Als kind droomde hij al van een eigen zaak, zegt Arno Nurksi (28). Een schrijnwerkerij misschien, of een keten. In plaats daarvan ging de telg van een Pools-Italiaanse mijnwerkersfamilie economie studeren en belandde hij bij een internationaal accountantsbedrijf. Die ondernemingslust bleef, net als de herinnering aan een BBC-documentaire over privé-eilanden uit 2010. "Als rugzaktoerist was ik al door Europa en Latijns-Amerika getrokken", vertelt de karig gepakte Leuvenaar op Brussels Airport. "Het sprak me dus meteen om zelf naar een onbewoond eiland te trekken." Dat was makkelijker gezegd dan gedaan : "Online vond ik wel enkele eilanden waar ik goedkoop kon kamperen, maar de informatie was summier, en de verhuurder viel zelden te spreken."
...

Als kind droomde hij al van een eigen zaak, zegt Arno Nurksi (28). Een schrijnwerkerij misschien, of een keten. In plaats daarvan ging de telg van een Pools-Italiaanse mijnwerkersfamilie economie studeren en belandde hij bij een internationaal accountantsbedrijf. Die ondernemingslust bleef, net als de herinnering aan een BBC-documentaire over privé-eilanden uit 2010. "Als rugzaktoerist was ik al door Europa en Latijns-Amerika getrokken", vertelt de karig gepakte Leuvenaar op Brussels Airport. "Het sprak me dus meteen om zelf naar een onbewoond eiland te trekken." Dat was makkelijker gezegd dan gedaan : "Online vond ik wel enkele eilanden waar ik goedkoop kon kamperen, maar de informatie was summier, en de verhuurder viel zelden te spreken." Nurski begon in de zomer van 2012 contacten te leggen met privé-eilanden over de hele wereld en lanceerde in januari 2013 het onlineplatform Visiwa : een wegwijzer voor vakantiegangers die dromen van een unieke eilandvakantie. Sindsdien gaat het hard voor de Leuvenaar, die vorig jaar privé-investeerders uit de toeristische sector aantrok en nu samenwerkt met reisorganisaties als Roompot Vakanties en Joker. "Je kiest enkel je bestemming en reisdatum - de rest kun je aan ons overlaten", legt hij uit op de vlucht naar Singapore. Het aanbod omvat vakantiehuisjes, luxevilla's en zelfs vuurtorens op een zestigtal privé-eilanden, op alle continenten. Back to basics met eigen proviand, B&B's of kleinschalige resorts met vijfsterrencomfort : volgens Nurski is er een eiland voor iedereen. "Sommige hebben sowieso maar één vakantiehuisje of zijn enkel in hun geheel te huur, maar ook onze andere eilanden hebben niets te maken met massatoerisme. Onze klanten zoeken privacy, rust en ruimte, weg van onze hypergeconnecteerde maatschappij vol prikkels en stress." Onbetaalbaar, enkel voor avonturiers, omslachtig : bij het diner in Singapore ontkracht Nurski alle mogelijke bezwaren tegen privé-eilanden. "Dit soort vakanties vergt kennis en een persoonlijke aanpak die kanalen als Booking.com niet bieden. Wij zorgen ervoor dat je er geraakt en geven je een gedetailleerd beeld van de faciliteiten ter plaatse. Hoe dan ook liggen onze eilanden niet in orkaan- of tsunamigebieden en bekijken we ook de communicatiemogelijkheden, medische voorzieningen en evacuatieplannen. Niemand zit ooit vast op een eiland." En het vervoer ? "De meeste eilanden liggen nabij grote luchthavens", zegt Nurski, "en de verhuurder verzorgt het lokale transport of maakt de nodige reserveringen." De volgende ochtend schepen we in de Tanah Merah Ferry Terminal in op de veerboot naar het Indonesische eiland Bintan, een voormalig handelscentrum met 350.000 inwoners dat nu op toerisme en de vele expats in Singapore mikt. Twee uur later komen we aan in Tanjung Pinang, aan de westkust van Bintan. Achter de douaneposten treffen we meteen het minibusje dat ons door het havenstadje loodst en in een uur naar een pier aan de overzijde van het eiland brengt. De rit, door heuvelachtig woud en op almaar hobbeliger wegen, is een avontuur op zich, en dan moet onze verkenning van de Riau-archipel nog beginnen. Aan boord van een comfortabele speedboat zien we hoe de paalwoningen op de oevers van Bintan steeds kleiner worden, tot een halfuur later enkel de Zuid-Chinese zee en een handvol ongerepte eilanden overblijven. Dag bewoonde wereld - die zien we niet meteen terug. Pulau Joyo, amper twee voetbalvelden groot, maakt tegelijk euforisch en stil. Een tropisch eiland met maagdelijke stranden, kristalhelder water, palmbomen en een weelderige tuin vol kleur : een tropisch plaatje te midden van het absolute niets, op een boogscheut van de evenaar. Bekomen van de verbazing en het ontvangstcomité - het voltallige personeel, zo'n 22 man - ontdekken we onze thuis voor de komende dagen : een riante villa op metershoge stelten, met een geraamte van drijfhout, een halfopen strodak dat de zeebries opvangt en directe toegang tot het strand. Het stijlvolle interieur omvat twee hemelbedden, sofa's en handgemaakte Balinese meubelen, naast vintage en kunstvoorwerpen. Die persoonlijke touch is geen toeval : Pulau Joyo is eigendom van een Britse reder in Hongkong, die zijn buitenverblijf sinds april 2011 aan de man brengt als "barefoot sophistication at its best". Satelliettelevisie, airconditioning en een krantenboer horen daar niet bij, maar verder werd aan alles gedacht. Een moderne badkamer, leeslampjes, bluetoothspeakers en loungestoelen, maar ook details als toiletgerief voor wie het vergeten is en, onder aan de trap, water om het zand van je voeten te spoelen. Top of the bill zijn het bladvormige 25 meter zoetwaterzwembad en het aanpalende paviljoen, met knusse zithoeken, een cocktail bar en - tot algemene vreugde - wifi. De bouw van het resort vergde ruim zeven jaar, vertelt stafmanager Nagato Tse. "De herinrichting van het landschap en het transport van bouwmaterialen en werktuigen zijn een logistieke nachtmerrie. Ook etenswaren en zuiver water worden per boot aangevoerd." De drie generatoren, de bedrading van de verlichte wandelpaden en de leidingen van de kruikvormige fonteinen vallen nergens te bespeuren. De eerste nacht op Pulau Joyo zet meteen de toon. Onbestemd geritsel in de struiken zodra het donker wordt, het geluid van zee en wind bij het ontwaken onder een halfopen dak : hier speelt het eiland zelf de hoofdrol. Ter plaatse kunnen we snorkelen, kajakken, badmintonnen, tafeltennissen en een spabehandeling boeken, maar dat verdwijnt allemaal snel van de agenda. Doelloos naar een vissersloep aan het einde van de wereld staren, in een hangmat van de stilte en een briesje genieten, met de voeten in het water de zonsondergang over je heen laten komen : meer hebben we niet nodig. 's Avonds mijmeren we bij een kampvuur, bewonderen we de sterrenhemel of vertelt een personeelslid over het leven ter plaatse. "Voor velen is het wennen, een eiland waar niets hoeft", zegt Nurski. "Ga ik me daar niet vervelen, vragen mensen me vaak. Gewoon niets doen, de tijd van je af laten vallen, je oren en ogen openzetten en één worden met de natuur : voor veel westerlingen is dat een bijzondere ervaring." Strandwandelingen worden al gauw een ritueel. In een kwartier ben ik rond, maar het levert elke keer nieuwe indrukken op. Vlinders en kevers, zandkrabben, een nietsvermoedende hagedis of een stevige karetschild-pad : Jurassic Park is niet veraf. Bovendien krijgen we de overige gasten - op het eiland kunnen 28 mensen terecht - amper te zien. De aanplantingen rond de zes villa's bieden privacy. Hoe word je een eilandexpert zonder er ooit een bezocht te hebben, vraag ik Nurski in het lauwe zeewater. "Ik zou morgen een bedrijfje in tuinmeubelen kunnen opstarten", luidt het antwoord. "Vijftig jaar geleden vergde dat specifieke kennis of centen om je bij te scholen, nu vind je online bijna alles wat je nodig hebt. Juridische informatie, cijfermateriaal en handleidingen, maar ook de gegevens van experts bij wie je je ideeën kunt aftoetsen." Hij ging niet over een nacht ijs. "De eerste maanden behield ik een vaste baan en kostte de oprichting van Visiwa me enkel mijn vrije tijd en wat spaarcenten. Leningen bij banken of familie kwamen er niet aan te pas. Was het een flop geworden, dan was er geen man overboord." Drie dagen later is het tijd om afscheid te nemen van het resort en zijn personeel. Pulau Joyo zien verschrompelen tot een stipje, tot ook dat verdwijnt : in de speedboat wordt het plotseling muisstil. In Singapore duiken we opnieuw in de drukte van een miljoenenstad, maar ook nu veranderen we snel van decor. De volgende ochtend vliegen we via Manila naar Palawan, een reis van zo'n negen uur naar een uitgestrekt eiland in het zuidwesten van de Filipijnen. Wegens zijn afgelegen ligging, ongerepte jungle en endemische diersoorten wordt Palawan de LastFrontier genoemd, al is ecotoerisme ook hier in opmars. Naast koraalriffen, bergtoppen en 's werelds langste ondergrondse rivier herbergt het eiland nu moderne hotels, restaurants en winkelcentra. In de hoofdstad Puerto Princesa worden we opgepikt door Fuji Rodriguez (73), een voormalige mijningenieur en de uitbater van een privé-eiland in de Suluzee, op 45 minuten varen van de oostkust van Palawan. De rit naar Narra, de havenstad waar we overstappen op Fuji's omgebouwde vissersboot, vergt twee uur, langs rijst- en kokosplantages en plattelandshuisjes van hout, bamboe, stro en golfplaten. Onderweg vertelt onze gastheer over Palawans etnische smeltkroes, de alomtegenwoordige sporen van de Spaanse en Amerikaanse overheersing en over Arena Island, het kleine eiland dat hem halverwege de jaren zeventig het hoofd op hol bracht. "Ik heb altijd van de natuur gehouden. Toen ik klaar was met onze woning in Puerto Princesa, droomde ik dus van een buitenverblijf - een plek waar niet mijn vrouw, maar ik de baas zou zijn (lacht). Uiteindelijk werd het een overwoekerd eiland, zonder voorzieningen, maar ik had genoeg aan een tent en eten en drinken voor twee dagen." Toen hij in 2007 op pensioen ging, kon Rodriguez zich eindelijk toeleggen op de schoonmaak en de ontwikkeling van het eiland. Zodoende bouwde hij er naast personeelsvertrekken en een keuken twee casitas : comfortabele bungalows aan het strand, die dankzij een douche in de open lucht en grote schuifdeuren perfect versmelten met de omgeving, voor ten hoogste acht gasten. Bij aankomst blijkt een derde verblijf in aanbouw te zijn, al wil Rodriguez niet onbeperkt uitbreiden. "Dat zou een authentieke eiland-ervaring onmogelijk maken. En wat je van de natuur neemt, kun je later niet zomaar teruggeven. Bij ons staat duurzaamheid voorop in alles wat we doen. De biodiversiteit op het eiland, het omringende koraalrif en het maritieme leven mogen niet verstoord worden." Een filosofie die hij doortrekt in de vegetatie (met veertig verschillende boomsoorten, goed voor een gevarieerd vogelbestand), de watervoorziening (regen- en zeewater worden ter plaatse gerecupereerd en gezuiverd) en de elektriciteitsgeneratoren, die zowel 's ochtends als in de namiddag uitgeschakeld worden. En zijn er even geen gasten, dan is Arena Island zelfvoorzienend dankzij zonne- panelen. Bovendien is het eiland een broedplaats van de zeeschildpadden in de regio, een rol die het personeel ter harte neemt. Zo worden de legplaatsen van de bedreigde reptielen beschermd en worden de jongen gedurende minstens een maand gevoed, tot ze behendig genoeg zijn om een kans te maken tegen stropers en roofvogels en -vissen. Tags zullen het de komende decennia mogelijk maken om de dieren de komende decennia te identificeren wanneer ze zelf eitjes komen leggen op het eiland. "Back to basics, back to nature" luidt het motto van Arena Island. Geen overbodige luxe dus : hier zijn het tropische landschap en de onwezenlijke rust de voornaamste trekpleisters. De overheerlijke maaltijden focussen op de vangst van de dag en lokale bereidingen, en op eenvoudig verzoek mag ik de krabben, schelpen en andere lekkernijen mee uit de netten plukken. Ook hier schuilt geluk in een klein hoekje : in een boomstronk om naar de horizon te staren, een drankje op het terras van onze casita, of een bootsman die spontaan zijn kunsten op de akoestische gitaar laat horen. Al volgt de vreemdste gewaarwording pas wanneer ik enkele jonge zeeschildpadden naar het strand mag brengen, om ze vervolgens schoorvoetend naar zee te zien strompelen. Een hulpeloos wezentje dat in je handpalm past, maar dat met wat geluk langer op deze wereld zal vertoeven dan jijzelf, in een ecosysteem dat nog veel langer mee moet : op een afgelegen eiland volstaat dat plotseling om je plaats in de wereld terug te vinden. Op Pulau Joyo is een villa beschikbaar vanaf 575 euro per nacht voor 2 personen, inclusief maaltijden, non-alcoholische dranken en het transport van en naar Tanjung Pinang. Op Arena Island kost een bungalow voor maximaal 4 personen 343 euro per nacht, inclusief maaltijden en transport van en naar Puerto Princesa. Info : www.visiwa.com TEKST & FOTO'S WIM DENOLF"Je oren en ogen openzetten en één worden met de natuur : voor veel westerlingen is dat een unieke ervaring" Dat hulpeloze wezentje dat in je handpalm past, zal met wat geluk langer op deze wereld vertoeven dan jijzelf