Als het van Milaan afhangt, draait de mannenmode komende winter om sneeuwpret en oorlogsgeweld. De mooiste show, zij het misschien niet de innoverendste, is die van Burberry Prorsum. Christopher Bailey, de chief creative officer van het merk, put uit het historisch erfgoed van zijn werkgever, onder meer kaki soldatenmantels, zwaar en massief, met dubbele rij gouden knopen. De collectie is stoerder dan we van Bailey gewoon zijn (en zelfs macho, case in point : de modellen dragen jeanshemden onder hun mantels).
...

Als het van Milaan afhangt, draait de mannenmode komende winter om sneeuwpret en oorlogsgeweld. De mooiste show, zij het misschien niet de innoverendste, is die van Burberry Prorsum. Christopher Bailey, de chief creative officer van het merk, put uit het historisch erfgoed van zijn werkgever, onder meer kaki soldatenmantels, zwaar en massief, met dubbele rij gouden knopen. De collectie is stoerder dan we van Bailey gewoon zijn (en zelfs macho, case in point : de modellen dragen jeanshemden onder hun mantels). Meer militaire fantasmes bij Moncler, dat in Milaan de Gamme Bleu-lijn van Thom Browne showt. In een immense fabriekshal staat een ellenlange rij veldbedden, waarop telkens een alpenjager ligt te slapen, oogjes dicht en snaveltjes toe. De jongens dragen, onder hun grijze dekens, allemaal hetzelfde uniform : lang wollen ondergoed en muts, beide versierd met de Franse driekleur. Als de lichten uitgaan, weerklinkt klaroengeschal, waarop de jongens collectief wakker worden (het is op dat moment 18uur, van de toeschouwers wordt een zeker inlevingsvermogen verwacht), en zich hullen in min of meer geslaagde variaties op de donsjassen van het Italiaanse merk. Dirk Bikkembergs doet, wat althans de presentatie betreft, nog beter. Waarom zou je je tijd verliezen met gefantaseer als the real thing voor het grijpen ligt ? Bikkembergs showt, niet voor het eerst, in een tent op het binnenplein van de militaire school. Op de front row zitten we geklemd, sardinegewijs, tussen de gespierde dijen van twee piepjonge aspirant-soldaten (met puistjes) in pronkuniform. De kleren op de catwalk hebben niets militairs, maar passen wel in de tweede grote trend van het seizoen, die van de wintersport (zie ook Emporio Armani, met snowboarders in fluogeel, Dsquared2, met ijshockeykampioenen, en D&G, met skiërs). Dolce e Gabbana hullen een leger van ruw geschat 150 breedgeschouderde modellen in dure faux vintage. Prada schippert tussen de jaren zeventig en de jaren negentig (schreeuwerige bedruksels, ongemakkelijke proporties en Rape Me van Kurt Cobain op de geluidsband). Het is, net zoals vorig seizoen bij Prada, een zeer jonge collectie, die als voornaamste verdienste heeft kleurrijk te zijn in een zee van somber grijs. De hoogtepunten van Milaan, behalve Burberry : Bottega Veneta ( teddy boys in luxeverpakking), Jil Sander (pakken met Hans Arp-appliqués), en Versace, waar design director Alexandre Plokhov voor een jonger, dynamischer beeld kiest. De garderobe is geïnspireerd door sciencefiction ( Tron in het bijzonder), en de show wordt begeleid door laserstralen. Niet alles is even succesvol (de digitale prints in neonkleuren worden vast een succes in Volgograd), maar er zit vaart in de show, en wat een verleidelijke leren jekkers ! In Parijs heerst een zekere malaise. Nogal wat ontwerpers en merken hebben duidelijk geen idee hoe ze met de uitdagingen van de crisis moeten omgaan. Die collectieve vertwijfeling leidt tot risicoloze, veeleer banale collecties (zie : een bijna eindeloze parade van grijze pakken bij Maison Martin Margiela). Er is opvallend weinig ruimte voor experiment, laat staan voor verwondering. Voor sommige luxemerken is dat goed nieuws. De voor de hand liggende klant van Louis Vuitton of Hermès is geen fashion victim, maar een elegante, op kwaliteit gestelde zakenman. De sobere, ingehouden (laten we het woord saai maar niet uitspreken) collecties van die merken spreken niet onmiddellijk tot onze verbeelding, maar ze zijn efficiënt genoeg ( Cerruti, waar Jean-Paul Knott is vervangen door Jesper Börjesson, heeft vol-gend seizoen misschien de overtuigendste pakken). De Belgen durven, in hun rol van einzelgängers, vaak nog wel. De show van Dries Van Noten is, bij gebrek aan een beter woord, interessant. De sfeer is bijzonder : elk model draagt een draadloze transistorradio, waaruit, betrekkelijk stilletjes pop-hits klinken. Van Noten doet dit keer aan deconstructie, met contrasterende, hoofdzakelijk Britse stoffen. Alles welbeschouwd een verdienstelijke collectie. Lang niet de beste van de ontwerper, maar ze groeit wel in je hoofd. Ook de collectie van Raf Simons is niet onmiddellijk zijn beste. Maar de belangrijkste mannenontwerper van de twintigste eeuw is, na enkele relatief zwakke seizoenen, aan de beterhand. Simons ontwerpt zijn collecties als popklassiekers en gebruikt doorgaans veel gimmicks, waardoor het soms lijkt alsof hij op automatische piloot werkt. Maar de wintercollectie is een van de meest geslaagde van het seizoen, met een bijzondere focus op de wes-pentaille (denk : Rochas voor jongens), pakken bestrooid met metalen drukknopen, wollen rokken, en geometrische versiersels (ook te zien in zijn collectie voor Jil Sander). Eén belangrijke, duidelijke referentie : Helmut Lang. Er bestaat, op het eerste gezicht, nog weinig verschil tussen de eigen collectie van Kris Van Assche en zijn werk voor Dior : beide zijn zwart - bij Dior draait alles om steenkool - en allicht commercieel verantwoord, maar we worden er warm noch koud van. Ann Demeulemeester neemt met een ingetogen, zwarte collectie geen nieuwe stappen. De muziek is van Bowie (net zoals bij Ferre en John Richmond). Walter Van Beirendonck heeft een make love not war-moment, met een voor zijn doen zeer toegankelijke collectie (het hoogtepunt van zijn show is een kleine dameslijn, met fantastische hoeden van Stephen Jones). Bernhard Willhelm ontbreekt dit seizoen op de kalender (jammer toch). En Hugo Boss presenteert, na enkele wisselvallige seizoenen onder het bewind van Bruno Pieters, een door de eigen studio gemaakte collectie van Hugo. We zagen zelden een dergelijk radicale koerswijziging, met een dergelijk catastrofaal resultaat. Stephan Schneider blijft een van de meest getalenteerde in België gevestigde ontwerpers (zijn collectie is extreem aaibaar). Bij de Japanners, die met veel minder zijn dan nog maar enkele seizoenen geleden, maken Miharayasuhiro en The Viridi-anne een goede indruk. Comme des Garçons blijft essentieel. De beste show van het seizoen is zonder twijfel die van Lanvin. De halfzachte jongen die ontwerper Lucas Ossendrijver vroeger zo genegen was, is vervangen door een stoerder exemplaar. De collectie balanceert perfect tussen echte mode en zeer draagbare streetwear (de rugzakken zijn fantastisch), tussen traditie en nu. Er zijn nogal wat oppervlakkige gelijkenissen tussen Ossendrijver en Raf Simons (ze concentreren zich dit seizoen bijvoorbeeld allebei op de taille). Maar waar Simons vaak schippert tussen extremistisch en boring, schiet Lanvin precies juist. Het merk zit perfect op zijn plek in de dageraad van het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw. DOOR JESSE BROUNS - FOTO'S CATWALK PICTURES