Dat ze zelf in een kraamkliniek geboren werd die intussen een bejaardentehuis is, grinnikt Rachel Agnew (1976), misschien wel het meest bekend als publieksprijswinnares van de eerste editie van de Canvascollectie. "Wie weet eindig ik daar nog ook." Voorlopig woont ze in een rustige straat in Borgerhout, waar aan veel gevels een korf met petunia's hangt, samen met de bordjes 'Zonder Haat Straat' een teken dat er vriendelijk volk huist. Wat niet wegneemt dat Rachel naar eigen zeggen tijdelijk in de hormonenhel woont : recentelijk bevallen, baby nog niet lang uit de couveuse, op de koop toe pas verhuisd. Dat ze de laatste dagen nooit langer dan anderhalf uur na elkaar sliep en daarom misschien wel rare klap uitslaat, waarschuwt ze me. Nu, dat valt geweldig mee, ook al staat ze beslist kritisch tegenover haar stad en stadsgenoten. Maar is dat niet typisch Antwerps ? Wat me meteen tot mijn eerste vraag inspireert. Hoe Antwerps is Rachel Agnew eigenlijk ?
...

Dat ze zelf in een kraamkliniek geboren werd die intussen een bejaardentehuis is, grinnikt Rachel Agnew (1976), misschien wel het meest bekend als publieksprijswinnares van de eerste editie van de Canvascollectie. "Wie weet eindig ik daar nog ook." Voorlopig woont ze in een rustige straat in Borgerhout, waar aan veel gevels een korf met petunia's hangt, samen met de bordjes 'Zonder Haat Straat' een teken dat er vriendelijk volk huist. Wat niet wegneemt dat Rachel naar eigen zeggen tijdelijk in de hormonenhel woont : recentelijk bevallen, baby nog niet lang uit de couveuse, op de koop toe pas verhuisd. Dat ze de laatste dagen nooit langer dan anderhalf uur na elkaar sliep en daarom misschien wel rare klap uitslaat, waarschuwt ze me. Nu, dat valt geweldig mee, ook al staat ze beslist kritisch tegenover haar stad en stadsgenoten. Maar is dat niet typisch Antwerps ? Wat me meteen tot mijn eerste vraag inspireert. Hoe Antwerps is Rachel Agnew eigenlijk ? Rachel Agnew : Mijn grootmoeder aan vaderskant was een Roma, mijn grootvader een pikey, een zigeunerachtig type met Ierse roots. Heb je Snatch gezien van Guy Ritchie ? Daarin speelt Brad Pitt een pikey, met zo'n raar hoedje op en compleet onverstaanbaar, om je een breuk te lachen. Op een bepaald moment is mijn vader in België aanbeland en tot over zijn oren verliefd geworden op mijn moeder, een Limburgse. En omdat hij een romanticus was, is hij hier blijven plakken, ook al zat hij voortdurend te kankeren op this little crap country. Soms werkte hij in het buitenland en als hij dan na een paar maanden terugkwam uit Abu Dhabi of omstreken was zijn huid heel donker en moest ik hard huilen omdat ik hem niet herkende. Als klein kind sprak ik een raar mengtaaltje, g ibberish noemde mijn vader dat, wartaal. In een appartementsblok in Berchem woonden we toen, spelen deed ik in de garages. Nee, dat was niet tof. Maar ik vond kind zijn in het algemeen niet plezant, ik kon niet snel genoeg volwassen worden. Vooral aan de nonnenschool had ik een hekel. Bekrompen, je kunt je dat niet voorstellen. En we moesten een blauw wollen uniform dragen, terwijl ik allergisch ben voor wol. Vier jaar lang heb ik lopen krabben. Daarna ben ik overgestapt naar het RIKSO, de kunsthumaniora, dat ging mij veel beter af. Mijn moeder kan heel goed tekenen, mijn broer Alexi (stand-upcomedian Alex Agnew) en ik ook. Mijn vader kon dan weer heel goed zingen. We zijn met keiveel muziek opgegroeid, in een beetje een maffe familie. Als kind al had ik voortdurend beelden in mijn hoofd, dat schijnt vaker voor te komen als je aan migraine en epilepsie lijdt. Alsof je je hersens op een andere manier gebruikt. Ik tekende de dingen die ik op zulke momenten zag, sommige leraressen vonden dat nogal weird. Op mijn zeventiende ben ik het thuis afgestapt : zo, dat hadden we dan gehad. Ik geloof dat ik gemiddeld om de twee jaar verhuisde, geen buurt in Antwerpen of ik heb er gewoond. Op het Zuid, in de stationswijk, op verschillende adressen in Borgerhout, zelfs aan de Frankrijklei. Daar woonden voor de rest allemaal keurige oude dames, wat wel handig was. Je mocht de muziek zo hard zetten als je wou, klagen deden ze nooit, wegens stokdoof. Alleen op Zurenborg heb ik nooit gewoond, daar kun je als jonge mens alleen terecht als je geld van je ouders hebt gekregen of geërfd. Zurenborg is fietskarrenland. Pas op, daar wonen veel lieve mensen, maar toch werken die pseudohippies op mijn zenuwen. Dat ze zonder geld eens de hippie proberen uit te hangen, zien of dat zo plezant is. Waarom zou ik ? Mijn familie en vrienden wonen hier. Ik ben een echte stadsmens, ik mag er niet aan denken om op het platteland te wonen. Of in de randgemeenten, waar de mensen elkaar voortdurend in 't oog houden en kwaad zijn als de buren dezelfde bloemen in hun tuin hebben als zij. Nee, dat komt niet uit een slechte soap, ik heb echt zo iemand gekend. Ik ben van het type dat niet stil kan zitten, ik wil overal naartoe kunnen en van alles zien. Het goede aan Antwerpen is dat het een stad is, maar geen grootstad. Brussel is mij te groot en Gent te klein en te saai, ook al ga ik graag naar het SMAK. Eigenlijk is Antwerpen een verzameling van dorpen waar iedereen die met hetzelfde bezig is elkaar kent en elkaar tegenkomt in dezelfde cafés. En als er iets nieuws opent, is dat meteen een hype en trekt iedereen daar naartoe. Het is allemaal te overzien en toch niet provinciaal, door de nabijheid van de haven. Ik hou van buurten zoals de stationswijk, waar iedereen komt : arm en rijk, van hier en ergens anders. Wat ik heel graag doe, is exotisch koken. Als ik terugkom van een verre reis, dan wil ik thuis hetzelfde eten als in het land waar ik vandaan kom. Daarom woonde ik heel graag in de Offerandestraat. Daar vind je pikante chilipepertjes en gember en alle kruiden en specerijen die je nodig hebt. Voor een paar cent, terwijl je er op het Zuid een veelvoud moet voor neertellen. Op het Zuid woonde ik in een krot bij de Waterpoort, tussen de Turken. Intussen zijn al die huizen gerenoveerd en wonen er vooral yuppen die met van die enorme 4x4's rijden. Waarom heb je zoiets in godsnaam nodig in de stad ? Als ze er dan nog mee konden parkeren. Bar Mondial, Venue 219, alle podiumcafés waar je een goeie ambiance had zijn gesloten. Ik heb nog lang in het Cartoons Café gewerkt, dat later Kladderadatsch werd. Het hele uitgaansleven gaat kapot door die strenge geluidsnormen. In een stad en zeker in een uitgaansbuurt heb je nu eenmaal lawaai, dat weet je toch als je er gaat wonen ? De toffe cafés die blijven bestaan worden dan weer gerenoveerd, minimalistisch en clean, met ongemakkelijke stoelen en van dat kille licht waarin je er verschrikkelijk uitziet. Wat is er mis met ouderwetse zitbanken met kussentjes ? Je zit al een hele dag met je kop in een computer en dan kom je op café ook nog eens in zo'n koude sfeer terecht. Ik wil warmte, ambiance, lachende mensen. Die rage van de koffiebars ? Hoeveel willen ze er daar nog van openen ? Ik hoef geen latte, ristretto of lungo, ik wil gewoon een koffie, zoals je die overal kunt drinken. Scheld'Apen, vroeger een kraakpand, daar heb ik veel weekends doorgebracht, daar kwamen al mijn vrienden. Maar nu zijn we allemaal wat ouder, nu zit daar een nieuwe generatie jonge mensen. Maar ja, zeker in vergelijking met steden in het buitenland. Veel hangt natuurlijk af van wat je gewend bent. In de stationsbuurt hangen wel een paar junks rond. Maar als je daar woont, dan word je met rust gelaten. Ik zie er natuurlijk niet uit alsof ik rijk ben en daar niet thuishoor. Het staat ook op je gezicht te lezen als je bang bent. Door mannen lastiggevallen worden, dat overkomt mij overal, of het nu in Borgerhout is, in de Offerandestraat of door yuppen op het Zuid. Waar dat het minst gebeurde, was paradoxaal genoeg in het Schipperskwartier, waar ik te midden van de peepshows en de raamhoertjes woonde. Maar zo raar is dat misschien niet eens ; waar het krioelt van de vrouwen in lingerie loop je als aangeklede natuurlijk niet zo in de kijker. Het racistische kantje van Antwerpen, daar heb ik zelf ervaring mee. In de zomer is mijn huid donker, dan houden ze mij op straat soms voor een Marokkaanse. De zure opmerkingen die je dan krijgt, vooral van oude mensen. Mijn vroegere vriend had roots in Portugal en Macao. Als wij samen op straat kwamen, werden we voortdurend door de politie tegengehouden, voor een futiliteit als een kapotte fietslamp of zo. Mijn huidige vriend is een echt arisch type en nu leggen ze ons geen strobreed meer in de weg, dat verschil is echt opvallend. De stad is properder geworden, verloederde buurten zijn opgeknapt, er zijn meer vuilnisbakken en fietspaden. Maar die laatste trekken dan ook meer wandelaars met kinderen aan, zo lijkt het wel. Park Spoor Noord, dat lokt de mensen uit hun huizen en trekt ook volk van buiten de wijk aan. Maar veel park is er niet aan, mij lijkt dat eerder een golfterrein. Ja, ik weet het, ik heb meer oog voor wat er misloopt dan voor wat er goed gaat. Nu, de bedoelingen zijn goed, maar vaak schort het aan de uitvoering. 't Stad is van iedereen is een prima slogan, maar in de praktijk zie je op al die multiculturele manifestaties geen allochtonen. Op zich zijn dat goede initiatieven, maar je ziet er altijd dezelfde mensen : de oudere jongeren en de alternatieve gezinnen die er hun kinderen in ecovriendelijke kleertjes naartoe nemen. Eerlijk gezegd, ik weet ook niet hoe je de allochtonen bereikt. Blijven praten, denk ik. De aanpak is mij vaak wat te betuttelend. 'Kijk eens, wij doen een geste voor jullie.' Terwijl veel van die mensen hier geboren zijn of hier al keilang wonen en werken. Aanvaard ze niet alleen op zo'n feest, aanvaard ze ook de rest van het jaar. Misschien weet je dat niet als je er zelf een bent. Niet dat ik mij beter voel dan een ander, tenzij die echt heel dom is. Zoals veel Antwerpenaren krimp ik wel ineen als er een meute Hollanders nadert, die zijn mij iets te aanwezig. En ja, ik ben blij dat ik in Antwerpen woon, maar om daar nu trots op te zijn ? Ik hou wel van die echt volkse types in de cafés van de Carnotstraat en de Turnhoutsebaan, met hun rauwe humor en fantastische verhalen. Veel mensen trekken daar hun neus voor op, ook al voor dat dialect dat niet-Antwerpenaren zo gruwelijk vinden, maar het is niet omdat je een voortand mist en plat spreekt dat je marginaal bent. Niet rechtstreeks. Ik heb de Sinksenfoor wel eens geschilderd, typisch zo'n plek waar iedereen naartoe gaat, mensen van het meest uiteenlopende slag. Maar dat was toch vooral een metafoor, het leven als één gigantische kermis. Mijn schilderijen gaan over wat er in mij omgaat, hoe het menselijk brein werkt, hoe mensen tegenover elkaar staan en wat de technologie met ons doet. De stad is de context, maar niet het thema. Mij hoor je niet klagen. De Academie voor Schone kunsten heeft een goede reputatie, dat trekt veel kunstenaars aan. Zelf ben ik helemaal opengebloeid op Sint-Lucas. Na de kunsthumaniora ging het met mij de foute kant op. Ik stond onder de invloed van een slechte vriend en bleef maar hangen in mijn studentenjob bij de Pizzaphone. Op een bepaald moment heb ik al mijn moed bijeengeraapt, ben ik weggegaan bij die gast en opnieuw gaan studeren. Mijn vader was toen heel ziek, mijn ouders konden mij financieel niet steunen, maar dankzij een toelage kon ik op Sint-Lucas een opleiding als illustrator beginnen. Dat gaf mij een enorme drive : dit moet ik heel goed doen, het is mijn laatste kans. En de docenten waren fantastisch, ik kreeg alle aanmoediging die ik nodig had. In 2002 studeerde ik af met Rachel against the machine, een boek en een liedje, de basis eigenlijk van alles wat ik later gemaakt heb. Daarna heb ik een poos als artdirector voor een reclamebureau gewerkt, maar dat was de slechtste beslissing van mijn leven. Zo'n job klinkt misschien heel glamoureus, maar dat is hij niet. Reclame moet idiot free zijn, zelfs de simpelste geest moet binnen de vijf seconden snappen waarover het gaat. Als ik tijdens het brainstormen met ideeën afkwam, was het altijd : 'O nee, dat is veel te buitensporig voor die klant !' Op den duur had ik echt het gevoel dat ik mijn ziel aan het verkopen was. Na mijn ontslag ben ik beginnen te schilderen en nooit meer gestopt. De publieksprijs van de Canvascollectie won ik net op tijd. Ik kreeg aandacht van de pers, van collectioneurs, het zorgde voor meer verkoop, ik kon lesgeven en op residentie in het buitenland. Ik zit wel nog altijd bij dezelfde galerie, Base-Alpha in Borgerhout. Een heel goede galerie die al veel jonge mensen een kans gegeven heeft. De nocturnes op donderdagavond in de Antwerpse galerieën vind ik een goed initiatief. Niet alles is even fantastisch, maar er zit altijd wel iets bij dat de moeite waard is. Het zijn wel vaak dezelfde mensen die exposeren, ik hoef maar van ver een affiche te zien hangen en ik weet al wie erop staat. De kunstwereld is ook overwegend blank, je ziet nauwelijks gekleurde medemensen op vernissages. Ik nodig wel altijd de Turkse vrienden van mijn Pizzaphonetijd uit. Het Muhka, daar zie je het beste van het beste. Vaak hoor je : 'Maar dat is helemaal niet mooi.' Sommige dingen zijn niet gemaakt om mooi te zijn, je moet een beetje moeite willen doen om het te appreciëren. Bij mij heeft het ook even geduurd voor ik Marcel Broodthaers of Bruce Nauman erkende als de genieën die ze zijn. Maar ja, je hebt hier alles. Dit huis met een koertje is een zegen. Zoals de situatie nu is, zou ik misschien beter al uitkijken naar een kleuterschool, maar daar ben ik nog niet mee bezig. Alice moet voor mijn part ook niet naar een eliteschool. Ik hoop dat ze op een gemengde school terechtkomt, met kinderen van overal. Of het gezond wonen is in Antwerpen ? Niet meer of minder dan in een andere stad zeker. Kijk, ik was meer voor een tunnel dan voor een brug, maar ik vind dat we ons daar niet te veel op moeten focussen. Want brug of tunnel, het verandert niets aan het aantal auto's dat daar voorbij moet. Hoe we globaal met het milieu en de energie omgaan, dat is belangrijker dan zo'n detail als een brug of een tunnel. En wat de komende gemeenteraadsverkiezingen betreft: net zoals ik hoop dat in de VS Obama herkozen wordt, hoop ik dat het hier in orde komt. http://www.rachelagnew.com/ http://www.basealphagallery.com/Door Linda Asselbergs"Mijn schilderijen gaan over wat er in mij omgaat, hoe het menselijk brein werkt, hoe mensen tegenover elkaar staan en wat de technologie met ons doet" "Het racistische kantje van Antwerpen, daar heb ik zelf ervaring mee" "Sommige dingen zijn niet gemaakt om mooi te zijn"