Als ik een tussenstop zou moeten maken in New York, vanuit Europa naar ergens in de VS en vice versa: wat zou u een eendagstoerist aanraden?" vroeg een lezeres me begin deze week via e-mail. Mijn eerste reactie was een zucht van ergernis. Ik ben vragen naar reistips van lezers gewend, maar dit ging me wat te ver. "Ik lees al 25 jaar Knack", had de slimme mevrouw in haar aanhef geschreven, kwestie van zich te profileren als iemand die extra aandacht verdient. "Eén dagje in New York? Dat is belachelijk. Neem terug contact op als u wat langer kunt blijven", antwoordde ik haar in gedachten. Maar dat mailde ik natuurlijk niet.
...

Als ik een tussenstop zou moeten maken in New York, vanuit Europa naar ergens in de VS en vice versa: wat zou u een eendagstoerist aanraden?" vroeg een lezeres me begin deze week via e-mail. Mijn eerste reactie was een zucht van ergernis. Ik ben vragen naar reistips van lezers gewend, maar dit ging me wat te ver. "Ik lees al 25 jaar Knack", had de slimme mevrouw in haar aanhef geschreven, kwestie van zich te profileren als iemand die extra aandacht verdient. "Eén dagje in New York? Dat is belachelijk. Neem terug contact op als u wat langer kunt blijven", antwoordde ik haar in gedachten. Maar dat mailde ik natuurlijk niet. Het is nu een week later, een zee van tijd in het e-mailtijdperk. Ik ben de lezeres dringend een antwoord verschuldigd. Genoeg gedraald. Ik doop mijn ganzenveer in de inktpot. "Beste mevrouw Ingrid V.D. Eerlijk gezegd, ik voelde me als New Yorker beledigd toen ik uw e-mail las. Zou die mevrouw, zo dacht ik, overwegen om een maaltijd bij Comme Chez Soi in tien minuten binnen te schrokken of de vrijpartij met de man of vrouw van haar dromen in vijf minuten af te haspelen? Neen en nog eens neen. Waarom dan wel the Big Apple in één enkel petieterig dagje? Ik duwde uw vraag een beetje geïrriteerd van me af. Ik had wel andere katten te geselen deze week. Er werd vijf keer ingebroken in mijn buurt. Maandag miste ik de envelop met geld dat bestemd was voor twee vliegreizen naar België. Dinsdag verloor ik door de schuld van een vers geslepen aardappelmesje bijna mijn linkermiddelvingertopje. Woensdag werd mijn vader in Gent geopereerd. Donderdag probeerde ik via de telefoon mijn overstuur zijnde broer te kalmeren, wat niet lukte, zodat ik zelf overstuur werd. Ik kan doorgaan met de lijst van mijn beslommeringen, maar daarmee is uw vraag nog niet beantwoord. De waarheid is, mevrouw, dat u ondanks alles elke dag in mijn gedachten bent geweest. En weet u wat ik vannacht besloot toen ik de slaap niet kon hervatten doordat mijn zere vinger zo fel klopte nadat ik er in mijn slaap op was gaan liggen zodat hij opnieuw was gaan bloeden? Dat uw vraag een interessante vraag is. Meer zelfs. Het is een uitdaging. Jammer genoeg schrijft u niets over uzelf. Bent u goed bij kas of niet? Bent u goed te been of niet? Spreekt u Engels of niet? Wat zijn uw specifieke interesses? Dergelijke informatie maakt het verstrekken van reistips eenvoudiger, onthou dat voor de toekomst. Bij gebrek daaraan stelde ik mezelf vannacht deze vraag: wat zou ik doen als ik uit dit land werd gezet en dan later voor één dag en niet langer New York mocht bezoeken? Liefst van al zou ik op een late zaterdagnamiddag toekomen, begin mei of begin oktober, als de zon op haar heerlijkst is. Ik zou een taxi nemen naar mijn hotel, om tijd te sparen. Ik zou op de zuidpunt van Manhattan, downtown dus, overnachten in bijvoorbeeld het Marriott Financial Center, waar je dat tijdens het weekend voor de helft van de normale prijs kunt. Een hippe tent is het niet maar wel onpretentieus, netjes, ruim en ideaal gelegen. Wall Street, Saint Paul's Chapel en Trinity Church, de Woolworth Building, het stadhuis, de Brooklyn-brug, het World Trade Center, de promenade langs de Hudson-rivier in Battery Park, Chinatown, Soho, Tribeca: ze liggen allemaal op loopafstand. Het zou flink doorstappen worden, maar het is te doen. Dan ben ik nog de Staten Island Ferry vergeten, die ook vlakbij is. Vijftig gratis minuten varen in de baai van New York, met een glorieus zicht op de skyline, langs Ellis Island, Liberty Island en Governors Island: het is een tocht die aan de ribben blijft plakken. Op zondagmorgen zou ik rond een uur of negen voor mijn hotel een vriendelijke taxichauffeur kiezen die bereid is om me naar Harlem te brengen kriskras via Chelsea , Washington Square Park, Gramercy Park,Flatiron Building, Empire State Building, Times Square, Grand Central, Chrysler Building, Rockefeller Center, de musea op Fifth Avenue, Riverside Drive en Hamilton Heights. In Harlem zou ik zonder schrik een van de 350 kerken binnenstappen, het liefst een kleintje in de buurt van de 125ste straat waar vanaf 11 uur swingende missen worden gehouden. Na afloop zou ik de subway naar Central Park nemen voor een korte wandeling, om me nog eens zowel door het park als door zijn bonte bezoekers te laten ontroeren, tenminste als het niet regent. Doet het dat wel, dan zou ik een tentoonstelling kiezen in het Metropolitan, Guggenheim, Cooper Hewitt of Whitney Museum. Met de taxi zou ik me daarop langs de East River naar de Staten Island Ferry spoeden. Daarna, toch als het helder weer zou zijn, zou ik ten afscheid New York nog even aan mijn voeten willen zien liggen. Het World Trade Center zou de meest geschikte uitkijkpost zijn. Eten zou ik in die 24 uren, net als het gros van de inboorlingen, uit het vuistje doen. Tijd verspillen aan winkelen zou ik helemaal niet doen. Mijn tong zou op mijn tenen hangen als ik die avond het vliegtuig zou opstappen, maar ik zou tevreden sterven. Een goede reis, mevrouw Ingrid V.D." Jacqueline Goossens vanuit New York