Op mijn 32ste overleed mijn man na een kortstondige ziekte en ik bleef ontredderd achter met drie kinderen van zeven, vijf en drie. Een vreselijke periode was het, op alle gebied. Het was mijn instabiliteit die me een tijd later in de armen van een veel oudere man dreef. Hij was schrijver en een intellectueel pur sang. Ik moet bekennen dat dat de grote aantrekkingspool tussen ons was. Ik keek erg naar hem op en herkende zijn kwetsbaarheid nadat hij op dramatische wijze zijn vrouw verloren had. Ik wilde hem opnieuw gelukkig maken en heb daar mijn best voor gedaan, maar het is me helaas niet gelukt. Twaalf jaar hebben we een relatie gehad. Maar Frans leefde in het verleden en het was niet makkelijk voor hem toen ik met mijn drie kinderen bij hem introk. Vooral niet toen ze als pubers een eigen leven gingen leiden. Ik stond voortdurend onder stress, was verscheurd tussen hem en mijn kinderen. Nadat hij een herseninfarct had gekregen en daar een spraakstoornis aan overhield, ben ik bij hem weggegaan, iets wat ik tot op de dag van vandaag als een morele nederlaag ervaar. Tot aan zijn dood, in 2000, hebben we contact met elkaar gehouden, maar er was iets kapot gegaan tussen ons. De vaandelvlucht die ik pleegde, laat me nog steeds niet los.
...

Op mijn 32ste overleed mijn man na een kortstondige ziekte en ik bleef ontredderd achter met drie kinderen van zeven, vijf en drie. Een vreselijke periode was het, op alle gebied. Het was mijn instabiliteit die me een tijd later in de armen van een veel oudere man dreef. Hij was schrijver en een intellectueel pur sang. Ik moet bekennen dat dat de grote aantrekkingspool tussen ons was. Ik keek erg naar hem op en herkende zijn kwetsbaarheid nadat hij op dramatische wijze zijn vrouw verloren had. Ik wilde hem opnieuw gelukkig maken en heb daar mijn best voor gedaan, maar het is me helaas niet gelukt. Twaalf jaar hebben we een relatie gehad. Maar Frans leefde in het verleden en het was niet makkelijk voor hem toen ik met mijn drie kinderen bij hem introk. Vooral niet toen ze als pubers een eigen leven gingen leiden. Ik stond voortdurend onder stress, was verscheurd tussen hem en mijn kinderen. Nadat hij een herseninfarct had gekregen en daar een spraakstoornis aan overhield, ben ik bij hem weggegaan, iets wat ik tot op de dag van vandaag als een morele nederlaag ervaar. Tot aan zijn dood, in 2000, hebben we contact met elkaar gehouden, maar er was iets kapot gegaan tussen ons. De vaandelvlucht die ik pleegde, laat me nog steeds niet los. Rob zag ik voor het eerst bij een vriend in Nederland, waar ik uitgenodigd was voor een bruiloft. Ik was toen 45 en hij tien jaar jonger. Zelf heb ik nauwelijks een herinnering aan die ontmoeting, maar hij beweert altijd dat hij op dat moment als een blok voor mij viel, dat hij onmiddellijk de vrouw van zijn leven in mij herkende. Een tijd later, ik had Frans inmiddels verlaten en was op mezelf gaan wonen, kwam die Nederlandse vriend me opzoeken en Rob vergezelde hem. De man vroeg mijn telefoonnummer en toen ik het op een papiertje neerschreef, zag ik hoe Rob het op zijn hand noteerde. De volgende dag belde hij me op en maakten we een afspraak. Het duurde niet lang of ik was tot over mijn oren verliefd op deze bijzondere man. Hij was imponerend groot, had een flinke bos haar die ondertussen al enigszins geslonken is en droeg altijd handschoenen. Van opleiding is hij kunstenaar al beoefent hij de kunst niet meer actief. Ik vond het overweldigend om zo'n vurige, jonge minnaar te hebben en ik herinner me dat ik me als een levende sculptuur voelde onder zijn grote beeldhouwershanden. Ik biechtte mijn verliefdheid al snel op aan Frans, waar ik nog steeds contact mee had. Ondanks zijn jaloezie stelde hij voor om Rob eens mee te brengen. Hij heeft mijn vriend toen in zijn imponerende huis rondgeleid langs de schilderijen en kunst. „Het is een lieve jongen", zei hij daarna. Dat betekende veel voor me, alsof ik daarmee zijn zegen kreeg. Rob en ik hebben intussen al 25 jaar een latrelatie, en dat is niet alleen omdat hij in Nederland woont en ik in België. Hij komt tegenwoordig gemiddeld eens in de twee weken en blijft dan een lang weekend bij me. Zelf ga ik zelden of nooit naar hem toe. We gaan samen op reis, maken citytripjes of verblijven in mijn vakantiehuis in Frankrijk. Maar van samenwonen kan wat mij betreft geen sprake zijn. Rob is heel aanwezig, heel dominant en dat maakt het soms moeilijk voor mij om lang met hem samen te zijn. Als hij ergens binnenkomt, palmt hij de hele ruimte in. Zelf zou hij dolgraag bij me intrekken, maar ik heb dat nooit gewild en zou het ook niet kunnen. Daar ben ik keihard in. Ik heb mijn privacy nodig en ik kan niet tegen zijn verzamelwoede. Hij verzamelt kunstboeken, tijdschriften, krantenartikelen. Mijn huis zou in de kortste tijd dichtgroeien. Ik weet dat hij op een moment van zwakte hoopt waarop ik toch zal toegeven om samen te gaan wonen. Ik ben nog steeds zijn grote liefde, dat sms't of belt hij me dagelijks in romantische bewoordingen. Hij zegt vaak dat hij voor mij zal zorgen als ik ziek of hulpbehoevend word. Daar ga ik bijna van gillen, want ik wil het niet. Ik zou zoiets ook niet voor hem doen. Natuurlijk zal ik hem wel gaan bezoeken als hij ziek is, maar permanent voor hem zorgen ? Ik geloof niet dat ik dat zou kunnen opbrengen. We zijn twee heftige karakters bij elkaar en we kunnen ongelooflijke ruzies hebben. Soms heb ik het gevoel dat Rob me tergt. Dan kan ik zo ontploffen, ik heb hem weleens een paar meppen gegeven. Maar tegen zijn kracht kan ik toch niet op. Ik heb soms de neiging om in depressieve stiltes weg te zinken. Eigenlijk wil ik dan het liefst met rust gelaten worden. Maar dat kan Rob niet : met zijn Nederlandse communicatievaardigheid en zijn drang om de dingen uit te praten, blijft hij dan doorvragen. Wat er is ? Waarom ik zo stil ben ? Ik negeer hem dan, waarop hij weer agressief reageert... en zo groeit een kleine nietszeggende crisis vaak uit tot een groot monster. Waarin wij zelf ook monsters worden. Laatst heeft zo'n opgeblazen kleinigheid bijna tot een definitieve breuk geleid. Ik had er plots zo genoeg van dat ik naar hem toe ben gereden met al de rommel die hij altijd bij me achterlaat. Het hoogtepunt van de ruzie die volgde, was dat ik mijn huissleutel terugvroeg. Ik weet dat die sleutel een grote symboolwaarde heeft voor hem, ik dacht dat hij erg zou tegensputteren. Maar zonder protest schoof hij hem over tafel. Op dat moment suprême werd ik me plots bewust van mijn eigen woede. Door het zover te drijven kalmeerde ik. Daarna hebben we het als volwassenen kunnen uitpraten. Sindsdien is onze relatie luchtiger geworden. Hechter ook. Ik zou hem eerlijk gezegd ook niet graag missen als de geestige surrogaatopa die hij voor mijn acht kleinkinderen is, een rol die hem heel goed afgaat. Robs liefde is mij soms iets te overweldigend. Hij beweert altijd dat ze veel groter is dan de mijne voor hem, en misschien is dat ook wel zo. Wat ons vaak gered heeft, is ons gezamenlijke gevoel voor humor : we kunnen enorm goed lachen samen, met dezelfde dingen. Zijn trouw aan mij is groot en aandoenlijk. Ik heb weleens slippertjes gemaakt in de loop der jaren. Hij nooit. Hij bezingt me nog steeds als een jonge vrouw, hoewel ik de zeventig nader en mijn lichaam in verval is. Voor hem ben ik nog steeds zijn mooie meisje. Dat blijft me verwonderen en ontroeren. Eigenlijk is hij geen man van deze tijd : hij is veel te romantisch ! Omwille van de privacy worden namen soms veranderd in deze rubriek. DOOR DIANE BROECKHOVEN„Zelf zou Rob dolgraag bij mij intrekken, maar ik heb dat nooit gewild en zou het ook niet kunnen. Daar ben ik keihard in"