Het tocht." Zegt een vriend, over het recente verlies van zijn vader. "Beter kan ik het niet omschrijven. Een deur die veilig dicht was, is opengewaaid. En er giert een ijzige tocht door mijn leven. Vroeger kwam altijd alles wel goed. Dacht ik. Dat gevoel is nu weg. De wereld is zijn onschuld kwijt."
...

Het tocht." Zegt een vriend, over het recente verlies van zijn vader. "Beter kan ik het niet omschrijven. Een deur die veilig dicht was, is opengewaaid. En er giert een ijzige tocht door mijn leven. Vroeger kwam altijd alles wel goed. Dacht ik. Dat gevoel is nu weg. De wereld is zijn onschuld kwijt." Of Gorkifrontman Luc De Vos. Negen, toen hij zijn vader verloor. "Toen mijn vader stierf, betekende dat het einde van mijn paradijs. Ik weet nog dat ik toen dacht : 'Ik heb een mooie jeugd achter de rug, nu begint de rest van mijn leven. ' Dat gevoel ben ik sindsdien niet meer kwijtgeraakt : ik ervaar de dood van mijn vader nog steeds als het belangrijkste keerpunt in mijn leven." Of het wereldberoemde minnelied van Arno aan zijn moeder, die op haar tweeënveertigste stierf. "Ma mère, elle m'écoute toujours quand je suis dans la merde. Maar ook : " C'est elle qui sait comment je suis nu." En vooral : "Dans les yeux de ma mère, il y a toujours une lumière." Het is die oogluikende waakvlam, waar dit verhaal om gaat. Natuurlijk, het is al lang geleden dat we de hand van moeder of vader loslieten. Maar die hand bleef wél uitgestoken, en dat wisten we. Just in case. Zelfs al verkilt de relatie. Of draaien we de ouderliefde de rug toe. Om wat voor reden ook. Het blijft zoals Arno ooit bekende : "Zelfs de grootste macho zal zijn moeder roepen als hij in de stront zit." Singer-songwriter Lou Barlow heeft het in een loflied aan zijn vader over diens Magic Arms. "I was safe in my daddy's arms", zingt Barlow. Op zijn veertigste. Een vader. Een moeder. Ze proeven het leven voor. Ze zijn altijd enkele passen voor, waarschuwen je voor bobbels in de weg. En dat sust. "Een ouder verliezen, is een heel specifieke rouw", knikt Manu Keirse, klinisch psycholoog aan de KULeuven en ondervoorzitter van de Vlaamse Federatie voor Palliatieve Zorg. "Je verliest diegene die er áltijd was. Diegene die jou verwekt heeft, zelfs. Veel mensen zijn verrast door de intensiteit van hun gevoelens bij de dood van een ouder. Het is een verlies dat een zwaar existentiële schok kan geven. Dat je heel sterk confronteert ook met je eigen sterfelijkheid. Je ouders zijn de buffer tussen jezelf en de dood. Vallen die weg, ja, dan sta je plots letterlijk oog in oog met de dood. Jij bent, om het simpel te zeggen, de volgende in rij." En dus voelt het aan alsof je "met je rug tegen een koude muur staat", zoals Kamagurka het omschreef, toen zijn vader stierf eerder dit jaar. Het is een vaak gehoorde uitdrukking. "'Alsof ik geen dak meer boven mijn hoofd heb', dat vertellen mensen me ook vaak", zegt Keirse. Of nog : "Ik voel me naakt in een storm." Allemaal verwijzen ze naar die bruuske confrontatie met de harde wereld en je eigen sterfelijkheid. Met de ouders draag je definitief je eigen kind-zijn ten grave. Onmacht en vooral angst zijn eigen aan dit specifieke verlies. Dezelfde gevoelens kunnen trouwens al opspelen als een oude ouder hulpbehoevend wordt. Want ook dan draaien de rollen zich om : de kinderen zorgen voor de ouder, terwijl het altijd omgekeerd was. Vaak hebben ouders het er trouwens moeilijk mee om zich door hun kind te laten verzorgen. Je ziet meer dan eens dat ze verpleegsters verkiezen, óf een schoondochter of -zoon." Het definitieve einde van de kindertijd, zo noemt Keirse het verlies van een ouder. Zélfs voor wie negen is en dus nog maar net volop kind : Luc De Vos omschrijft de dood van zijn vader tenslotte ondubbelzinnig als "het einde van mijn paradijs". "Kinderen moet je daarbij trouwens heel ernstig nemen", benadrukt Keirse. "Spreek duidelijke taal. En gun ze alsjeblieft ruimte voor hun verdriet. Laat ze praten. En vooral : leg ook zelf veel uit. Kinderen hebben dan vaak net nood aan duidelijke omschrijvingen. Ook over hoe het leven er vanaf nu anders zal uitzien. Wees niet bang om hun daar allemaal openlijk en duidelijk over te vertellen." VRT-journalist Ivan De Vadder heeft het carrément over een leven voor en een leven na de dood van zijn vader. "Mijn vader stierf toen ik zeventien was. Mijn leven is opgedeeld in een voor en een na zijn dood", zei hij daarover ooit. "Zijn dood was een moment waarop heel veel duidelijk geworden is. Ik werd wakker met het gevoel : zo zit het leven dus in elkaar. Dood, pijn, verdriet, het hoort er ook bij." En ook : "Als je veertig of vijftig bent en een van je ouders sterft, dan heb je ook veel verdriet, maar het is de normale gang van zaken. Als je zeventien bent, is dat anders. Het is zo'n belangrijke periode in je leven, die overgang van kind naar volwassene. Dan je vader verliezen, dat is moeilijk." En dat is uiteraard wel zo. "Maar," merkt Keirse op. "Je hebt maar één vader, één moeder. Op élke leeftijd schudt hun verlies je door elkaar. In plaats van een uitspraak als 'Uw vader was tachtig, hij heeft een mooi leven gehad', kun je iemand dus veel beter troosten door iets te zeggen als 'Het doet pijn, natuurlijk wel, een vader verlies je maar één keer'. Het klopt wél dat de specifieke rouwgevoelens op elke leeftijd fundamenteel anders zijn. Twintigers en dertigers die de eerste fases van de volwassenheid doorlopen, zijn volop nieuwe waarden en een nieuwe identiteit aan het uittekenen. Omdat de ouder-kindrelatie op dat moment krachtig doorwerkt (als iets om je tegen af te zetten en later weer naar toe te groeien), kan het verlies van een ouder je in die periode ontwrichten." Al bepalen de concrete omstandigheden heel veel, uiteraard. "Veel hangt inderdaad af van de persoonlijkheid, de eigen lichamelijke en emotionele gezondheid, de relatie met de ouder, de steun die je krijgt, én de omstandigheden van het sterven. Maar ook van het feit of je zelf al dan niet al kinderen hebt, bijvoorbeeld. Een twintiger of dertiger die kinderen heeft, is al meer gefocust op het eigen gezin. En toch kan een jonge moeder net dán haar eigen moeder vreselijk missen. Of een jonge vader zijn vader. Als voorbeeld, als raadgever, als spiegel." De Nederlandse filosoof en schrijver Cornelius Verhoeven zei trouwens ooit dat hij pas echt besefte wat het vaderschap inhield aan het sterfbed van zijn vader. Veel meer dan aan het kraambed van zijn eerste zoon. Keirse : "Maar ook voor veertigers, vijftigers, zestigers en ouder is het verlies van een ouder intens. Ik zei het al : je hebt maar één vader en moeder. Op welke leeftijd ook : hun verlies hertekent de wereld en kleurt fundamenteel je kijk op het leven. Voor hen is er trouwens ook die steeds toenemende verwijzing naar de eigen sterfelijkheid." En dan nog is elk verdriet anders voor elk van de kinderen. Verdriet is als een vingerafdruk, benadrukt Keirse. "Net zoals vingerafdrukken goed op elkaar gelijken, is toch elke versie anders. Net zo met verdriet. Broers en zussen beleven élk hun eigen verdriet. Want elk heeft zijn of haar eigen vader of moeder verloren. En voor elk was die moeder of vader een andere persoon, die anders ervaren werd. Vaak is het trouwens meer ontwrichtend om de ouder van hetzelfde geslacht verliezen. Een zoon die zijn vader op zijn sterfbed ziet liggen, ziet ook zichzélf daar liggen. Het is een beklemmende blik op de toekomst. Hetzelfde voor dochters en moeders. Daarom zie je ook vaak dat dochters makkelijker hun vader kunnen verzorgen, en zonen hun moeder." En dan is er het gemis. Aanvankelijk een continu kloppende pijn. Na een tijd een sluimerend geknaag, dat nu en dan ontspoort in een harde pijnscheut. Keirse : "Op elk sleutelmoment rispt het gemis op. Ikzelf was mijn moeder al enkele jaren verloren toen ik mijn doctoraat verdedigde. Ik had mezelf bewust voorbereid op het zien van die lege stoel vooraan. Had ik op dat gevoel niet geanticipeerd, ik was zeker de draad van mijn betoog kwijt geraakt. Hoe ook : de pijnscheuten blijven je overvallen. Soms bij heel kleine aanleidingen. Een woord dat hij of zij altijd gebruikte. Of een liedje. Een geur. Of bij zware beslissingen, waarop je vaak de raad van je vader of moeder inriep. Met de tijd wordt het gemis draaglijk, maar je blijft het wel altijd meedragen." Het gemis blijft. De nood om over hem of haar te praten ook. Of te schrijven, zoals blijkt uit het oeuvre van heel wat dichters en schrijvers. Johan Anthierens durfde naar eigen zeggen amper over zijn moeder te schrijven, uit angst voor heiligschennis. En dus stelde hij dat schrijven uit tot de dag dat "de koffie naar honing smaakt, en de zon mijn schrijfmachine chambreert". Keirse : "Een raad ? Niet bang zijn voor je verdriet. Er dwars doorheen gaan, stap voor stap. Het verdriet niet uitstellen. En goed beseffen dat de vreemdste emoties eigen zijn aan het proces. Angst, verwarring, somberheid of kwaadheid : ze hóren erbij. Alleen al wéten dat ze normaal zijn, kan helpen. En ook : met de dood van je vader of moeder, eindigt niet de relatie. Praat met je moeder, met je vader. Stel vragen. Meestal weet je maar al te goed wat zijn of haar antwoord zou zijn. Echt : koester die relatie. Houd ze levend." Doorgaan met de liefde dus. Net hetzelfde vertelt de intussen wereldberoemde eindzin van River Phoenix, in de film The Mosquito Coast. "Now my father was gone. And I wasn't afraid to love him anymore." Hetzelfde, maar nog mooier in het gedicht In memoriam matris, waarin Leonard Nolens zijn moeder bij het afscheid belooft : "Ik zal je leven." Helpen bij verlies en verdriet, Manu Keirse, Uitgeverij Lannoo, ISBN 90 209 5051 7., Door Guinevere Claeys I Foto Saskia Vanderstichele