We wandelen door het donkere beukenbos. Boomstronken zijn met mos bedekt, het onderhout is overwoekerd met varens. Plots staan we voor een bouwvallig houten zomerhuisje, in het volle licht op een open plek. Van op het terras hebben we uitzicht op een vallei met narcissen zo ver het oog reikt. Op de achtergrond een bergketen. Dit lijkt wel het aards paradijs. We bevinden ons in Paradise Station, in de buurt van Glenorchy, South Island, Nieuw-Zeeland. Tolkien zou het naar zijn zin hebben gehad op dit terras. Net zoals filmregisseur Jane Campion, die zo verliefd werd op de streek dat ze hier in de buurt een huis kocht. En de plek trok nog meer filmmensen aan : bepaalde scènes uit de trilogie The Lord of the Rings werden hier gedraaid. Paradise (genoemd naar de paradijseenden die hier nestelen) is de plaats waar Boromir in The Fellowship of the Ring overleed, en is ook een van de locaties die het Fangorn-woud verbeelden in The Two Towers. Zowel in de film als in het boek is Fangorn een angstaanjagende plek. In werkelijkheid zijn de beukenbossen in zuidelijk Nieuw-Zeeland zo gevarieerd dat ze tot allerlei emoties kunnen inspireren. Majestueus morgenrood contrasteert met het zilver van de bergtoppen en met het diepe groen van de varens. Korstmossen woekeren op omgevallen boomstammen en grijsgroene Spaanse mossen hangen aan de takken gedrapeerd. Je kunt hier wekenlang in je eentje door het bos wandelen zonder één levende ziel tegen te komen. Ook de geluiden klinken vreemd in Europese oren. Soms is de stilte letterlijk hoorbaar, soms weerklinkt de schelle, af en toe ook bangelijke roep van de tui.
...

We wandelen door het donkere beukenbos. Boomstronken zijn met mos bedekt, het onderhout is overwoekerd met varens. Plots staan we voor een bouwvallig houten zomerhuisje, in het volle licht op een open plek. Van op het terras hebben we uitzicht op een vallei met narcissen zo ver het oog reikt. Op de achtergrond een bergketen. Dit lijkt wel het aards paradijs. We bevinden ons in Paradise Station, in de buurt van Glenorchy, South Island, Nieuw-Zeeland. Tolkien zou het naar zijn zin hebben gehad op dit terras. Net zoals filmregisseur Jane Campion, die zo verliefd werd op de streek dat ze hier in de buurt een huis kocht. En de plek trok nog meer filmmensen aan : bepaalde scènes uit de trilogie The Lord of the Rings werden hier gedraaid. Paradise (genoemd naar de paradijseenden die hier nestelen) is de plaats waar Boromir in The Fellowship of the Ring overleed, en is ook een van de locaties die het Fangorn-woud verbeelden in The Two Towers. Zowel in de film als in het boek is Fangorn een angstaanjagende plek. In werkelijkheid zijn de beukenbossen in zuidelijk Nieuw-Zeeland zo gevarieerd dat ze tot allerlei emoties kunnen inspireren. Majestueus morgenrood contrasteert met het zilver van de bergtoppen en met het diepe groen van de varens. Korstmossen woekeren op omgevallen boomstammen en grijsgroene Spaanse mossen hangen aan de takken gedrapeerd. Je kunt hier wekenlang in je eentje door het bos wandelen zonder één levende ziel tegen te komen. Ook de geluiden klinken vreemd in Europese oren. Soms is de stilte letterlijk hoorbaar, soms weerklinkt de schelle, af en toe ook bangelijke roep van de tui. "Paradise is een speciale plek", vertelt Geoff Ockwell, de plaatselijke natuurgids en parkwachter. Hij liet de rat race achter zich en kwam samen met zijn vrouw Grace en hun drie kinderen hier wonen, ook al is er geen centrale verwarming en is de dichtstbijzijnde supermarkt in Queenstown, vijfenveertig minuten ver. "De Paradise Trust werd opgericht door de overleden eigenaar David Miller, om de plek te bewaren zoals ze is en voor iedereen toegankelijk te maken. Van oudsher was het een stil oord waar iedereen tot rust kon komen. Heel wat mensen houden ervan, precies omdat er geen elektriciteit en geen telefoon zijn. Dit is werkelijk back to basics."Ver weg van de 'beschaafde' wereld dus, en toch groeit het dichtstbijzijnde dorp Glenorchy snel sedert de weg van hier naar Queenstown, 47 kilometer verder, enkele jaren geleden geasfalteerd werd. Bijna alle inwoners zijn op de ene of andere manier familie van elkaar. Marijke, dochter van David Miller en een Nederlandse moeder, werkt in de Glenorchy Trading Post. Ze maakt kleren uit de vachten van buidelratten, die worden geleverd door een professionele buidelratjager. Als kind was Marijke uit Paradise weggegaan. En toch keerde ze terug. "Ik kon me niet voorstellen dat mijn kinderen elders zouden opgroeien", zegt ze. "Ze hebben hier een vrijheid die je in geen enkele stad ter wereld nog vindt. Ze gaan te voet naar school, jagen en vissen naar believen." Marijke figureerde in een van de films, "maar je zult me nooit herkennen", verzekert ze. "Ik reed te paard en droeg... een baard." Tijdens een avondrit zien we een buidelrat met een kleintje op de rug. Het zien er zulke lieve beestjes uit dat je je niet kunt voorstellen dat ze worden afgemaakt, maar hier vormen ze een ware plaag. "Er zijn meer dan 70 miljoen buidelratten in Nieuw-Zeeland. Ze vreten letterlijk hele bossen weg, en die zijn net onze rijkdom", zegt Marijke. Het zuidelijke bos dateert uit de jongste IJstijd, toen Nieuw-Zeeland nog één was met Antarctica, waar fossielen werden gevonden van dezelfde bomen als hier langs de kust staan. In het Glenorchy Café geniet de plaatselijke bevolking van de laatste roddels. Het is er gezellig toeven rond de open haard. Een grote rosse kat bekijkt alles vanuit een tot op de draad versleten sofa. De lp's dateren uit de jaren zestig en zeventig. Het lijkt alsof de tijd hier is blijven stilstaan. Glenorchy is het aangewezen vertrekpunt voor de beste trekkingroutes in Nieuw-Zeeland : de Greenstone, Routeburn en Rees-Dart Tracks. Oorspronkelijk werd de Routeburn gebruikt door de Maori's, op zoek naar groensteen (dioriet) of jade (nefriet). Wij hebben dan wel geen meerdaagse trektocht achter de rug, maar een ochtendje safari per vleugelboot op de Dart River heeft het adrenalinepeil in onze aders flink de hoogte in gejaagd en we hebben een megahonger. Het begon met een trip per terreinbus door de Dart Valley, dan volgde een boswandeling en ten slotte scheurden we per vleugelboot over het ondiepe water. Als het iets warmer was geweest, dan zouden we het tochtje per fun-yak (soort opblaasbare kano) afgerond hebben. Het landschap ziet eruit als een grote gletsjer maar de plantengroei is exotisch, met stekelige bloemkool- ( cordyline indivisa) en kowhai-bomen die trossen gele bloemen dragen, de nationale bloem van Nieuw-Zeeland. Rond het Wakatipu-meer zijn er nog meer leuke plekken : we nemen een kijkje in de 12 Mile Delta, waar Frodo en Sam voor het eerst een oliphaunt zagen, we trekken ook naar de zeer winderige Deer Park Heights op de Kelvin Heights, waar de scènes met de Rohan-vluchtelingen gefilmd werden. Regisseur Peter Jackson heeft Nieuw-Zeeland dan wel verkend per helikopter, wij doen het per motorhome. De zoektocht naar de locaties is een gedroomd excuus om de mooiste plekjes van het land te bezoeken. De drie films werden praktisch tegelijk ingeblikt, op meer dan honderd verschillende plaatsen. Sommige zijn het bezoeken waard (en ook toegankelijk), andere bevinden zich op privé-domein of zijn niet meer dan een groot parkeerterrein of een steengroeve. Nog andere scènes werden in een studio gefilmd. Naast het hippe kunstencentrum zijn in Christchurch, waar we de motorhome afhalen, vooral de schitterende tuinen een ommetje waard. Van daaruit trekken we in zuidwestelijke richting naar de Zuidelijke Alpen. We rijden langs gigantische boomkwekerijen en schapenfokkerijen op de Canterbury Plains en komen zo langzamerhand in een vrij wilde streek terecht, een soort savanne met de bergketens permanent op de achtergrond. We zien zeer weinig mensen onderweg, het hele land telt tenslotte maar vier miljoen inwoners. De Zuidelijke Alpen zijn de Misty and White Mountains in The Lord of the Rings. De beste manier om ze te bewonderen is vanuit een sneeuwvliegtuig. We vliegen over Mount Cook, die schittert in de zon. De hoogste berg van het land (3755 meter) is een ideale trekpleister voor bergbeklimmers en wandelaars : authentiek en weinig bezocht. "Jullie boffen nogal", zei Ross Anderson toen hij zich achter de stuurknuppel wrong. "Die bergen vormen een soort van ruggengraat tot helemaal in het westen van South Island. Daardoor is de westkant vaak in wolken gehuld, terwijl het oosten droger is. Zo kan het weken duren eer je de top van Mount Cook te zien krijgt." De Maori's waren bang voor de berg en noemden hem Aoraki, naar een van hun goden. "Ik krijg nog altijd een kick als ik kan landen op verse, ongerepte sneeuw", zegt Ross terwijl hij op een sigaretje sabbelt. We genieten van de immense stilte hier in de bergen en vliegen dan terug naar de basis. Meer naar het zuiden bezoeken we Twizel, waarvan de beelden de wereld rond zullen reizen samen met The Return of the King, de laatste film van de trilogie die vanaf 17 december op de wereld zal worden losgelaten. In het skioord Wanaka, aan een meer gelegen, ontmoeten we Ian Brodie, conservator van het Warbirds Museum en schrijver van het boek The Locations of the Lord of the Rings. "Toen ik als veertienjarige het boek las, was het me meteen duidelijk dat South Island de locatie was van Middle Earth. Ik was gefascineerd door de keuze van de locaties en vermoedde dat ook anderen hierdoor geboeid zouden zijn." Zijn lichtvoetig opgevat boek is gedeeltelijk reisgids, gedeeltelijk filmgids. Het zal pas na de release van The Return of the King in zijn definitieve vorm verschijnen. Hij zweert op zijn communiezieltje dat zelfs hij niet weet waar de laatste film gedraaid werd. De tocht gaat verder via Crown Range naar Arrowtown. De omgeving is niet zo denderend, maar het stadje zelf is bijzonder pittoresk, veel leuker dan het niet zo veraf gelegen Queenstown bijvoorbeeld. Je kunt er shoppen dat het een lieve lust is : schapenwollen kleding, jassen en matten van schapenhuid, juwelen in jade of groensteen, keramiek enzovoorts. De Plains of Rohan zijn iets moeilijker te vinden. Het draaien van de film was een hele gebeurtenis, zo vertelt brandweerman Bill Muir, die hier in 1961 uit Schotland arriveerde met één koffer en zeventien dollar op zak. "Alle vissershutten werden gecamoufleerd, zodat ze eruitzagen als rotsen. Eén ervan werd helemaal platgebrand en toen ze klaar waren met filmen, kreeg de eigenaar er een nieuwe ! Er zijn miljoenen dollars uitgegeven aan wegenwerken alleen. Pakweg driehonderd figuranten trokken dagelijks in en uit het dorp. Een heel contrast met hoe wij hier leven : wij hebben niet veel nodig om te genieten. We komen hier al veertig jaar vissen, op de vlucht voor onze vrouwen (grijnst). Een visvergunning kost 82 Nieuw-Zeelandse dollar per jaar. Waar elders ter wereld kun je zo goedkoop vertier vinden ?" Bij het zien van het dorre, rotsachtige landschap kan men zich moeilijk voorstellen dat ooit goudzoekers zich hier met hun karretjes een weg baanden, in de tijd dat Skippers Canyon de rijkste goudmijnvallei ter wereld was. Meer zuidwaarts, in de richting van Te Anau, brengen we de nacht door op het strand van de vredige Mavora Lakes (nog een locatie voor de Fangorn-scènes). Te Anau is dé strategische plaats tussen Doubtful Sound, dat fantastisch is bij mooi weer maar intriest als het regent, en Milford Sound, dat in alle weersomstandigheden spectaculair is dankzij de Mitre Peak, die helemaal verticaal uit het water opstijgt. Terri Dobson, onze gids-met-de-scherpe ogen, krijgt een viertal zeldzame Fjordland-pinguïns in het oog, maar ook robben en scholeksters. Ze neemt ons bij valavond mee op een boottochtje en een wandeling door een bos waar nog maar nauwelijks een mens kwam. De kapitein van de Fjordland Navigator is altijd tot een praatje bereid : "Ik werk al zeven jaar op Milford Sound. Het is prachtig. Maar nu ook al vrij druk. Om de vijftien minuten vertrekt er een boot met toeristen. Doubtful Sound is tien keer zo groot als Milford. Je vindt er nog echte wildernis en er komen nauwelijks mensen." Het spectaculairste stukje kust bevindt zich tussen Greymouth en Punakaiki. Het lijkt op Big Sur in Californië, met panoramische vergezichten en gigantische rotspartijen. Net voorbij Point Elisabeth beklimmen we een smalle trap begroeid met boomvarens. We brengen een bezoekje aan Jill Cotton, die een eenvoudig maar comfortabel vakantiehuisje uitbaat. "Vanuit mijn living kan ik naar de kleine blauwe pinguïns kijken. Het zijn nachtdieren die elk contact vermijden, maar er nestelen er wel een paar onder de keukenvloer." Ze licht een stukje linoleum op, maar de pinguïns zijn er niet. Jill werkte vroeger bij de Arts Council van Christchurch. Na haar pensionering koos ze voor dit eenzame bestaan. Het grootste deel van de dag brengt ze door met schilderen. "Ik voel met niet eenzaam. Tweeënhalf uur vliegen en ik ben in Auckland. Het uitzicht hier en de nabijheid van de natuur, de zee en vlakbij het regenwoud, ik zou het voor geen geld ter wereld willen ruilen. Vergeet ook niet dat de bergen hier vol steenkool zitten. Die wordt per trein naar Lyttleton vervoerd en daarna naar Japan, voor de staalindustrie." Vreemd genoeg kun je hier uitstekend eten, ook op afgelegen plekken als het Bay House Café. "Ik heb de wereld rondgereisd," vertelt Dudley-Anne Thompson, "maar er is nergens een betere plek om een café uit te baten." De exotische tuin, het buitenterras, het prachtige uitzicht op de Tauranga Bay, de lekkere vis en de zalige desserten die haar partner Mark Durkin ons voorschotelt, zijn een bonus bovenop het paradijselijke gevoel dat je hier sowieso bekruipt. Christchurch heeft de charme van een provinciestadje, Fjordland is wild en winderig, maar rond de noordelijke punt van South Island, nabij Nelson en de Nationale Parken van Abel Tasman en Kahurangi, is het 'huwelijk' tussen de wilde natuur en de ontspannen lifestyle van de Pacific volmaakt. Hier heb je ook het mooiste weer van Nieuw-Zeeland, vind je het lekkerste eten en dito wijnen, zijn zowel de bergen als de zee nabij, kan men kanovaren of bergbeklimmen of gewoon wandelen door het glooiende heuvellandschap. Ook regisseur Peter Jackson was onder de indruk. Hij filmde de ontoegankelijke rotswanden van Mount Owen ( Dimrill Dale) maar ook de spookachtige bossen tussen Harwoods Hole en Takaka Hill. Het hoeft ons niet te verbazen dat het diepe woud van Fangorn, een dreigende, kille plek, met zijn mysterieuze meertjes vol algen en met mos begroeide boomstammen, ook door de Maori's als een heilige plek werd beschouwd. In Nelson ontmoeten we juwelier Thorkild Hansen, de maker van de One Ring die in de films gebruikt wordt. "Mijn vader zaliger had de originele ring ontworpen die door Peter Jackson werd gekozen, maar we werkten samen aan het project en er werden in totaal vijftien ringen vervaardigd in verschillende maten. Eén daarvan was zelfs een enkelring." Met tegenzin laten we de gezellige cafeetjes in Nelson achter ons en reizen door de wijndomeinen van Wairau Valley om in Picton de boot te nemen naar Wellington. Daar lopen we bijna verloren in het Te Papa Museum, het mooiste van Nieuw-Zeeland, met tentoonstellingen over natuur en avontuur en over het leven van de Nieuw-Zeelanders, zowel inlanders als immigranten. We rijden langs de Camperdown-studio's, de Weta Workshop en Eva Dixons optrekje in Miramar en lunchen in The Chocolate Fish Café langs Scorching Bay, de place-to-be voor al wie van ver of van dichtbij met de film te maken had. Hier wordt de hele dag lang ontbijt opgediend. Van op het terras kunnen de ouders hun kinderen die op het strand spelen in de gaten houden. Rondom Wellington zijn heel wat filmlocaties te vinden maar die werden vooral gekozen omdat ze lijken op het landschap in South Island. Van het gesofisticeerde Wellington trekken we naar Palliser Bay, een afgelegen vissersdorpje. Het lijkt of we meteen vijftig jaar in de tijd terugreizen. Hier is de natuur opnieuw adembenemend. Het wordt stilaan tijd voor een bezoek aan de laatste filmlocatie van onze trip : Tongariro National Park, in het vulkanische centrum van North Island, een zeer geschikte plek voor de climax van de filmtrilogie. Met zijn drie volwassen vulkanen, Mount Ruapehu, Ngauruhoe en Tongariro, behoort het park tot het Werelderfgoed. Geen geschikter plek toch voor Mount Doom dan een echte vulkaan ! We parkeren de motorhome en nemen onze intrek in The Grand Château. Hier logeerden sommige leden van de filmcrew die vier weken lang filmden rond Whakapapa, nabij de rotswanden in de Iwikau-vallei en de pittoreske watervallen van Tawhai ( Henneth Annûn in The Two Towers). In de buurt van de vulkanen bevinden zich talrijke bergwandelpaden en wij hoopten de Tongariro Crossing-dagtocht rond de meren en kraters te maken, maar toen we arriveerden, begon het te sneeuwen, en twee dagen later sneeuwde het nog. En in tegenstelling tot een filmcrew beschikken wij niet over warmeluchtkanonnen om de sneeuw te ruimen. Later zien we de vulkanen vanuit de lucht. Het landschap is nog spectaculairder dan dat van Mount Cook. Na Tongariro gaat het richting Taupo, met zijn kleurrijk vulkaanlandschap, en de warmwaterbronnen van Rotorua, ten noorden van Auckland. We houden even halt in de glooiende velden van de Hinuera-vallei, ten zuidoosten van Matamata, waar de scènes van Hobbiton en de Shires gefilmd werden. De Shires spelen een rol in het begin en op het einde van de trilogie. Een geschikte manier om deze fantastische trip af te ronden. n Tekst Fiona Cameron - Foto's Preben Kristensen