Lene Kemps
...

Lene Kemps In de haute couture wandelen vogels en vlinders over het podium. Alexander McQueen zet zijn modellen nestjes op het hoofd, of kleine dierenskeletten. Mode bevindt zich in de schemerzone tussen aarde en dierenrijk. In de mythische wereld waar de twee elkaar ontmoeten. Enige animale invloed is natuurlijk niet nieuw. De insectenwereld is al langer een inspiratiebron voor ontwerpers. Vooral voor degenen die zich bezighouden met de virtuele realiteit van internet en computers. Bij hen zien we kevers en mieren. Misschien omdat ze als een spin in het worldwibe web zitten ; of omdat ze zich als onderdeel van een onzichtbaar superbrein als een lid van een mierenkolonie voelen. Hun Bladerunner-universum is koud, het is er een van protection en gevaar voelen, van schilden, duizenden ogen en voelsprieten. Mooier en aardser is de associatie met vogels en vlinders. Ze is optimistischer en spreekt over een verlangen naar vrijheid, onschuld, een koesteren van hogere waardes, een zoeken naar een nieuwe schoonheid, het verkiezen van het instinctmatige boven het culturele. Volgens Catharina Van Eetvelde van trendbureau Edelkoort heeft het ook te maken met een verlangen naar directe communicatie. ?Na alle gedaanteverwisselingen wil men kleding die duidelijke boodschappen geeft. En wat is er duidelijker dan de vacht van een dier.? Bij een dier verwijst de buitenkant zonder omwegen naar de identiteit. Aan de strepen herken je het beestje, aan de veren herken je de vogel en je ziet vaak ook hoe hij zich voelt. Dat is bij kleding lang niet meer het geval geweest. Toen de New York Times verleden jaar zijn honderdste verjaardag vierde, vroeg het blad aan verschillende ontwerpers hun visie op mode in het jaar 2096, een eeuw verder. De antwoorden van de ontwerpers raakten alle mogelijkheden. Isaac Mizrahi tekende een vrij saai uniform voor de werkplaats, eentje dat gezien de verregaande vorm van politieke correctheid noch hiërarchie, noch sekse verraadt. Voor binnenshuis voorspelde hij excentrieke uitbarstingen van de eigen smaak. John Galliano zag een edele wilde, een verfijnde plunderaar die het beste uit alle tijdperken combineert : een mohicanenkuif met een empirejurk en een luipaardbroek. Anderen voorspelden astronautenpakken en jumpsuits. Beschermende, zelfreinigende en therapeutische kleding passeerde de revue. Maar het wonderlijkste antwoord kwam van Rei Kawakubo (Comme des Garçons) : het kledingstuk als een wit blad om emoties en persoonlijkheid op te projecteren. ?Over honderd jaar is een silhouet als een wolk die rond de drager zweeft, voortdurend veranderend van vorm. De coupe en aard van het kledingstuk worden door de drager zelf bepaald. Zij kan kiezen wat ze wil. De persoonlijke creativiteit zal geen grenzen kennen, er zal totale vrijheid door geestelijke kracht heersen.? Vrijheid, individualiteit, creativiteit. Martin Margiela hanteert dezelfde principes bij zijn paspop-vrouw die met eenvoudige, onafgewerkte lappen stof een rok of jurk voor zichzelf improviseert. Ook Helmut Lang ziet zijn kleding als een soort blank canvas waarop de drager zijn persoonlijkheid projecteert. Instinctmatig. Emotioneel. Direct. Vrij. Terug naar de vlinders en vogels. Al een tijd lang onderzoekt mode de grenzen tussen lichaam en kledingstuk, tussen individu en buitenwereld. Zullen we ons steeds meer afschermen, inkapselen en beveiligen ? Of gaan we naar meer openheid toe ? Over haar bultenjurk zegt Kawakubo : het lichaam wordt jurk wordt lichaam wordt jurk... Het schietgebedje van de deconstructie. Wanneer en hoe laten we de buitenwereld binnen ? Het verwisselen van binnen- en buitenkant, het gebruik van voeringstoffen, het maken van openingen in een kledingstuk, duidt op het overschrijden van een grens. Die tussen het privé-domein en de buitenwereld. Dit is een mode met letterlijk veel openheid, die zich niet afsluit voor invloeden van buitenaf. Openheid voor de omgeving is de rode draad die zulke verschillende ontwerpers als Lang, Margiela en Kawakubo met elkaar verbindt. Samen vormen ze een mooi overzicht van een poging om een nieuwe vorm van schoonheid te definiëren : fragiel, ontroerend en fris. Niet helemaal af, niet perfect. Vergankelijk. De schoonheid van vlinders en vogels. Na harde glamour en bewuste lelijkheid, zijn we logischerwijze opnieuw aan beauty toe. Zoals een vlinder eerst rups moet zijn. Het is een mode die voorlopig voor zichzelf nog veel beperkingen ziet. Het kledingstuk is nog geen wolk die om het lichaam zweeft, het is een stretchjurk met bulten. De ondergrond is geen blank canvas, het is een paspop. Een vogel in een kooi. Een vlinder in een doosje.