Omilh Me Ya. Het is Patagonisch voor: tevreden ben ik. Ik leerde het van Dree Peremans, de grote Patagoniëkenner, die alles weet over een land waar hij nog nooit is geweest en eigenlijk zelfs nooit naartoe wil. "Waarom zou ik? Ik ben er elke avond in mijn hoofd. " Zijn vriend Dirk Van Esbroeck had een soortgelijke obsessie voor Tristan da Cunha, een klein stipje in de Atlantische Oceaan. Een onherbergzaam vulkanisch eiland waar je amper op geraakt en dan waarschijnlijk nooit meer weg kunt. Zei Van Esbroeck toen: "Het is geen plaats waar je op zoek gaat naar jezelf. Daar is h...

Omilh Me Ya. Het is Patagonisch voor: tevreden ben ik. Ik leerde het van Dree Peremans, de grote Patagoniëkenner, die alles weet over een land waar hij nog nooit is geweest en eigenlijk zelfs nooit naartoe wil. "Waarom zou ik? Ik ben er elke avond in mijn hoofd. " Zijn vriend Dirk Van Esbroeck had een soortgelijke obsessie voor Tristan da Cunha, een klein stipje in de Atlantische Oceaan. Een onherbergzaam vulkanisch eiland waar je amper op geraakt en dan waarschijnlijk nooit meer weg kunt. Zei Van Esbroeck toen: "Het is geen plaats waar je op zoek gaat naar jezelf. Daar is het te klein en te oncomfortabel voor. Het eiland is alleen geschikt voor mensen die zichzelf al gevonden hebben." Ze stelden me voor aan nog een derde vriend, Dirk Lambrechts, die gepassioneerd was door Transsylvanië, maar er net als de anderen op dat moment nog nooit was geweest. Hij had er van aan de grens een keer naar gekeken door een verrekijker, en dat volstond. "Ik heb naar dat wonderlijke land in de verte getuurd en bewaar de beelden in mijn hart." Mooi vond ik dat, die virtuele reizigers, ze hebben grote indruk op me gemaakt. En hoewel de gesprekken twintig jaar geleden plaatsvonden, citeer ik er soms nog uit. "Echt reizen is op weg zijn naar nergens, maar nergens is ook een bestemming", zeg ik dan. Het is van Paul Theroux, maar ik hoorde het van Peremans. Sindsdien probeer ik dat zo'n beetje uit: op weg zijn naar nergens. Gewoon onderweg zijn. Niet te veel shoppingtrips en sightseeing, maar doelloos rondwandelen en mezelf verliezen in een vreemd land. Soms lukt het. De aanwezigheid van water helpt. Dan zit ik eindeloze uren op een veerboot en observeer ik mijn medepassagiers. Of laat ik me afdrijven in een roeibootje tot ik dat ene moment bereik waarop ik besef dat ik heel even niet heb nagedacht. It's all about the experience, zeggen marketingmensen graag, het gaat 'm om die ene herinnering die de reis onvergetelijk maakt. Dat is vakantie. Mijn geest op nul zetten. Lukt haast nooit. Bhutan (pag. 28) is mijn droomland. Dé nieuwe bestemming in Azië, met nog genoeg authenticiteit en mystiek om elke westerling te betoveren. Het land waar ik misschien beter van zou genieten in mijn hoofd dan er ook echt naartoe te gaan. Misschien zijn ze wel allemaal depressief en ongelukkig in het koninkrijk waar het Bruto Nationaal Geluk als een ernstig begrip wordt gehanteerd. Misschien vragen ze mij wel om jeans en sneakers en vinden ze hun zijden pakken ouderwets. Ik denk aan Buthan als aan het shangri-la in de film Lost Horizon (1937) van Frank Capra. Een mythische plaats waar de wijsheid je vanzelf overvalt. Je vult er je dagen met lezen en mijmeren, en je blijft er eeuwig jong. Dat kan alleen maar tegenvallen. Misschien beter een Patagonisch Peremansje doen en nooit vertrekken. lene.kemps@knack.be Lene Kemps"ECHT REIZEN IS OP WEG ZIJN NAAR NERGENS, MAAR NERGENS IS OOK EEN BESTEMMING."