Parijs, een zonnige lentemiddag. Shigeru Ban is pas terug van een reis naar zijn vaderland. Twee weken lang is hij in het geteisterde Japan van sporthal tot sporthal getrokken, met een karrenvracht aan papieren buizen en lappen textiel, en vergezeld van een groep studenten. "Het is na elke aardbeving hetzelfde", zegt de architect. "In die sporthallen worden hele dorpen daklozen opgevangen, maar ze hebben er geen enkele privacy. Na de aardbeving in Kobe, in 1995, heb ik een aantal tijdelijke woningen gebouwd. Toen werd ik voor het eerst geconfronteerd met het gebrek aan privacy in de opvangfaciliteiten. In 2004, onmiddellijk na de aardbeving van Niigata, heb ik een eenvoudig systeem ontwikkeld om in zo'n sportzaal privéruimte af te bakenen. Sindsdien heb ik dat systeem na elke zware aardbeving bijgewerkt. In Niigata bouwden we nog kleine huisjes van papier, maar dat systeem was niet flexibel genoeg. Nu werken we met kartonnen indelingen, die naar wens kunnen worden afgesloten met lappen textiel. Het systeem werkt goed, omdat we erg simpele elementen gebruiken, die bovendien in een handomdraai geïnstalleerd kunnen worden."
...

Parijs, een zonnige lentemiddag. Shigeru Ban is pas terug van een reis naar zijn vaderland. Twee weken lang is hij in het geteisterde Japan van sporthal tot sporthal getrokken, met een karrenvracht aan papieren buizen en lappen textiel, en vergezeld van een groep studenten. "Het is na elke aardbeving hetzelfde", zegt de architect. "In die sporthallen worden hele dorpen daklozen opgevangen, maar ze hebben er geen enkele privacy. Na de aardbeving in Kobe, in 1995, heb ik een aantal tijdelijke woningen gebouwd. Toen werd ik voor het eerst geconfronteerd met het gebrek aan privacy in de opvangfaciliteiten. In 2004, onmiddellijk na de aardbeving van Niigata, heb ik een eenvoudig systeem ontwikkeld om in zo'n sportzaal privéruimte af te bakenen. Sindsdien heb ik dat systeem na elke zware aardbeving bijgewerkt. In Niigata bouwden we nog kleine huisjes van papier, maar dat systeem was niet flexibel genoeg. Nu werken we met kartonnen indelingen, die naar wens kunnen worden afgesloten met lappen textiel. Het systeem werkt goed, omdat we erg simpele elementen gebruiken, die bovendien in een handomdraai geïnstalleerd kunnen worden." De voorbije weken is Shigeru Ban in acht opvangcentra geweest voor vluchtelingen uit de rampgebieden. "Er zijn nog altijd zeventienduizend vermisten, enorme aantallen daklozen. Het is ongetwijfeld de meest tragische situatie die Japan ooit gekend heeft." Welke indrukken heeft hij overgehouden ? "Er is enorm veel schade. Waterschade, brandschade. Het grootste probleem vormen de vermisten. Na een aardbeving kun je die relatief gemakkelijk terugvinden, maar nu zijn veel huizen gewoon weggesleurd door de modder. Veel mensen zijn opgeslokt door de oceaan. De Japanse Zelfverdedigingstroepen (het land heeft officieel geen leger, nvdr.) en Amerikaanse soldaten hebben onlangs met duizenden drie dagen lang gezocht naar doden. Ze hebben niet meer dan tachtig lichamen gevonden. Voor de overlevenden is dat extra moeilijk. Zolang hun verwanten niet teruggevonden worden, kunnen ze hun rouwproces niet beginnen. Die mensen willen in de buurt blijven van hun dorp, zelfs zonder elektriciteit. Ze zouden beter af zijn in het binnenland, waar de situatie nagenoeg normaal is. Maar je familie laat je niet zomaar achter." Shigeru Ban : Een jaar voor Kobe, in 1994, ben ik beginnen werken voor UNHCR (het kantoor van het Hoog Commissariaat voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties) na de crisis in Rwanda. Meer dan twee miljoen mensen waren dakloos. Ik zag een verschrikkelijke foto van bibberende vluchtelingen in een kamp. De shelters van de VN volstonden niet om hen warm te houden tijdens het regenseizoen. Ik vond dat we een oplossing moesten vinden, want in zulke omstandigheden zijn bijvoorbeeld ook geneesmiddelen minder efficiënt. Ik ben naar Genève gegaan, om mijn diensten aan te bieden aan de commissie, en ik werd aangenomen als consultant. In Rwanda beperkte de VN zich tot het uitdelen van plasticvellen. Vluchtelingen moesten zelf bomen omhakken om een structuur te bouwen waaraan die vellen konden worden vastgehecht. Maar als je twee miljoen mensen bomen laat omhakken, zit je met een milieuprobleem. De VN kwam met een alternatief : aluminiumbuizen. Maar die werden door de vluchtelingen verkocht, omdat aluminium in Afrika veel geld waard is. Ik heb toen voorgesteld om met papier te werken. Een jaar later kwam de aardbeving in Kobe. Ik wist dat daar een gemeenschap van Vietnamese vluchtelingen woonde. Ik ging ervan uit dat zij het nog moeilijker zouden hebben dan de Japanse slachtoffers. In de krant zag ik een foto van een groep Vietnamezen in een kerk. Ik zocht hen daar op, een week na de aardbeving. De hele wijk was afgebrand, alleen de kerk stond er nog, zonder dak. Ik kwam er op een zondagochtend, tijdens de mis. Ik heb de priester voorgesteld om een nieuwe kerk van papier te bouwen, met kartonnen buizen, zoals in Rwanda. Hij ging niet akkoord : na zo'n hevige brand een kerk in papier bouwen, dat vond hij crazy. De overheid begon na de aardbeving nieuwe woningen te bouwen, maar de Vietnamezen wilden er niet in, omdat die huizen buiten de stad lagen, en ze hun werk in de plaatselijke fabriek zouden verliezen. Ze zijn dus in die wijk in Kobe gebleven, in een park, in plastieken hutten. Er zijn herhaaldelijk pogingen geweest om hen daar weg te jagen. De mensen waren bang dat het park een slum zou worden. Toen dacht ik, laat ons aantrekkelijke, comfortabele tijdelijke woningen bouwen, dan worden die lui misschien geaccepteerd. Daarvoor heb ik toen die kartonnen tubes gebruikt. Dat gaat snel, en zo'n structuur is ook makkelijk demonteerbaar. Uiteindelijk begreep de priester dat je wel degelijk een kerk van papier kunt maken, en zijn we beginnen geld in te zamelen. Vijf weken. Het was de bedoeling dat het een tijdelijke kerk zou worden, maar de mensen hielden ervan, en ze is elf jaar blijven staan. Ik heb uiteindelijk een definitieve kerk gebouwd voor die parochie, maar we vonden het jammer om die tijdelijke structuur weg te gooien. We hebben toen een voorstel gekregen van het Taiwanese volk, dat intussen ook te maken had gekregen met een verschrikkelijke aardbeving. We hebben de kerk ontmanteld en ze naar Taiwan verscheept. Daar staat ze nog steeds. Het verschil tussen een permanent gebouw en een efemeer gebouw heeft niets met materiaal te maken. Een papieren gebouw kan permanent zijn. Zoals een betonnen gebouw heel tijdelijk kan zijn : het kan verwoest worden in een aardbeving, of afgebroken worden door een ontwikkelaar om een ander gebouw in de plaats te zetten. Honderden jaren. Kijk naar alle oude boeken die nog in circulatie zijn. Die boeken laten we niet in de regen liggen. Drinkt u sinaasappelsap ? Waar is die verpakking van gemaakt, denkt u ? Papier is een industrieel materiaal. Je kunt dat makkelijk waterproof maken, en brandveilig. Zo'n verpakking voor sinaasappelsap is zelfs complexer dan een gebouw, want sap is nat, maar het regent niet permanent. Inderdaad. Mensen die alles verloren hebben in een aardbeving of een andere ramp hebben comfort nodig, een mooie, aangename levensomgeving. Dat verzacht hun leed. Het is een nieuwe uitdaging. Een stad heropbouwen die vernietigd is door een aardbeving is gemakkelijk, omdat er al een goede bouwcode bestaat. Maar in dit geval moet rekening worden gehouden met toekomstige tsunami's. Dat betekent dat voorschriften en wetten moeten worden aangepast. Misschien moeten er grote structuren worden gebouwd voor de kust om het achterliggende land te beschermen. De huidige regeling staat dat niet toe. Ik denk het niet (hij gniffelt ). Er zitten al genoeg uitstekende architecten te wachten op dit soort job. Toen ik mijn praktijk begon, werkte ik zoals de meeste architecten voor geprivilegieerde mensen : rijkelui, grote bedrijven, projectontwikkelaars. Dergelijke klanten tonen graag hoe rijk ze zijn, hoeveel macht ze hebben. Geld en macht zijn onzichtbaar, en daarom gebruiken ze architectuur als monument. Dat is altijd zo geweest : religieuze groepen gebruikten architecten om monumentale kerken te bouwen. Ik was het wat moe om alleen voor geprivilegieerde mensen te werken. Artsen en advocaten kunnen zich naast hun regulier werk ook inzetten voor gewone mensen. Ik vroeg me af wat ik als architect voor hen kon doen. Of liever nog, voor mensen die het nog moeilijker hadden dan gewone mensen. En toen kwam die crisis in Rwanda. Maar of je nu een museum bouwt of een noodwoning, uiteindelijk blijft dat voor mij hetzelfde. Ik ben blij als ik iets kan bouwen dat mensen gelukkig maakt. Hermès heeft vaak genoeg met architecten gewerkt. Ik dacht, als ze mij uitkiezen weten ze waarom. Weet u, luxe heeft niets met materiaal te maken. De kwaliteit van de ruimte is belangrijk, niet de kwaliteit van materiaal. In dit geval moest de ruimte dienen als een achtergrond voor de producten. Het ontwerp moest dus eerder neutraal zijn. Ik heb opnieuw met papiertubes gewerkt, maar op een andere manier. Een van de vereisten van Hermès was dat het paviljoen moest kunnen reizen, naar New York of Tokio of Shanghai. Ik heb dus een structuur ontworpen die makkelijk kan worden gemonteerd, gedemonteerd en verscheept. Inderdaad. Dit keer heb ik gespeeld met de doorsnede van de buizen. We hebben vier verschillende diameters, zodat de tubes in elkaar kunnen worden geschoven. Daardoor krijg je een veel compactere lading. Je kunt ze bestellen. Ze zijn gemaakt van gerecycleerd papier. Dat paviljoen was gemaakt van een mengsel van recyclagemateriaal en papier, iets helemaal anders. En het stond buiten. Dit is voor binnen bedoeld. Productdesign is een onderdeel van architectuur. Ik heb gewoon minder opportuniteit op dat gebied, maar ik wil er zeker mee verder gaan. Ik had een artikel gelezen in een Japans tijdschrift over de decaan van de Cooper Union School of Art and Architecture, architect John Hejduk. Ik was gepassioneerd door zijn werk. Hejduk heeft sowieso weinig gebouwd, maar op dat moment waren er van hem alleen schaalmodellen, tekeningen. Heel simpel, poëtisch. Een totaal ander beeld van architectuur dan wat ik gewoon was. In het vijfde jaar van de opleiding moesten we poëzie lezen en schrijven. Ik had nog nooit een gedicht geschreven, zelfs niet in het Japans. Ik begreep niet waarom je poëzie moest studeren om architect te worden. Toch haalde ik zeer goede punten voor die cursus. Toevallig eigenlijk, omdat mijn Engels zo beperkt was. Ik dacht dat ik nooit een gedicht zou kunnen schrijven. Maar mijn professor vond mijn gedichten erg goed. We moesten er elke week een schrijven, en de professor liet me mijn gedicht altijd voorlezen in de klas. Ik ontdekte dat poëzie heel erg vergelijkbaar is met architectuur. Eerst en vooral moet je een structuur maken. Dan moet je zo veel mogelijk uitleggen met weinig woorden. En herhaling is belangrijk : dezelfde structuur, maar andere woorden. Oh, het dagelijkse leven en zo. Neen, ik heb besloten om me toch maar op architectuur te concentreren. (lacht) Mijn eerste project in Frankrijk, in 1999, was een klein museum in Dijon, een boothuis. Het was mijn eerste samenwerking met Jean de Gastines, de architect met wie ik sindsdien alle projecten in Europa en het Midden-Oosten teken. Ik ben het Parijse bureau begonnen voor het Pompidou Metz. Ik heb zeven jaar gewerkt aan dat project. Sindsdien heb ik nog nauwelijks in Japan gewerkt. Als je in Japan wilt werken, moet je ter plekke zijn, sociale connecties opbouwen. Van elders in de wereld krijg je soms per e-mail opdracht, maar in Japan moeten de mensen je kennen. Ik werk het liefst in Europa. Amerika is moeilijk, om twee redenen. Ten eerste, er zijn bijna geen fabrikanten meer. Een architect met een groot budget moet al zijn elementen in Europa laten maken, verschepen en assembleren in de VS. Ten tweede, iedereen sleept er elkaar voor het gerecht, voor de domste dingen. Niemand durft nog iets vernieuwends te doen. Japan is erg geïsoleerd. In Europa kun je met specialisten van overal werken. Voor Pompidou Metz konden we samenwerken met Engelse consultants, met Zwitsers, Fransen, Duitsers. Dat is een interessante manier om gebouwen te maken. Wel, ik ben geboren in Japan en ik heb er de middelbare school gevolgd. Maar ik groeide op in Tokio en daar zie je geen traditionele Japanse architectuur. Natuurlijk draag ik Japanse invloeden mee, maar eerder indirect. Voor ik naar New York ging, heb ik in Californië gestudeerd. Daar heb je de Case Study Houses, van architecten als Eames, Neutra, Schindler. Zij maakten gebouwen in heel lichte materialen, ze verbonden binnen en buiten. Die architecten moeten wel geïnspireerd zijn geweest door Japan. Mijn Japanse invloeden komen van die Case Study Houses. Veel mensen denken dat papieren huizen typisch Japans zijn, ik ben het daar niet mee eens. Vóór mij had niemand er ooit een huis van papier gebouwd. Na mijn opleiding heb ik in Tokio mijn eigen bureau opgezet. Dat was goed voor mij, want Japan heeft ook een groot pluspunt. Het is misschien het enige land ter wereld waar ook mensen uit de middenklasse een beroep doen op architecten om woningen te bouwen. Voor jonge architecten zijn er dus mogelijkheden om interessante, ongewone kleine projecten uit te werken. Daar leer je van. In andere landen engageren alleen rijke mensen architecten, en zijn er dus minder mogelijkheden. Vroeger gaf ik er les. Toen ging ik om de twee weken terug. Daar ben ik mee gestopt, nu ben ik er veel minder. Ik zat in de lucht. Ik was onderweg van St Barths, een prachtig eiland, naar Parijs. Ik kon het niet geloven : de oceaan in St Barths is zo mooi, zo rustig. Dat diezelfde oceaan zo'n onheil kan aanrichten is toch ongelooflijk. DOOR JESSE BROUNS - PORTRET WOUTER VAN VAERENBERGHGELD EN MACHT ZIJN ONZICHTBAAR, DAAROM GEBRUIKEN RIJKEN EN MACHTIGEN ARCHITECTUUR ALS MONUMENT. IK ONTDEKTE DAT POËZIE ERG VERGELIJKBAAR IS MET ARCHITECTUUR. EERST MOET JE EEN STRUCTUUR MAKEN. DAN MOET JE ZO VEEL MOGELIJK UITLEGGEN MET WEINIG WOORDEN.EEN PAPIEREN GEBOUW KAN PERMANENT ZIJN. ZOALS EEN BETONNEN GEBOUW HEEL TIJDELIJK KAN ZIJN.