselijke gretigheid is het Amerikaanse schip Alaska Ocean, dat zeven dekken heeft. Aan boord verwerken 125 mensen in één dag 600.000 kilo pollak tot surimi (surrogaatkrab). Volgens het WWF haalt de gemoderniseerde vissersvloot twee keer zoveel vis uit zee dan ecologisch verantwoord is. Het teruglopende bestand van 200 waardevolle soorten heeft tot gevolg dat de vis duurder wordt betaald, waardoor de vissers alles in het werk stellen om de goed betaalde vangst nog snel, vóór de collega's, boven te halen. De visser stelt zich geen vragen, want hij krijgt meer dan ooit betaald voor een kilo vis. Het zijn al lang niet meer alleen Japanners, die verlekkerd zijn op tonijn. Hierdoor werd tonijn zo schaars, dat de prijzen recordhoogtes halen. Op de eerste veiling van dit jaar verkocht de veilingmeester een in Japan erg gegeerde blauwvintonijn van 200 kilo voor het recordbedrag van 4,1 miljoen yen (meer dan 25.000 euro) ! Hoe slechter het gaat met het visbestand, hoe beter het gaat met de visserij ! Aanhangers van deze kortzichtige gang van zaken vergeten dat een herstel van de sterk uitgedunde visbestanden mettertijd wereldwijd 25 procent meer vangst zou opleveren. Met instandhouding van de populatie ! Is er dan niemand die deze negatieve spiraal kan doorbreken ? De hoop is gevestigd op de overheid, maar daar ontbreekt het vaak aan moed om de juiste beslissingen te nemen. De Europese overheid schiet ter hulp door in bepaalde gebieden vangstbeperkingen op te leggen. Vissers vinden dat niet leuk. Maar gebeurt dat niet, dan zijn de zeeën binnen afzienbare tijd leeggevist. Er bestaan allerlei intergouvernementele organisaties die een oogje in het zeil houden, zoals ICES (International Council for Exploration of the Sea) of de FAO (de landbouw- en voedselorganisatie van de VN), die richtlijnen opstelde waaraan labels voor wildgevangen vis moeten voldoen. Een belangrijk keurmerk is het MSC-label. Het wordt toegekend aan producten die het milieu zo min mogelijk kwaad doen en de visstand op peil houden. Multinationals als Unilever gebruiken het MSC-label al enkele tijd voor vis uit duurzame bronnen. In België is de Stichting Duurzame Visserij Ontwikkeling actief. De VLAM (Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing) doet ook mee en lanceert een nieuwe campagne met de slogan "Vis, zoveel lekkers dat er is". Met deze actie probeert VLAM de aandacht te vestigen op de kwaliteit van minder bekende soorten. Om overbevissing tegen te gaan, werken vissers tegenwoordig met een quotum. Dat bepaalt de hoeveelheid van een soort die per visser per gebied gevangen mag worden. Ook het totaal is vastgelegd en om dat niet te overschrijden, gooien de vissers de soorten die niet genoeg opbrengen of die wettelijk te klein zijn, terug de zee in. Maar dertig procent daarvan gaat dood terug over boord. De bijvangst is een probleem, want in de netten steken ook zeezoogdieren en andere dieren die waardeloos zijn voor de visser en de consument, maar uiterst waardevol voor het milieu ! De overheid is er nog niet in geslaagd om een vangstverbod op te leggen in de periode dat de vis kuit draagt. Met zo'n verbod zou men het ecosysteem van de zee zo min mogelijk verstoren. De eitjes zijn immers de garantie voor de aanvulling van een soort. Daar komt nog bij dat vis die kuit draagt van beduidend mindere kwaliteit is. De overheid heeft wel moeite gedaan om de visserijvloot in te perken, om zo de vangstcapaciteit terug te dringen. Er wordt wereldwijd meer dan 120 miljoen ton vis geproduceerd. Door de groeiende wereldbevolking neemt de vraag naar vis blijvend toe. Tegelijk neemt het aanbod aan wilde vis af. De wereldzeeën kunnen nog slechts 50 miljoen ton wilde vis leveren zonder de visstand in gevaar te brengen. Het tekort aan wilde vis wordt aangevuld met gekweekte vis. De aquacultuur is de snelst groeiende voedselproductie ter wereld maar voorkomt overbevissing en de roofbouw op de zee voorlopig nog niet. Stichting De Noordzee ( www.noordzee.nl) stelde een handige viswijzer op om te raadplegen bij bezoek aan winkel of restaurant. Het beknopte lijstje past in de portefeuille. Voor wie meer wil weten is er 'De Goede Visgids, vis eten met een goed geweten' van Wouter Klootwijk (ISBN 90.6097.650.9). Meer info : www.goedevis.be.Door Pieter van Doveren I Foto's Tony Le Duc