Eens te meer is gebleken dat in deze hoogste klasse van Saint-Emilion-wijnen 1985, de excellentie zeldzaam is en de hoge kostprijs de regel.
...

Eens te meer is gebleken dat in deze hoogste klasse van Saint-Emilion-wijnen 1985, de excellentie zeldzaam is en de hoge kostprijs de regel. Beauséjour is goed in de aanspraak, maar valt in de mond dun weg. Clos Fourtet is erg mager, middelmatig en kort. Belair is arm en zelfs wat harsachtig. Figéac is getekend door zijn erg onrijpe cabernet. Tien jaar op dergelijke wijnen wachten ze worden elk jaar magerder , is funest. Ze brengen de gehele classificatie in het gedrang. Gelukkig zijn er ook betere. Gaffelière is mooi ontwikkeld en doortimmerd, ?il est arrivé", en Trottevièlle is veel beter dan verwacht : een zekere finesse met wat dragende stevigheid. Ausone is schraal en nog zeer streng, vooral op het einde. Deze drie wijnen hebben de flessentijd van tien jaar goed doorstaan, maar langer wachten, moet zeker niet. Niet toevallig kwam vintage port op dat punt ter sprake : die wijnen kunnen inderdaad een flinke karafspoeling met port meer dan verdragen. Nu de waarachtig grote broeders. Magdeleine is groot : een flinke dieprijpe kleur, die door de jaren wat verzacht en zeker niet verzwakt is, en een gedrongen compacte neus met een breed openplooiende merlotsmaak. Bruneau zet er knapperig gebakken zwezerik bij, met het vlees uit grote krabbenpoten en enkele druppels salsa balsamico. Een uitstekende combinatie waarbij de levendig gehouden zachtaardigheid van het gerecht, het suave van de Magdeleine nog accentueert. Canon is van een totaal verschillende, genadeloze stijl. De minst door de tijd geraakte van alle elf. Goede kleurconcentratie met een verre aanzet van zachte evolutie, een neus met tegelijk finesse en een goed onderbouwde reserveruimte, en in de mond een staande smaak met mooie structurerende tannines. Een wijn die duidelijk zijn toekomst niet achter zich heeft gelaten. Bruneau plaatst er licht aangezette langoustines bij met een saus van boerenboter en een flinke schep minuscule droge bonen, vergezeld van een aardappelensemble waarin enkele fijngesnipperde reepjes gerookt spek een subtiele smaakbrug vormen naar het glas : een meesterwerk. Dan komt de onvolprezen, traditioneel grote stijl van Pavie. Goede kleur in de loop der jaren wordt duidelijk dat flauwe kleur nooit met grote kwaliteit kan samengaan en een fijne, onder meer door oud hout gedragen neus. De smaak is getekend door geknoopte eenheid van begin tot einde, en ook door fluweelzachte, sappige gevarieerdheid. Bruneau zet er gebakken ossenhaas bij, doorregen met ganzenlever en truffel : klassieke degelijkheid die het alleen met grote wijn kan stellen. Met zijn toegankelijke, voor de hand liggende smakelijkheid zet Cheval Blanc de kroon op het betere werk : hij is de grote winnaar van het stel (terwijl Ausone, eveneens behorend tot de hoogste categorie, de grote verliezer is). Cheval Blanc heeft dat typisch fijne en stevige, zachte en toch gestructureerde van grote wijn, en daarbij nog een grote onderbouwde lengte : een ontroerend wonder, van hetzelfde meesterlijke niveau als de kookkunst van Bruneau.