01 Boek een vrouwelijke taxichauffeur

Hoe India de laatste jaren in de media komt, is niet echt positief te noemen. Zeker als vrouwelijke (solo)reiziger krijg je soms de indruk dat je er beter wegblijft. Daarom was ik gecharmeerd door het idee van de Britse Lizzy Chapman, die al jaren in India woont : ze doet enkel nog een beroep op vrouwelijke taxichauffeurs. Lizzy runt Abode, een nieuw boetiekhotel in Mumbai dat begin dit jaar opende. Veel van haar gasten zijn vrouwen, die vaak alleen of samen reizen. In een nieuw land toekomen op de luchthaven en begroet worden door een vrouwelijke taxichauffeur die haar mannetje staat tussen de norse taximannen, is een aangename ervaring. Mijn chauffeur Husna is een van de zestien officiële, vrouwelijke taxichauffeurs in Mumbai. Terwijl ze behendig door het drukke verkeer van de avondspits navigeert, vertelt ze dat ze van haar job houdt. Een ritje met haar van de luchthaven naar Abode kost ongeveer twintig euro.
...

Hoe India de laatste jaren in de media komt, is niet echt positief te noemen. Zeker als vrouwelijke (solo)reiziger krijg je soms de indruk dat je er beter wegblijft. Daarom was ik gecharmeerd door het idee van de Britse Lizzy Chapman, die al jaren in India woont : ze doet enkel nog een beroep op vrouwelijke taxichauffeurs. Lizzy runt Abode, een nieuw boetiekhotel in Mumbai dat begin dit jaar opende. Veel van haar gasten zijn vrouwen, die vaak alleen of samen reizen. In een nieuw land toekomen op de luchthaven en begroet worden door een vrouwelijke taxichauffeur die haar mannetje staat tussen de norse taximannen, is een aangename ervaring. Mijn chauffeur Husna is een van de zestien officiële, vrouwelijke taxichauffeurs in Mumbai. Terwijl ze behendig door het drukke verkeer van de avondspits navigeert, vertelt ze dat ze van haar job houdt. Een ritje met haar van de luchthaven naar Abode kost ongeveer twintig euro. Abode Hotel ligt in het levendige en toeristische stadsdeel Colaba, net om de hoek van het bekende Taj Mahal Palace Hotel. Het zit verborgen op de eerste verdieping van een commercieel pand. Trapje op en je komt in een intieme ruimte die dienstdoet als receptie, ontbijtplek en lounge. Een verademing in het op het eerste gezicht hectische, maar übercharmante land. Ik bekeek thuis eerst de film Life of Pi, geregisseerd door Ang Lee, en bezocht dan in India een natuurpark om de Bengaalse tijger, de koningstijger, te zien. Ik deed het 's morgens vroeg in Ranthambore Nationaal Park, met zijn bijna 400 vierkante kilometer een van de grootste tijgerreservaten van het land. Het is er druk en het park is populair, zeker bij de reizende middenklasse in India, die de tijd en centen heeft om nu ook op tijgersafari te gaan. Grote, open trucks met meer dan twintig mensen rijden door het park. Probeer voor een privévoertuig te gaan, zodat je meer tijd en flexibiliteit hebt. Ranthambore Park is opgedeeld in zones waar je in moet blijven. De kans om een tijger te zien is er zeker, maar zoals bij elke safari is het geen garantie. Aan de gigantische glimlach en het aanstekelijke enthousiasme van onze gids Taki van hotel Aman-i-Khas te zien, zullen we er vandaag eentje zien. Ik vertel hem dat ik niet geloof dat er nog tijgers in India zitten, dat het gewoon een mythe is. Taki lacht. "Je zult wel zien. Vertrouw me." Gisteren werd een mamatijger gespot met haar drie welpen. Taki vermoedt dat ze er nog altijd zit. Plots stuift er een 4x4 voorbij met enkele vipgasten. Taki zet de achtervolging in. Wat verder ligt een jonge tijger lui in het hoge gras, ogen half toe, genietend van de deugddoende ochtendzon. "Zei ik het niet!" lacht Taki. "Hier is je bewijs: er zitten hier echte, grote, mooie tijgers." Ik knik en steek mijn duim in de lucht. Wanneer we terugkeren naar ons kamp, arriveert een 4x4 met vier beteuterde Engelse gasten. Het was hun derde safari en nog steeds zagen ze geen tijger. "Enkel voetsporen", zucht de Engelsman. "Ik geloof dat de Bengaalse tijger gewoon een mythe is." Je kunt niet naar India gaan zonder de chaotische drukte van zijn steden te beleven. Jodhpur is op dat vlak een bijzondere stad, een zee van blauw te midden van de woestijnachtige en stoffige staat Rajasthan. Een poëtische plek met smalle straatjes, een levendige markt en het Mehrangarhfort, dat de skyline domineert. Onze gids vertelt dat de huizen blauw zijn omdat de originele aardekleur te veel de zon aantrekt. Witte verf is geen optie, door het zand en de vuiligheid, terwijl de blauwe kleur ook muggen en insecten zou afstoten. Jodhpur is de beste plek in India om kleurrijk textiel, juwelen en kruiden te kopen. Voorzie genoeg tijd om in de ommuurde stad rond te wandelen. De oude paleizen, de haveli's, hebben soms dakterrassen waar je iets kunt eten en drinken met een fraai uitzicht op de oude stad en het fort. In andere haveli's kun je slapen. Wij brengen een nacht door in kamer 101 van Pal Haveli, een oude residentie waar de Karanjifamilie nog steeds woont. Voor nog geen vijftig euro per nacht ervaar je hoe de maharadja's van vroeger sliepen. True glamour never fades, is hun leuze, hoewel de vintagebar binnenin weleens afgestoft mag worden. Het dakterras daarentegen is een van de mooiste van de stad. Je vindt er ook een betaalbaar hapje en drankje, zelfs als je hier niet slaapt. Een paar straten verder ligt Raas, een designhotel verborgen in een oude haveli. Compleet over the top is het Umaid Bhawan Palace, nog steeds een residentie van de maharadja maar ook een luxehotel. "Gebouwd in 2009 AD", staat er op de website van het luxehotel Mihir Garh aan de rand van de Tharwoestijn, op een uurtje van Jodhpur. Het paleisachtige fort, opgetrokken in lokale adobe, telt negen suites van bijna 160 vierkante meter groot. Alles is lokaal en handgemaakt. De open haarden in de suites zien er elegant uit, maar zijn opgetrokken uit koeienvlaaien. Het houtsnijwerk is van timmermannen uit de omliggende dorpen. Eigenaar Sidharth Singh behoort tot een bekende en gerespecteerde familie in deze streek. Toen zijn vader een paar maanden geleden stierf, kwamen er duizenden naar zijn begrafenis. Singh runt ook het meer betaalbare, historische hotel Rohet Garh in het dorpje Rohet, waar het ouderlijke huis van de familie is. "Gebouwd in 1622 AD", staat er deze keer. Reizigers overnachten hier, en in Mihir Garh, ook voor de marwaripaarden. Dit ras is uitzonderlijk en afkomstig van deze streek, Marwar. Hun oortippen zijn naar binnen gekeerd, en volgens Singh zijn ze enkel te berijden door paardenliefhebbers met ervaring. Ze hebben te veel temperament om door een beginner bereden te worden. Dat ze in de twaalfde eeuw door krijgers en jagers van de lokale Rathoreclan gefokt werden, gaf hen waarschijnlijk dat excentrieke kantje. De gasten van Mihir Garh ontsnappen uit hun royale suites, meestal vroeg in de ochtend of laat in de namiddag, om met de marwari's te rijden. Door de eindeloze Tharwoestijn en langs rustige dorpjes. Heb je geen zin in een Delhi belly (problemen met je buik op reis), volg dan het advies van chef BJ van hotel Amanbagh in Rajasthan : "Eet kurkuma, veel kurkuma. De felgele wortel ontsmet en remt ontstekingen af, en heeft nog ontelbare andere voordelen." BJ is de executive chef van dit luxueuze en elegante hotel. Hij komt uit het zuiden van het land en presenteert in zijn keuken een mix van lokale specialiteiten uit Rajasthan en klassiekers uit Zuid-India. BJ houdt zich bezig met de ayurvedakeuken en royal recipes : recepten die speciaal voor hongerige maharadja's en fragiele prinsessen uitgevonden werden. Vaak gerechten waar wat werk aan is, zowel qua bereiding als om op te eten. Slowfood werd hier uitgevonden. BJ vertelt ons hoe hele geiten soms werden opgevuld met kip, de kip met kwartels en de kwartels met gekookte eieren. De geit werd dan boven het vuur geroosterd of in een grote koperen of messing pot gekookt, lagan genaamd. De chef heeft hier in deze vruchtbare vallei zijn eigen biologische groentetuin van bijna 1,3 hectare groot. Meer dan tachtig procent van wat hij serveert, komt uit de moestuin. BJ zegt dat hij in een eerlijke keuken gelooft, en dat die van India, bekend om zijn kruiden en curry's, niet zo moeilijk is als je de basisstappen kent en bepaalde volgordes respecteert. Hij kookt voor ons een koninklijk gerechtje en wij voelen ons instant een vip. Aan de rand van de Tharwoestijn in Rajasthan leven de Bishnois, misschien wel de eerste ecologisten ooit. Het begon allemaal in de vijftiende eeuw met Jambhoji, een inwoner van een dorpje niet ver van Jodhpur. Hij bedacht dat de aanhoudende droogte het resultaat was van de mens die zich te veel met de natuur moeide. Toen hij een swami werd, een heilige man, ontstond de Bishnoi, een sekte die 29 regels navolgt : dood geen dieren, eet ze ook niet op, hak geen bomen om, gebruik enkel dood hout als brandhout, bescherm altijd de natuur,... De Bishnois leven hier nog altijd, op een goed uurtje rijden van Jodhpur. Ze wonen in eenvoudige, lemen hutten, zonder stromend water of elektriciteit, en proberen één te zijn met de natuur. Wilde antilopen, zoals de Indiase gazelle, leven dicht bij de Bishnoidorpjes omdat ze daar veilig zijn en beschermd worden. De familie die wij bezoeken, bestaat uit vader en moeder met hun drie kinderen, die allemaal met hun eigen gezin rond de ouders wonen. Mannelijke Bishnois die aan het hoofd van een gezin staan, zijn altijd compleet in het wit gekleed, inclusief tulband. Vrouwen die getrouwd zijn, dragen een neusring en moeten zich sluieren voor andere mannen. Onder een schaduwrijke boom, de heilige khejri, zit het hoofd van het gezin op zijn charpoy, een handgemaakt dagbed, een koord te maken. De vrouwen zijn aan het koken terwijl zijn schoondochter een dam maakt om de weg van hun stukje land te scheiden. De regens komen er binnenkort aan, en dan zijn stenen als natuurlijke bescherming voor deze ecologisten hard nodig. Amit Sankhala runt niet alleen het Jamtara Wilderness Camp, waar je logeert in de jungle, hij neemt reizigers ook mee tot diep in de Himalaya om sneeuwluipaarden te zien. Hiervoor heb je geduld, warme kleren, een grote telelens en een zuurstoffles nodig. Het sneeuwluipaard houdt namelijk van grote hoogtes en verborgen plekjes. Amits grootvader werd de tiger man of India genoemd, omdat hij in de jaren zeventig het project Tiger lanceerde, om het toen bijna uitgestorven dier opnieuw te beschermen. De man was ook directeur van de Zoo van Delhi, en kreeg ontelbare prijzen en accolades voor zijn onderzoek naar het gedrag en de bescherming van het roofdier. Grootvader Sakhala hielp veel van de tijgerreservaten en natuurparken opstarten. Amits vader trad in zijn voetsporen en was pionier van het ecotoerisme, in een tijd toen het woord nog niet eens bestond. Hij opende de eerste twee lodges, Kanha en Bandhavgarh, en was het hoofd van het Tiger Trust in India. Als er iemand dus iets te vertellen heeft over ecotoerisme en tijgers, dan is het Amit wel. Toen vorig jaar de regering besloot om alle tijgerreservaten voor toeristen te sluiten, was hij een van de eersten om in opstand te komen. "Dan krijgen de stropers terug vrij spel en zakt het aantal tijgers in India van 1700 misschien nog sneller naar beneden." Wat nodig is, is een beter beleid met minder toeristen en meer centen die naar de juiste doelen gaan, betere training van gidsen en natuurwetenschappers, en betere richtlijnen voor de toerist. Mowgli, Bagheera en Shere Khan uit het populaire Jungle Book zijn allemaal gebaseerd op wilde dieren uit het Pench National Park. De Engelse auteur Kipling deed inspiratie op voor zijn boek in dit meer dan 750 vierkante kilometer grote park in Madhya Pradesh. Sinds de jaren negentig is dit een tijgerreservaat waar er volgens de laatste telling nog vijfentwintig exemplaren leven. Jamtara Wilderness Camp (zie ook het stukje hierboven) ligt naast een indrukwekkende baobabboom, waar 's avonds lichtjes in branden, en er worden gin & tonics gedronken na een (al dan niet) succesvolle excursie in het park. Op ons uitje met de gidsen zagen we tijgers, een luipaard en zelfs een peuzelende civetkat, wat uitzonderlijk is overdag. De dorpjes rond het park kun je ook met de gidsen verkennen. Dimple, de vrouwelijke manager van Jamtara Wilderness Camp, nam ons mee naar een marktje. Toeristen zien ze hier bijna nooit. Dimple koopt me als verwelkomingscadeau een setje glazen armbanden, beter bekend als bangles, die veel vrouwen hier dragen. "Nu klink je zoals alle Indiase vrouwen", lacht ze. Met een koperen waterpot, zakjes kruiden, straffe pepers en heerlijke, katoenen sjaaltjes keren we terug naar het kamp. De lokale economie steunen is de meest authentieke manier om dit diverse land te ontdekken. Door Debbie Pappyn & foto's David De Vleeschauwer