François Halard pendelt tussen Arles, Parijs en New York, waar hij al sinds de jaren tachtig woont en werkt voor Vogue, Vanity Fair, GQ en House & Garden. Een van zijn eerste opdrachten was het fotograferen van de legendarische flat van Yves Saint Laurent in Parijs. Hij heeft de woningen en ateliers geportretteerd van de meest toonaangevende ontwerpers, fotografen en kunstenaars van de afgelopen halve eeuw zoals Cy Twombly, David Hockney, Miquel Barcelo, Richard Avedon, Julian Schnabel, Carlo Mollino, Axel Vervoordt, Schiaparelli en Coco Chanel. Maar ook beroemde huizen zoals de Villa Kérylos en de Casa Malaparte. Het boek François Halard - Photographies is geen verzameling interieurreportages, maar een collectie persoonlijke impressies, soms van een eenvoudig venster of een kale muur, weliswaar vol poëzie, weemoed en nonchalance. Ook zijn eigen interieur staat erin. Halard is een van de weinige fotografen die zowel mode als interieurs en architectuur heeft gefotografeerd. Het boek is een must voor wie houdt van Wunderkammers en ateliers van kunstenaars.
...

François Halard pendelt tussen Arles, Parijs en New York, waar hij al sinds de jaren tachtig woont en werkt voor Vogue, Vanity Fair, GQ en House & Garden. Een van zijn eerste opdrachten was het fotograferen van de legendarische flat van Yves Saint Laurent in Parijs. Hij heeft de woningen en ateliers geportretteerd van de meest toonaangevende ontwerpers, fotografen en kunstenaars van de afgelopen halve eeuw zoals Cy Twombly, David Hockney, Miquel Barcelo, Richard Avedon, Julian Schnabel, Carlo Mollino, Axel Vervoordt, Schiaparelli en Coco Chanel. Maar ook beroemde huizen zoals de Villa Kérylos en de Casa Malaparte. Het boek François Halard - Photographies is geen verzameling interieurreportages, maar een collectie persoonlijke impressies, soms van een eenvoudig venster of een kale muur, weliswaar vol poëzie, weemoed en nonchalance. Ook zijn eigen interieur staat erin. Halard is een van de weinige fotografen die zowel mode als interieurs en architectuur heeft gefotografeerd. Het boek is een must voor wie houdt van Wunderkammers en ateliers van kunstenaars. Ik ben opgegroeid in een mooi huis in Parijs. Ik kom uit een familie die altijd met interieur bezig was. Mijn ouders waren decorateurs en ook mijn grootvader zat al in het vak. Daardoor kwamen er regelmatig fotografen over de vloer. Ik zag dus mensen defileren als Helmut Newton, Jacques Dirand, Karen Radkai en Gilles de Chabaneix. Ik was toen dertien à veertien jaar. Als ze kwamen, bleef ik gewoon thuis. Ik vond het veel interessanter om die fotografen te zien werken dan om naar school te gaan ! Toen ik me begon te interesseren voor de fotografie, begon ik met het in beeld brengen van mijn omgeving, dus het interieur. In plaats van op reis te gaan vroeg ik aan fotografen om bij hen een stage te lopen tijdens de schoolvakantie. Zo leerde ik van jongs af aan veel bij. Daarna heb ik gestudeerd aan de Ecole Nationale des Arts Décoratifs. Maar tijdens mijn studies begon ik al te werken, eerst voor Marie Claire en daarna voor Décoration International. Als adolescent was ik zeer geïnteresseerd in de pers. Ik verzamelde de Vogue, de Marie Claire en veel kranten. Ik ben begonnen met interieurfotografie, maar heb daarna vijftien jaar mode gefotografeerd voor de Amerikaanse Vogue, Vanity Fair, GQ en Elle. Ik ben blij dat ik in mijn carrière mode en interieur heb kunnen combineren, ook met de mensen in hun interieur. Dat geeft me een enorm gevoel van vrijheid. Het is een cross-over. Er staan mensen in van verschillende generaties, en naast recent werk staan er ook oudere opnames in, zoals die van Cy Twombly. De eerste foto in het boek is een portret van David Hockney, ik was amper 21 toen ik dat maakte. Het laatste onderwerp is het atelier van Miró op Mallorca. Ik laat ook de huizen zien die me hebben beïnvloed, zoals het appartement van YSL en Pierre Bergé. Ik kreeg 25 jaar geleden de kans om het te fotograferen, dat was vrij exceptioneel, want ik was toen vrijwel de enige die daar toelating voor kreeg. Ik heb trouwens veel gewerkt voor YSL. Hun woning was een revelatie. Ik zag in dat je zoveel stijlen en periodes kunt vermengen. Naast een schilderij van Mondriaan of Matisse stond er iets uit de achttiende eeuw. Eindelijk, het heeft lang genoeg geduurd. Ik vind het mengen van alles zo boeiend. Maar het boek is er ook om de mensen de kans te bieden om mee te kijken naar al die bijzondere plaatsen die ze zelf niet hebben kunnen zien. Laat het een bron van inspiratie zijn. Niet van mijn oeuvre, wel van de dingen waarvan ik hou. Ik had de mooiste interieurs die ik heb gefotografeerd kunnen samenbrengen, maar ik wilde absoluut geen interieurboek maken. Ik laat zien wat me na aan het hart ligt. Het is een beetje mijn eigen visuele geheugen. De kunstenaars staan erin met wie ik een goede relatie had, zoals Twombly, Barcelo en Avedon. Of de plekken waar ik bijzondere herinneringen aan heb, zoals de sporen van Balthus in de Villa Médicis. Zelfs mijn eigen interieur staat erin. Ik hou ervan om te verhuizen en heb dus op diverse plaatsen gewoond. In mijn inte-rieur zie je veel boeken en objecten die allemaal een verhaal vertellen, een beetje zoals in een atelier. Het zijn dus emotioneel geladen foto's. De meeste beelden uit het boek werden trouwens nooit eerder gepubliceerd. Natuurlijk. Onlangs nog, toen ik mocht fotograferen bij Dries Van Noten, dat was een prachtige ervaring. Ook dit interieur vertelt een levensverhaal, het is autobiografisch. Ik vind interieurs die de persoonlijkheid reflecteren leuk en boeiend. Maar dat kan bijvoorbeeld ook iets zijn als het paviljoen van Mies van der Rohe in Barcelona. Ik ga nooit op voorhand kijken en kom dus fris toe. Ik ben gereed om het te ontdekken. Eerst wandel ik erdoor om me te laten doordringen van de sfeer en dan begin ik meteen. Ik werk van kamer naar kamer en volg het licht. Het is zeer fysiek werk. Ik fotografeer trouwens nog met film. Voor interieurs en persoonlijke foto's geeft film een korrel die de gevoeligheid beter uitdrukt. En dat mis ik in de digitale fotografie, die ik wel gebruik voor mijn publicitaire werk. Ik vind het leuk om de negatieven bij me te kunnen houden. Van de 1000 à 2000 onderwerpen die ik thuis bewaar, heb ik nog de originele negatieven. Dat geeft me een gevoel van vrijheid. Werken met film is dus wat zwaarder, je hebt ook een grotere camera nodig, maar nadien ben je blij. Soms werk ik ook met polaroid. In het boek staan er trouwens vrij veel polaroids, allemaal zwart-witopnames. Ja, ik heb er enkele ingericht en heb ook wat geschilderd. Ik studeerde immers aan Les Arts Décoratifs. Maar ik kreeg al heel snel opdrachten, al tijdens mijn studies, voor foto's. Nogal snel daarna vroeg artdirector Alex Liberman me om naar New York te komen om voor Condé Nast te werken. Dus ben ik al van jongs af aan intensief aan de slag. Dit laat me toe om nu, na al die jaren, te evolueren naar een meer persoonlijke fotografie. Dat toon ik dan ook in dit boek, er staan vooral foto's in die ik voor mezelf heb gemaakt. Ik heb trouwens dertig jaar gewacht om dit boek te maken. Er is veel respect. Als men me vraagt om iets niet te fotograferen, dan doe ik dat niet. Het is ook niet wat ik zoek. De mensen stellen vertrouwen in me om me in hun intieme universum toe te laten, en ik respecteer dat maximaal. Dat is tegengesteld aan wat de paparazzi doen. Alles gebeurt in akkoord met de bewoners. Dat klopt helemaal. Soms zie je wel mensen, wat fascinerend kan zijn. Maar dat hoeft niet altijd. Het kan ook banaal worden. Alles hangt er van af hoe je het onderwerp benadert. Niet van de stijl, wel van het licht. Ik heb niet meteen de voorkeur voor een bepaalde stijl. Ik hou ook van heel sobere ruimtes. Een mooi hedendaags interieur doet me evenveel plezier als een oud interieur vol geschiedenis. Voor mij is de stijl op zich onbelangrijk, de intimiteit is van belang, het interieur moet me inspireren. Zelfs een leeg huis kan mooi zijn. Ik hou ervan om iets moois ook mooi weer te geven. Er zijn geen regels, er zijn mooie en lelijke dingen. Een lelijk interieur kan me fascineren, maar het geeft me geen zin om het te fotograferen, het geneert me eerder. DOOR JAN VERLINDE / FOTO'S FRANÇOIS HALARD EN JAN VERLINDE