Op een van de eerste wandeltochten, een wijde boog vanuit ons verblijf in Furore naar het havendorp Positano, begin ik zonder dwingende reden mijn stappen te tellen. Zoiets zou op een psychische afwijking kunnen wijzen, maar het kwam zo : de hele dag al slalomden we tussen wijngaardjes en moestuinen, door laurier- en eikenbossen, maar we liepen vooral veel trappen op en af. Net voor de finale afdaling naar het dorpje in de baai, maakte het pad weer een treiterende opwaartse knik. Alweer x-aantal treden. Die x was er me te veel aan, vandaar het tellen. 1095 ongelijke treden lager stonden we pardoes tussen winkelende toeristen in Positano. De volgende dagen zou blijken dat dit zowat het vaste tarief is : een duizendtal treden scheiden de kustdorpen van de rest van Italië.
...