Vanwaar ik woon in Berlijn, tweehoog in een wat afgeleefd deftig pand, heb ik een prachtige uitkijk op het met rozen en linden beplante plateau waarop de Wasserturm staat, het hoogste punt van Prenzlauer Berg. Het witblauwe licht dat hier binnenglijdt en deze stad ook voor schilders tot een eldorado maakt, is adembenemend. Eind negentiende eeuw werd de toren gebouwd om een razendsnel groeiende arbeiderswijk te bevoorraden, in wat 's werelds meest swingende metropool was. Met het nationaalsocialisme kwam hier in 1933 het allereerste concentratiekamp. Volgden twee oorlogen, één waarin alles wat rechtstond werd neergehaald, en een Koude, waarin de Muur werd opgetrokken.
...

Vanwaar ik woon in Berlijn, tweehoog in een wat afgeleefd deftig pand, heb ik een prachtige uitkijk op het met rozen en linden beplante plateau waarop de Wasserturm staat, het hoogste punt van Prenzlauer Berg. Het witblauwe licht dat hier binnenglijdt en deze stad ook voor schilders tot een eldorado maakt, is adembenemend. Eind negentiende eeuw werd de toren gebouwd om een razendsnel groeiende arbeiderswijk te bevoorraden, in wat 's werelds meest swingende metropool was. Met het nationaalsocialisme kwam hier in 1933 het allereerste concentratiekamp. Volgden twee oorlogen, één waarin alles wat rechtstond werd neergehaald, en een Koude, waarin de Muur werd opgetrokken. Toen dit stadsdeel nog DDR was, hadden zich hier al de Alternativen gevestigd, en toen in 1989 met de Wende ook de DDR en de Muur verdwenen, evolueerde Prenzlauer Berg al snel tot de hipste wijk van het Europese continent, vanwege attracties als de Klub der Republik, waar de easyjetset uit heel Europa zich kwam uitleven. Zelfs die Klub is er sinds kort niet meer, vanwege de overlast. Berlijnse vrienden schudden meewarig het hoofd bij het noodlot dat mij deed besluiten om mijn trashy penthouse aan de rand van Kreuzberg, in een niemandsland van Turken, Polen en graffiti, in te ruilen voor de Prenzlauer Berg. Het ruige bos rond de Wasserturm maakte plaats voor zorgvuldig aangelegde rozenstruiken, en waar men vroeger kwam raven, wordt nu alleen nog uitbundig op de twee trampolines onder mijn raam gesprongen. En dan heb ik het nog niet over de badmintonners, joggers, barbecues, verjaardagsfeestjes en betonnen pingpongtafels gehad. Ver van mij om daarover te klagen : ik ga ervan uit dat dit nu eenmaal de dingen zijn die je erbij moet nemen als je in een pretpark leeft. En Berlijn is een pretpark, al dekt het woord niet helemaal de lading. Liefdesnest of Lusthof klinkt bij wijze van contrast ook al mooi. Want anders dan in een pretpark speelt geld hier amper een rol. Met zijn oppervlakte van goed 900 km² is het ongetwijfeld een grootstad. Maar stress ? Agressie ? Als Berlijners daar al eens over klagen, geloof ze dan nooit. Zoals dat gaat bij vakantieparadijzen is Berlijn voor velen slechts een tussendoortje, waaruit men na een paar jaren weer wegtrekt. Het aantal inwoners schommelt daardoor nog altijd rond 3,5 miljoen, amper meer dan toen aan het eind van de Tweede Wereldoorlog enkel nog de vrouwen overbleven. Dat maakt de leegstand en het aanbod hier nog altijd gigantisch groot. Wordt de ene buurt wat te eng, ook van geest, dan verhuist men gewoon met zijn allen naar elders - vandaag zijn dat bijvoorbeeld Wedding en het westelijke deel van de stad, vanwaaruit indertijd iedereen oostwaarts getrokken was. Na de eenmaking zijn de industrie en het grote geld de kunstenaars niet gevolgd, en in het zuiden van het land blijven hangen. De staat van permanente crisis die dat met zich meebracht, maakte Berlijn tot - zoals dat in vaktaal heet - Europa's eerste postindustriële metropool : een gigantisch lab waar op alle denkbare terreinen aan een alternatief gesleuteld wordt. Dat alles heeft een samenlevingsvorm opgeleverd waarin van de nood een deugd maken tot kunstvorm werd verheven, en begrippen en waarden als recycleren en ruilhandel een ontzettend grote rol spelen, net als samenwerken en de cultuur van het delen, en waar de traditionele consumptie-industrie, met zijn mode en trends, amper nog greep op heeft. Berlijn is een relatief jonge stad, en had zijn bloei vooral te danken aan het feit dat het zich als een vrijhaven opstelde voor wie anders dacht. En dat zit nog altijd in de genen. Het is een uiterst tolerante stad. ?Arm maar sexy", zoals burgemeester Wowereit het verwoordde in een slogan die intussen door Berlijn tot embleem werd verheven. Die vreemde en unieke mengeling van Genuss en Gemütlichkeit gaat hier voor alles. Geen wonder dus dat Berlijn ook nog eens Europa's meest groene metropool is, waar je je zaken 's middags aan een van de vele stranden afhandelt, of 's winters in een café, om dan 's avonds wat cultuur mee te pikken, en tot 's ochtends vroeg weer ergens te blijven hangen, in Bar Drei of Bar Z of alweer een andere plek die tot de nok gevuld is met niets dan kunstenaars en curatoren. Berlijn is ook een door en door optimistische stad, waar de hipsters en in hun zog de investeerders naar almaar nieuw braakland blijven uitzwermen, om elk op hun manier het idee van de Modelsiedlung of ideale stadswijk te perfectioneren. 1. POLITIEK De piraten Gratis openbaar vervoer, meer privacy op het internet of stemrecht vanaf nul jaar - het eclatante Berlijnse succes van de Piratenpartij die radicaal met de oude politiek breekt, door niet langer vanuit een ideologie, maar vanuit de reële behoeften van de stadsbewoners te ageren, is intussen ook naar de rest van Duitsland en Europa overgewaaid. De twee kopstukken van de Berlijnse piraten : Stephan Urbach, die naam maakte door de manier waarop hij als webactivist ook als megafoon voor de Arabische Lente fungeerde, en Gerwald Claus-Brunner. Berlijn heeft een lange traditie als het om alternatieve bewegingen gaat. Het mooist uit zich dat in de homobeweging. Hier kun je van top tot teen in het leder oud worden, zonder dat iemand er ook maar om maalt. Net als elders verkoopt het stadsbestuur gronden het liefst aan de meest biedende, kwestie van een schuldenput van 60 miljard te dichten. En toch : zelfs als grond is verkocht, biedt een Zwischennutzungsagentur creatieven de mogelijkheid om in afwachting van de definitieve bestemming voor een prikje een tijdelijk 'cultureel' project uit te werken. De Prinzessinengartenbij de Moritzplatz is daar een mooi voorbeeld van. Het tijdelijke verklaart bijvoorbeeld bij de Moritzplatz waarom niet in de volle grond, maar in reusachtige bloembakken getuinierd wordt. En het verklaart ook de vele pop-upshops, en hun geïmproviseerde look en aanpak. De overweldigende leegstand was er overigens ook niet vreemd aan dat het stadsbestuur - weliswaar onder druk van demonstraties - recent nog besloot om in hartje stad het 380 ha grote terrein van de luchthaven Tempelhof tot een zoveelste Volkspark uit te bouwen, half zo groot als Praag. Maar wie zelf een tuintje wil, kan zich hier intussen zonder problemen een lapje toe-eigenen en er ongestoord aan het planten gaan. Op de gevel Brunnenstrasse 183 prijkt nog altijd even uitbundig als uitdagend de slogan ?We blijven met zijn allen". Het mocht niet baten, ook het laatste echte kraakpand van Berlijn werd recentelijk hardhandig ontruimd. Voor wie 'anders wil wonen' blijven overigens nog wat vluchtwegen open. Zo stimuleert de stad een beleid waarbij bouwblokken kunnen worden opgetrokken op maat van de toekomstige bewoners. Zelfs onderhuren is in Berlijn legaal en loopt ontzettend makkelijk. Gewoon samen met de huisbaas naar de krantenwinkel een contractje halen, tekenen, en hop. Werken doe je meestal niet in Berlijn, bij gebrek aan, of je vergeet het, of je verdwaalt weer in de stad, of het ontaardt in iets wat - naar Belgische normen - allerminst op werken lijkt. Je doet het ook het liefst samen, relaxed, op een flexplek waar alle kosten gedeeld worden, zoals in het Betahaus in de Prinzessinenstrasse, wereldwijd allicht het beroemdste pand in zijn soort. Ook een Berlijnse klassieker : met je laptop in de etalage van een leegstaand pand gaan zitten, zodat je aan passanten je serieux kunt demonstreren, en omgekeerd een breed panoramische blik behoudt op wie voorbij flaneert. Heb je geen eigen vitrine, dan ga je gewoon op café, waar je de Kaffee und Kuchen ook altijd zo binnen handbereik hebt. Niet alleen zijn de straten in Berlijn ongemeen breed, en files nagenoeg onbestaande, maar om elke hoek werd wel een braakland tot Spielplatz omgebouwd, waar de kinderen naar hartenlust kunnen ravotten. Een van de zaken waaraan je een Berlijnse man kunt herkennen - niet in de zomer, want dan loopt hij in short - is de opgerolde rechterbroekspijp. Oorspronkelijk gegroeid uit de bekommernis om de broek niet door de fietsketting te draaien, maar inmiddels verheven tot een stijlkenmerk, zelfs als er geen fiets meer in de buurt is. De fiets is hier hét vervoermiddel, ook al brengt het onwaarschijnlijk goed georganiseerde openbaar vervoer je in geen tijd van de ene naar de andere kant van de stad, in het weekend zelfs dag en nacht. 7. INKOPEN De biosupermarkt LPG staat in Berlijn niet voor brandstof, maar voor Lecker, Preiswert & Gesund, de slogan van de grootste bioketen, waar je afrekent onder het wakend oog van een boeddhabeeld. De LPG in Prenzlauer gaat er zelfs prat op het grootste warenhuis in zijn soort in Europa te zijn. Bio overheerst in Berlijn, zelfs in de gewone supermarkten. Niet altijd goedkoop, maar 'we zijn te arm om goedkoop te kopen' is een adagio dat perfect bij Berlijn past, zeker als het om eten gaat. Op restaurant gaan in Berlijn blijft spotgoedkoop. Voor vijf euro ben je vaak al bediend. Hoe ze het er voor doen is een raadsel. Want om op drankkosten te besparen hebben de Berlijners er het volgende op gevonden : je koopt je flesje voor nog geen euro in een nachtwinkel, en je drinkt gewoon terwijl je van het ene etablissement naar het andere loopt. Met een biertje in de hand over straat kuieren is dan ook een nationale sport, ook in de metro of op de U-bahn (waar het eigenlijk niet mag). Het leeggoed levert dan weer werk aan de almaar talrijker wordende Pfandflaschensammler, die 's avonds in lange rijen staan aan te schuiven voor de wisselautomaten in de supermarkt. Hoezeer de internationale modewereld het ook probeert : Berlijn blijft uit de greep. Relax is nu eenmaal de boodschap, en dan ben je overdressed voor je het weet. Voor een trip naar Berlijn haal je dan ook best alte Klamotten uit de kast, verkleurd en doorleefd. Een pak draag je als man nooit of zelden, terwijl heel wat dames - zelfs als de benen zich daar niet echt toe lenen - blijven zweren bij een combi van hotpants en nylonkousen. Je kunt je kleren net als je meubelen ook in een van de vele vintagezaken aanschaffen. Een niet te missen accessoire : de rolkoffer, waarbij half Berlijn zich dag in dag uit naar elders en beter lijkt te begeven. DOOR MAX BORKA & FOTO'S THORSTEN KLAPSCHAls Berlijners ooit klagen over stress, hoef je ze niet te geloven