Dat hij zich de voorbije jaren ontpopte tot huisfotograaf van de Nederlandse koninklijke familie was een teken aan de wand. Deze maand volgt een dubbelexpo van zijn vrij werk in Den Haag, deze zomer een tentoonstelling in het Rijksmuseum, dat sinds kort ook over zijn kerncollectie waakt. Om maar te zeggen: Erwin Olaf, zestig in juli, mag zich tot Nederlands meest geliefde fotografen rekenen. Geen kleintje, gezien de compromisloze beelden en de ongezouten meningen waarmee de autodidact sinds de jaren tachtig uitpakt. Zelf ervaart hij het niet zo, zegt Olaf vlak na een bezoek aan Die Keure, de Brugse drukkerij die zijn nieuwe monografie door de persen joeg. "Ik ben niet koste wat het kost rebels - ik wil ook bij de club horen en in de mooiste musea hangen. Maar het is niet het een of het ander. Toegelaten of niet, een kunstenaar moet alles blijven bevragen."
...