Als paradox kan het tellen : de mensen die we het liefst zien, doen we het meest pijn. Algemeen gaat men ervan uit dat één vrouw op vijf op een bepaald moment van haar leven met ernstig partnergeweld te maken krijgt. Bij de mannen zou dat één op veertig zijn. In zijn boek Moordenaars en hun motieven noemt Jef Vermassen partnerdoding het meest voorkomende levensdelict. Het probleem mag zeker niet onderschat worden, vindt ook hoofdinspecteur Hilde Van de Vijver, referentieambtenaar partnergeweld in de politiezone Berlare-Zele.
...

Als paradox kan het tellen : de mensen die we het liefst zien, doen we het meest pijn. Algemeen gaat men ervan uit dat één vrouw op vijf op een bepaald moment van haar leven met ernstig partnergeweld te maken krijgt. Bij de mannen zou dat één op veertig zijn. In zijn boek Moordenaars en hun motieven noemt Jef Vermassen partnerdoding het meest voorkomende levensdelict. Het probleem mag zeker niet onderschat worden, vindt ook hoofdinspecteur Hilde Van de Vijver, referentieambtenaar partnergeweld in de politiezone Berlare-Zele. Hilde Van de Vijver : "Vanuit mijn ervaring denk ik dat wat vrouwenmishandeling door de partner betreft de cijfers in werkelijkheid nog hoger liggen. Partnergeweld kan verschillende vormen aannemen : beschadiging van eigendommen, stalking door een ex, slagen en verwondingen, doodslag of moord. Die misdaden komen als dusdanig in de statistieken terecht en niet onder de noemer partnergeweld. Vandaar dat het moeilijk was om exacte cijfers voor te leggen. Anderzijds is het zo dat de politie op 3 april 2006 van de procureur-generaal een omzendbrief met nieuwe richtlijnen inzake partnergeweld ontving. Eén van die richtlijnen is dat van elke melding nu op zijn minst een verkort proces-verbaal gemaakt moet worden. Vroeger bleef het wel eens bij een interne melding. Je kent dat : de politie wordt verwittigd door buren die vrezen dat de ruzie naast de deur van kwaad naar erger gaat, maar als je dan aanbelt, krijg je te horen dat er niets aan de hand is. Nu wordt ook zo'n geval officieel geregistreerd en al dat cijfermateriaal wordt in de statistieken verwerkt. Absoluut. Algemeen kun je stellen dat men in lagere sociale klassen bij onenigheid binnen het gezin gemakkelijker naar de politie belt. Vaak kennen wij die gezinnen. Als ze bellen, weten wij : 'Ze hebben waarschijnlijk te veel op, de stoom moest weer eens van de ketel en het liep uit de hand. ' Wij komen tussen, praten met de partners, verwijzen hen eventueel door naar hulpverlening. Hoe hoger op de sociale ladder, hoe groter de schaamte en hoe meer moeite de mensen doen om het geweld te verbergen. De façade moet koste wat kost in stand gehouden worden. De problemen slepen meestal veel langer aan voor er iets naar buiten komt. En als dat dan het geval is, schrik je soms hoe erg het is. Dat zijn de risicogevallen voor familiedrama's. Zo'n gezin waarvan de buren achteraf zeggen : 'Dat hadden we nu nooit verwacht, we hebben daar nooit iets abnormaals gemerkt.' Maar als je dan wat dieper in dat dossier graaft, ondervind je dat de stress in dat gezin al jaren aansleepte voor hij tot een of andere vorm van familiaal geweld leidde. Vroeger was de mentaliteit : alles wat binnenskamers tussen mensen gebeurt, behoort tot de privésfeer, daar moet de politie zich niet mee bemoeien. Maar door de recente golf van familiedrama's is er een bewustwording van de ernstige graad van geweld binnen de gezinnen, verspreid in alle lagen van de bevolking. Van die gevallen waarvan je achteraf denkt : daar was al lang iets aan het sluimeren, waren we alerter geweest, we hadden het misschien kunnen voorkomen. Dat heeft dus geleid tot die nieuwe omzendbrief, de Col 4 zoals wij die intern noemen, en tot een standaardprocedure voor politionele tussenkomsten bij partnergeweld. In de eerste plaats dat de klacht ernstig genomen wordt en dat de opvang in maximaal discrete omstandigheden gebeurt. Het slachtoffer krijgt medische zorgen, er wordt bewijsmateriaal verzameld en er worden foto's genomen. Er is ook aandacht voor haar emotionele toestand. Bij het verhoor kan een slachtofferbejegenaar ingeschakeld worden. Omwille van de objectiviteit is dat iemand van de politie die niet met het onderzoek bezig is. De slachtofferbejegenaar helpt bij het zetten van juridische stappen, het invullen van paperassen die daarbij komen kijken en allerlei praktische regelingen. Er zijn ook richtlijnen voor het verwittigen van het parket. Vroeger was dat een kwestie van persoonlijk aanvoelen : is dit geval ernstig genoeg ? Nu gebeurt het van zodra er sprake is van lichamelijke letsels : kneuzingen, een blauw oog, een gebroken neus. Ook met de frequentie van de incidenten wordt rekening gehouden. De procureur des Konings kan de verdachte laten oppakken en verhoren en voorstellen dat hij de woning verlaat. Vroeger was het meestal het slachtoffer dat de woning verliet en al dan niet met kinderen naar een vluchthuis ging. Op die manier werd ze uit haar vertrouwde omgeving gehaald en was ze nog meer ontredderd. Nu is de tendens om het slachtoffer in de woning te laten en de verdachte elders onder te brengen. Pas op, als hij weigert zijn huis te verlaten, kunnen we hem niet dwingen. In het geval van ernstige feiten kan de procureur de verdachte die niet wil meewerken laten arresteren. Hij komt dan voor de onderzoeksrechter die hem kan vrijlaten onder bepaalde voorwaarden : dat hij geen strafbare feiten meer pleegt en een tijdelijk onderkomen zoekt. Geweldpleging heeft vaak met drank- en drugsgebruik te maken. Ook op dat vlak kunnen voorwaarden gesteld worden. Bij zeer ernstige geweldpleging kan de verdachte natuurlijk gearresteerd en naar de gevangenis gestuurd worden. Mijn uitgangspunt is altijd : je bent geen slecht mens, maar je gedrag is verkeerd. Pas op, soms begrijp ik zo'n man. Niet alle vrouwen zijn doetjes, er zijn er die hun man het bloed onder de nagels vandaan kunnen halen. Maar geweld valt nooit goed te praten. Vaak heeft het te maken met verkeerd op elkaars signalen reageren en op de verkeerde manier stoom aflaten. Koppels die bij elkaar willen blijven, raden wij aan samen in therapie te gaan. In Dendermonde bijvoorbeeld loopt een hulpverleningsproject 'partnergeweld' in het Centrum Algemene Welzijnszorg 't Dak. Onze zone werkt actief mee aan dit project. Partners leren er beter met elkaar te communiceren en de ervaring leert ons dat die aanpak goede resultaten geeft, zodat wij minder vaak moeten tussenkomen. Elke zone moet nu een referentieambtenaar partnergeweld hebben, die de link is tussen politie en parket. In de Zone Berlare-Zele ben ik dat. Ik moet ervoor zorgen dat Col 4 goed toegepast wordt en de tekortkomingen melden aan de referentiemagistraat, in casu eerste substituut mevrouw Inge Deman, zodat we kunnen bijsturen. Door de nieuwe aanpak krijgen we er een heel pak werk bij, maar geen extra personeel om al die dossiers op te volgen. Daardoor lopen we soms achter op de feiten en dat is jammer. Kinderen die opgroeien in een gezin waar fysiek of psychisch geweld voorkomt, kunnen daar serieuze trauma's aan overhouden. Moeten kiezen in hun loyaliteit voor moeder of vader kan zeer verwarrend zijn. Soms zie je dat het probleem van generatie op generatie wordt doorgegeven. Als je er maar vaak genoeg getuige van bent dat slaan de regel is in een conflict, dan weet je op de duur niet beter. Daarom wordt er een apart dossier aangelegd voor kinderen die getuige zijn geweest van geweldpleging. Dat is belangrijk voor de hulpverlening. Het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg kan ingeschakeld worden of Kind en Gezin. Kinderen verhoort men tegenwoordig bij voorkeur op video. Dan kun je achteraf zien wanneer ze zenuwachtig beginnen te draaien, wegkijken, huilen of bij een bepaalde vraag blokkeren en zo krijg je een beeld van hun psychische toestand. Ik ben criminologe, geen psychologe, maar toch heb ik de indruk dat het vaak om vrouwen met een laag zelfbeeld gaat. Of vrouwen die oorspronkelijk wel zelfstandig waren, maar die door hun situatie geïsoleerd geraakten. De man kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat ze weinig alleen de deur uitgaat en niet veel contact heeft met familie en vrienden. Partnergeweld kent vaak een cyclisch verloop : er zijn spanningen die naar een hoogtepunt culmineren, dan volgt de uitbarsting waarna de man spijt betoont en belooft dat het nooit meer zal gebeuren. De 'bloemen na de slagen'-fase, zeg maar. Maar vaak volgt na zo'n liefdevolle periode toch weer een nieuwe crisis. Sommige vrouwen geraken moeilijk uit die cirkel. Er zijn zoveel redenen om bij elkaar te blijven : status, geld, de kinderen, angst voor een lange echtscheiding. Of uit liefde. 'Ik zie hem graag', is misschien nog het meest gehoorde argument. Want een man met losse handen kan voor de rest wel een goede vader zijn of een goede minnaar. Veel gewelddadige ruzies worden bijgelegd in bed, waarna de vrouw haar man nog maar eens een nieuwe kans geeft. Soms steek je heel veel werk in een zaak en dan kan het heel ontmoedigend zijn als de vrouw in kwestie toch teruggaat naar haar man. Soms hou je je hart vast. En ja, als het weer koek en ei is tussen de partners, dan is de politie de boosdoener. Van het parket krijgen we soms de opdracht om de huidige situatie binnen een gezin na te gaan. Dan is het : laat ons met rust, we willen daar niet meer aan herinnerd worden. Maar voor hetzelfde geld is het binnen een maand weer prijs. Dan kun je alles opnieuw opstarten. Maar ik ben van mening : ook al gaat een vrouw voor de derde keer terug, misschien zal ze de vierde keer de knoop wél doorhakken. Met andere woorden : een slachtoffer moet altijd het gevoel hebben dat ze bij jou terechtkan. Door Linda Asselbergs I Illustratie Arpaïs Du Bois I Portret Gerald Dauphin