Annemie Struyf / Foto's Lieve Blancquaert
...

Annemie Struyf / Foto's Lieve BlancquaertDirk: "Het gaat om de uitdaging, iets doen wat anderen niet kunnen. En om de overwinning natuurlijk, het gevoel beter te zijn dan de anderen. Alles wat geldt voor een andere sport, geldt bij uitstek voor triatlon. Juist door dat extreme aspect - niet één, maar een combinatie van drie disciplines - is het een sport waar velen naar opkijken. Want in essentie betekent triatlon: op álle vlakken grenzen verleggen. Triatleten zijn meestal mensen met een sterk karakter. Die iets uitzonderlijks willen bereiken zonder zich te bekommeren om de tijd en de inspanning die dat kost. Voor het geld hoef je het zeker niet te doen. Een topper kan wel iets verdienen, als amateur win je in het beste geval eens een paar loopschoenen." Marc: "Een goeie plaats behalen, dáár draait alles om. Over de streep komen en weten: 'Ik ben de beste!' Dat is een onbeschrijfelijk gevoel. Opnieuw en opnieuw blijf je die wedstrijd herbeleven: 'Toen ben ik uit het water gekomen. Toen heb ik die-en-die gelost.' De mooiste overwinningen zijn die waarvoor je hebt moeten knokken, de hele wedstrijd lang, om pas op het laatst je slag te slaan. Een al te gemakkelijke zege, daar is niets aan. Om te kunnen winnen, moet je kunnen vechten. Grote namen achter je kunnen laten. Je wilt hoger en hoger. Belgisch, Europees niveau halen en ten slotte de wereldtop bereiken. Een Iron Man winnen. Dan pas ben je tevreden." Marc en Dirk zijn tegengestelde types. Ja, les extrèmes se touchent. De ene jong, open en impulsief. De andere ervaren, verlegen, bedachtzaam. Met een voorzichtige glimlach kijken ze terug op de tijd, toen Marc, nog gevaarlijk onbesuisd, en gedreven door een waan van onkwetsbaarheid, zijn triatloncarrière begon. Dirk: "Marc barstte van talent, maar was eigenzinnig en luisterde niet naar coaches. Hij kickte op extreme uitdagingen, doorgedreven inspanningen die anderen niet aankonden. Als iemand honderd kilometer per week trainde, deed hij er vijftig meer. Als een andere atleet tien wedstrijden per jaar afwerkte, wilde hij er dertig. Hoe langer, hoe gekker. Hij liep met gewichten aan zijn armen en benen, om de inspanning toch maar zwaarder te maken. Zo wilde hij op een dag het wereldrecord touwtjespringen verbeteren, zonder te weten dat hij, volgens het reglement, om het uur tien minuten rust mocht nemen. Op die manier sprong hij zes uur aan één stuk door. Steeds verder wilde hij over zijn limieten gaan. Kreeg hij een trainingsschema, dan probeerde hij dat te verpulveren. Werd hij uitgedaagd, dan was hij tot de meest extreme dingen in staat." Marc: "Zo liep ik ook mijn eerste marathon. 'Jij kunt dat niet', lachten mijn vrienden. 'Wel waar', pochte ik en we sloten een weddenschap. En ja, twee weken later liep ik, zonder enige training, de marathon van Berchem. Ik zat onmiddellijk bij de kopgroep, liep op vleugels en merkte tot mijn verbazing dat ik almaar meer lopers achter mij liet. En stel je voor, als achttienjarige eindigde ik op de vierde plaats! In 2 uur en 35 minuten. 'Zie je wel?' dacht ik bij mezelf, genietend van de euforie. Wat later begon ik te fietsen, en toen ik voelde dat ook dat goed ging, wist ik: 'Waw, triatlon is mijn sport. Nu nog zwemmen.' Ik was in staat de signalen van mijn lichaam volledig te negeren, en uitsluitend op mijn wil verder te gaan. Vaak kwam ik totaal kapot, duizelig en misselijk over de eindstreep, maar een half uur later, na een goede douche, had ik alweer dat fantastische gevoel. Trots dat ik zo diep gegaan was, dat ik mijn lichaam alweer over de grens gejaagd had. Ergens in mijn achterhoofd wist ik wel dat ik op die manier meer afbrak dan opbouwde, maar toch bleef ik mezelf afbeulen: harder trainen, nog meer wedstrijden lopen." D irk: "Dat hij daar niet beter van werd, zag hij zelf niet in. Wie te hard en onberedeneerd doorduwt, moet dat altijd bekopen. Niet dankzij, maar ondanks zijn zotte kuren presteerde hij af en toe uitstekend. Maar om op wereldniveau te kunnen meedraaien, moest hij dat impulsieve laten varen. Dat is ook de reden waarom je in de grote wedstrijden nooit jonge ukkies ziet. In de loop der jaren moet je heel geleidelijk, met veel verstand en labeur, een volledige triatlon opbouwen. Eerst een kwart, dan een halve triatlon, verder en verder, tot je uiteindelijk met een uiterst gedisciplineerde levensstijl en een uitgekiend trainingsschema, de volledige rit uitdoet." Marc: "Pas vorig jaar besefte ik dat ik een goede coach moest zoeken. Die heb ik gevonden in Paul Van Den Bosch, en als een godsgeschenk kreeg ik er Dirk meteen als trainingsmaat bij. Hij is een kei in zijn vak, bijna veertig en al zeventien jaar met triatlon bezig, en hij presteert nog steeds op wereldniveau. Hij is uitzonderlijk gedreven, leeft voor zijn sport en is gespecialiseerd op alle terreinen: voeding, slaap, doseren, tempo maken, trainingsschema's. Met Dirk als persoonlijke begeleider heb ik in Hawaï in drie weken meer opgestoken dan al die jaren voorheen. Ik weet best dat het in triatlon niet gebruikelijk is dat een ervaren sporter zijn geheimen aan een jongere prijsgeeft. Tenslotte blijf je in de wedstrijd elkaars concurrenten en bovendien eist topsport al je tijd en energie op. A la limite heb ik mijn prestatie in Hawaï aan Dirk te danken. En ja, ook dit jaar wilden we het zo doen. Samen op stage, samen naar Hawaï. Dus zijn we in Lanzarote gaan trainen..." En dan gebeurt dit. Het ondenkbare, het onnoembare. Dirk knikt, slikt. Droefheid tekent zijn gezicht. En opnieuw, voor de zoveelste keer wellicht, vertelt hij over het ongeval. Hoe hij het zag gebeuren. Die vreemde hoek in dat bekken. Hoe Marc zich niet meer kon bewegen. Hoe hij hem probeerde te troosten, moed in te spreken: "Een geklemde zenuw misschien." Hoe lang het duurde voor de ambulance arriveerde. Hoe die beelden hem die eerste weken bleven achtervolgen, elke seconde van de dag. "Het was zo'n banale val", zegt hij schor, "zo'n stom toeval. Eventjes van de weg afwijken, dat overkomt elke renner tien keer per jaar. Als je geluk hebt, kom je er zonder één schrammetje van af. Als je pech hebt, gebeurt dit."Marc: "Nu is het gedaan. Van veertig uur training per week naar niets meer. Totaal bewegingsloos. Na mijn val wist ik het meteen. 'Ik ben een bikkel', zei ik onmiddellijk tegen Dirk, 'maar deze val kom ik nooit meer te boven.' ( stil, triest) Dit meemaken, als topsporter, is vreselijk. Acht jaar lang heb ik geïnvesteerd en net als het tijd is om de vruchten te plukken, gebeurt dit. Je hele leven dat in enkele seconden tijd wordt weggeslagen. Voor mij is dat nauwelijks te accepteren, want het enige wat mij interesseerde, was: bewegen, bewegen, bewegen. Altijd en overal. Hierheen, daarheen. Trainen, trainen, trainen. Mijn lust en mijn leven. Jarenlang ben ik onafgebroken met mijn lichaam bezig geweest. Altijd gezorgd dat mijn lijf perfect in orde was, mijn spieren afgetraind. ( wijst naar zijn benen) En kijk, in drie weken tijd zijn mijn benen nog de helft van wat ze ooit geweest zijn. Mijn spieren smelten als sneeuw voor de zon. Dát vind ik nog het ergste." Onaangekondigde bezoekers kloppen op de deur van Marcs ziekenkamer. "Nu niet", fluistert hij, "vraag hun nog even op de gang te wachten." Beleefd verzoek ik hun nog wat geduld te oefenen. Ze glimlachen begrijpend. Een koppel, de armen vol bloemen en snoepmanden. En enkele rolstoelpatiënten die een praatje willen maken met de grote triatleet.Marc zucht: "Pas na enkele dagen begon ik mij te realiseren dat alles wat ik leuk vond, onmogelijk geworden was. Voltooid verleden tijd. En dat ik de mogelijkheden die mij nog resten - zittende activiteiten, een kantoorjob - altijd had gehaat. ( lang stil) Dit is lood-loodzwaar. Heel wat mensen hier ( in het revalidatiecentrum) zijn depressief. Sommigen kunnen alleen hun hoofd nog bewegen. Het had veel erger kunnen zijn, denk ik dan. Maar als ik dan weer tv kijk, en al die mensen zie voetballen, springen, lopen en dansen. Tja... Vroeger was alles zo makkelijk, nu vraagt alles onmenselijk veel moeite, tijd en energie. Naar het toilet gaan, douchen. Zielig hoor, als je mij in de badkamer bezig zou zien. Maar ik hoop toch - heel, heel hard - dat de medische wereld in de loop der jaren nog iets zal vinden om mij te helpen. Of dat mijn lichaam zich op de een of andere wonderbaarlijke manier toch nog een beetje zal kunnen herstellen. Al weet ik dat die kans klein is. Heel klein. ( plots heftig) Deze keer is het géén kwestie van oefenen en doorbijten en trainen. Anders zou ik hier dag en nacht 'in de touwen hangen'. Maar hoe hard ik hier ook werk, altijd is er die limiet waar ik niet voorbij kan. Verlamd zijn! Ik zou écht niet weten wat nog erger is." "'Waarom ik?' vraag ik me dikwijls af. Ik, die nooit een vlieg heb kwaad gedaan. Ik, die nooit met andermans leven heb gespeeld. Er zijn genoeg jonge kerels die zich bedrinken en andere levens in gevaar brengen. Zoiets heb ik nooit gedaan. Waarom dan ik?"Alweer bezoekers. Alweer verwijs ik ze naar de gang. Dirk bijt op zijn lip: "Mijn eerste reactie, na het ongeluk, was: 'Stoppen. Onmiddellijk.' Maar 's avonds had ik mijn vrouw aan de lijn en zij heeft mij aangemoedigd om verder te doen. En ja, ik heb beslist: nog één jaar doe ik triatlon.""Natuurlijk moet hij verder!" zegt Marc vol overtuiging, "Omdat ik verongelukt ben, hoeft hij toch niet te stoppen? Dán zou ik mij pas slecht voelen! Neen, hij mag blij zijn dat hij nog gezond is, dat hij die ongelooflijke sport nog verder kan beoefenen. En ja, ik zal de triatlon blijven volgen. Ik respecteer ze allemaal, de atleten, want ik weet wat het hun kost. En sowieso blijf ik sport fantastisch vinden. Wie sport, heeft geen tijd voor stommiteiten, blijft weg van de straat en van allerlei crimineel gedoe.""En wie aan topsport doet, houdt zich met niets anders meer bezig", merkt Dirk nuchter op. Zijn woorden zijn als troost bedoeld. "Een triatleet moet voortdurend op zijn voeding, zijn slaap, zijn lichaam letten, zijn sociaal leven staat op een heel laag pitje. In die zin is sport een heel egoïstische bezigheid. Je bent alleen met jezelf bezig, constant, het hele jaar door. ( tot Marc) Misschien krijg jij nu tijd voor alles waar nooit tijd voor was." "Dat hou ik mezelf ook voor", knikt Marc, "al die dingen die ik mij vroeger niet kon permitteren - bij vrienden op bezoek gaan, langer opblijven, eens flink doorzakken - zal ik nu volop kunnen doen. Maar het blijft moeilijk en mijn stemmingen wisselen enorm. De ene dag weet ik zeker dat ik ook met dit lichaam gelukkig kan worden, de volgende voel ik mij barslecht. Het leven tussen rolstoelpatiënten valt mij bijzonder zwaar. Ze zoeken elkaar ook voortdurend op. 'Kom je niet in de basketbalploeg spelen?' vragen sommigen. Maar dat zegt mij niets. Ik wil zo snel mogelijk terug tussen 'gewone mensen' leven. Zoals vroeger. Met mijn oude vrienden naar de fitness gaan. Niet met rolstoelpatiënten! ( verontwaardigd) Gehandicapten noemen ze dat. Dat woord alleen al! Ik heb hier nog heel wat te leren: in en uit de rolstoel, rijden, bochten nemen, me wassen en verzorgen. 'Goed gedaan', zeggen ze soms, 'ga nu maar even de krant lezen.' ( ongeduldig) Maar veel liever wil ik onmiddellijk de volgende oefening aanpakken. Ik zit hier niet voor mijn plezier. Ik wil naar huis, zo snel mogelijk, om daar te bekijken hoe het verder moet. Dan wil ik tijd voor mezelf. Kijken welke mogelijkheden ik nog heb. Ik zal een nieuwe uitdaging moeten vinden. Iets beginnen, maar wat?" "De afgelopen weken heb ik 1001 angsten doorstaan: 'Help, dit kan ik niet meer. Hoe zal dat gaan? Kan ik dit nog aan? En dat?' Ontelbare, gigantische, onoplosbare vragen komen op mij af. Daarom probeer ik niet te veel aan de toekomst te denken. Met de dag te leven. Dat doet ook mijn vriendin. Ze is sterk, positief, praat nog wel over de toekomst, al denk ik dat ze voorlopig te weinig tijd heeft om bij alle consequenties stil te staan. ( slikt) Vorig jaar hadden we onze toekomst mooi uitgestippeld: bouwen, trouwen, kinderen krijgen. In een fractie van een seconde zijn al onze toekomstplannen grote vraagtekens geworden." Dirk knikt, vertelt hoe ook zijn kijk op het leven veranderd is. "Zoveel dingen relativeer ik nu. Vorige week, bij een zwemwedstrijd, zag ik hoe een meisje van twaalf, net voor het startschot, in het water sprong en prompt begon te wenen. Toen de trainer hard tegen haar uitvloog, moest ik mezelf bedwingen niet tussenbeide te komen. ( heftig) Waar gáát het in dit leven toch om?" Marc begrijpt hem. "Heel vaak denk ik aan vroeger. Wat heb ik me soms toch om onbenulligheden druk gemaakt! Belachelijke dingen waar ik slecht gezind om werd."Dan komt vriendin Martine een kijkje nemen. Een frisse verschijning. Open en energiek. Ze gaat naast Marc op het bed zitten en luistert, heftig instemmend, naar hem. "Weet je wat ik zo frustrerend vind? Dat ik nu zoveel meer mediabelangstelling krijg dan vorig jaar, na mijn prestatie in Hawaï. Te midden van zo'n sterk deelnemersveld eindigde ik zesde, de jongste uit de toptien. Is dat niet typisch voor de Belgische mentaliteit? In plaats van iemand te koesteren die een goeie prestatie neerzet, zien ze hem liever afgaan."Het is een gevoelig punt. Niet alleen voor Marc. Ook Dirk Van Gossum heeft een indrukwekkend palmares, draait al jaren mee op wereldniveau en viel slechts twee keer uit de topvijf. Toch bleef ook hij voor het grote publiek en de media altijd in de schaduw van Luc Van Lierde. "Vroeger lag ik daar wel eens van wakker," zucht Dirk gelaten, "waarom hij wel en wij niet? Maar na al die jaren leer je daarmee te leven. Qua geld en roem ben ik er niet rijk van geworden, qua ervaring wel." "O ja", knikt Martine overtuigd, "dat geldt ook voor ons. Ook mijn leven stond volledig in functie van de triatlon, en daar heb ik nog geen seconde spijt van gehad. Integendeel, na wat er gebeurd is, zijn de mooie herinneringen mij nog veel dierbaarder geworden. Toen ik onlangs op televisie opnieuw die beelden van Hawaï zag, was ik enorm gepakt. Wat een prestatie! In één klap was alle kritiek weerlegd en wist de hele wereld dat hij talent had. ( slikt) Ja, hij is in schoonheid geëindigd." Haar stem trilt een beetje, de sfeer in de kamer is broos en kwetsbaar. "En de toekomst?" gaat zij dapper verder, "die zal niet langer in functie van de triatlon, maar van de rolstoel staan. Met alle plezier heb ik mij aan de sport aangepast, met alle plezier zal ik mij ook aan de rolstoel aanpassen. En ja, ik wil nog altijd bouwen. Gelukkig hebben we dat nog niet gedaan, nu kunnen we onze woning aanpassen. En ja, ik wil nog altijd trouwen."Ernstig en bleek kijkt Marc haar aan. En terwijl zij - lachend, recht in zijn ogen - terugkijkt, zegt zij nadrukkelijk tegen mij: "En ik hoop, uit de grond van mijn hart, dat hij dat ook nog altijd wil. Verder hadden we niet zoveel plannen. Vooral Marcs leven is overhoop gegooid. Voor ons, als koppel, hoeft er niet zoveel te veranderen. Natuurlijk, als hij ongelukkig is, ben ik ook ongelukkig. Het had nog veel erger kunnen zijn, denk ik vaak. Als hij die val niet had overleefd, dán pas was mijn leven, mijn toekomst kapot. Nu niet!"Alweer bezoek. Met paaseieren deze keer. Op de gang vormt zich stilaan een rij wachtenden, mijn tijd is op, dus ruim ik plaats voor hen. Dirk blijft nog even."Wees voorzichtig", roept Marc me na. Ik draai me om, hij kijkt me aan, zonder enige spot of ironie. "Ik méén het", zegt hij droog, "een ongeluk ligt in een klein hoekje. Alle clichés zijn waar."Martine loopt nog even met me mee, en ontsnapt even aan de bezoekersstroom. "Met onaangekondigd bezoek heb ik het echt moeilijk," zegt ze, "dan bekruipt me soms de neiging heel hard te gaan gillen. We doen ons best het bezoek zo goed mogelijk te spreiden zodat we, van acht tot negen, toch nog een uurtje voor onszelf hebben. Dan nemen we ook de telefoon niet op. Dat beetje privacy is mij zo kostbaar. Pas rond halfelf ben ik weer thuis. Dan eet ik nog iets, praat ik nog even met mijn ouders en ga ik slapen. 's Ochtends om 7.15 uur vertrek ik alweer naar mijn werk, in Antwerpen. Daarna kom ik naar hier. Vermoeiend hoor, elke dag dat traject Wuustwezel - Antwerpen - Gent - Wuustwezel. Tijdens het weekend kan het gelukkig iets rustiger."De cafetaria van het revalidatiecentrum lonkt, lekker leeg. Nog even kletsen, nog even stoom afblazen. Dit meisje fascineert me. Zo opgewekt, zo positief. "Dit weekend komt hij voor het eerst naar huis," vertelt ze opgetogen, "en ik ben er zeker van dat we daar allebei heel erg van zullen genieten. Het is de eerste keer sinds het ongeluk dat we weer samen zullen slapen. In januari was hij bijna de hele maand op stage, daarna is hij niet meer thuis geweest. Oké, de thuiskomst zal zwaar, moeilijk en emotioneel zijn, maar ook heel goed. Ik kijk er zo ongelooflijk naar uit. Samen wakker worden. Het zondagochtendritueel: naar Ketnet, Samson en Papyrus kijken. Lekker ontbijten. Alles heel rustig. Ik was altijd degene die van traagheid hield: uitslapen, tv-kijken. 'Misschien word ik nu ook wel zo', zei Marc onlangs." Kinderen? Vrijen? Seks? Ik durf het haar niet te vragen, al spelen die thema's voortdurend door mijn hoofd. Misschien leest ze de vragen wel in mijn blik, want voorzichtig snijdt ze zelf het thema aan. "Kinderen van ons beiden? In Spanje beweerden ze dat dat uitgesloten is, hier denken ze dat het nog kan. Natuurlijk niet op de gewone manier. Niet ik, maar vooral Marc is gek op kinderen. Voor hem zijn zij dus misschien wel belangrijker dan voor mij. ( fijntjes) En natuurlijk zullen we opnieuw moeten leren omgaan met elkaar, ook lichamelijk. Heb je gehoord wat de deelnemers aan Expeditie Robinson zeiden? 'In extreme omstandigheden is seks gewoon het laatste waar je aan denkt.' Dat merk ik nu ook. Momenteel eisen zoveel dringende, praktische zaken mijn aandacht op dat al het andere naar de achtergrond verdwijnt. Wat ons nu bezighoudt, is dit: eerst terug naar huis, daarna eindelijk wat privacy bemachtigen. Daarna zien we wel verder. Ik ben trouwens vooral een knuffelbeest. En knuffelen, elkaar vastpakken, dat kunnen we nog altijd." "Wijze meid", denk ik, al vraag ik mij af of ze zich niet al te stoer en sterk houdt. Ze lacht om mijn bezorgdheid. "Ook ik sta elke dag opnieuw verbaasd van mezelf. Nooit had ik gedacht dat ik zo positief zou reageren. Verzorging en verpleging, dat schrikte mij vroeger heel erg af. Mijlenver bleef ik uit de buurt. Nu merk ik dat dit alles mij weinig moeite kost. Daarnet heb ik Marcs benen gewassen. Ja, ik weet best hoe zijn lichaam veranderd is. Maar dat aspect houdt mij nauwelijks bezig. Ik ben vooral bezorgd dat hij 'krachten' zou verliezen. Hij is bang om dik te worden, maar ik wil dat hij voldoende eet. Verder probeer ik alle praktische problemen die zich zullen aandienen, zo realistisch mogelijk in te schatten: 'Zal dit nog mogelijk zijn? Kan hij dat nog doen? Kan hij hier nog binnen?'""Geen enkel aspect van het dagelijks leven ontsnapt aan wat er is gebeurd. Wees gerust, ik ben geen dromer en kan mij best voorstellen dat zoiets voor sommige relaties te zwaar om dragen is. Maar op dit moment geloof ik in de toekomst. Waarom zou ik er dan niet voor gaan? Marc als mens is trouwens niet veranderd. Gelukkig maar. En ja, ik héb geweend. Die eerste avond na dat noodlottige telefoontje brak er iets in mij en heb ik heel hevig gereageerd. En ook in Spanje, toen ik hem eindelijk gezien had, kreeg ik een zware klap. De emoties - de shock, de angst, maar ook de opluchting dat hij nog leefde - hadden me totaal uitgeput. Sindsdien heb ik geen huilbuien meer gehad, al staat het water mij soms erg hoog. ( strijdlustig) Maar ik wil niet in een hoekje zitten treuren, terwijl hij mij nodig heeft. Ik wil niet samen onderuitgaan. Als hij weer wat sterker is, komt er misschien wel een moment waarop hij mij troosten kan." Door het raam van de cafetaria zien we Dirk Van Gossum vertrekken. Gesloten, in gedachten, handen in de jaszakken. "Straks neemt hij deel aan de triatlon van Lanzarote", zegt Martine peinzend, "op het parcours waar het ongeluk is gebeurd. Ik hoop zo dat hij daar wint. Dat hij eindelijk eens al de aandacht krijgt die hij verdient. Dat ook hij in schoonheid kan eindigen. En als Marc naar die wedstrijd wil gaan, zal ik met hem meegaan. Al zal dat voor ons beiden heel moeilijk zijn. Eerst dacht ik: 'Bah, nooit meer triatlon voor mij!' Maar eigenlijk heeft dit ongeluk niets met de discipline te maken en vind ik triatlon nog altijd 'de sport der sporten'. Ja, ik zal de Iron Man en alle andere grote wedstrijden met speciale aandacht blijven volgen, maar altijd met de bijgedachte: 'Ja, nu Marc er niet meer bij is, hebben jullie het een stuk gemakkelijker, hé.' Want voor mij blijft Marc dé triatleet, dé absolute top." "Weet je wat ik zo frustrerend vind? Dat ik nu zoveel meer mediabelangstelling krijg dan vorig jaar, na mijn prestatie in Hawaï.""Voor mij is dit nauwelijks te accepteren, want het enige wat mij interesseerde, was: bewegen, bewegen, bewegen. Trainen, trainen, trainen.""Ik wil niet in een hoekje zitten treuren, terwijl hij mij nodig heeft. Als hij weer wat sterker is, komt er misschien wel een moment waarop hij mij troosten kan."