Reislust is me niet onbekend. Dankzij mijn leven als documentairemaker ben ik vaak onderweg geweest op zowat alle continenten. Maar als het vakantie wordt, heb ik net zo goed een al even onstuitbare neiging me in het gezelschap van wat boeken te verschuilen in een zomerse villa, of twee zomermaanden door te brengen in De Panne, met zicht op zee en mijn computer.
...

Reislust is me niet onbekend. Dankzij mijn leven als documentairemaker ben ik vaak onderweg geweest op zowat alle continenten. Maar als het vakantie wordt, heb ik net zo goed een al even onstuitbare neiging me in het gezelschap van wat boeken te verschuilen in een zomerse villa, of twee zomermaanden door te brengen in De Panne, met zicht op zee en mijn computer. Reizen is voor mij minder levensbelangrijk geworden dan vroeger. Misschien hoort dat gewoon bij het ouder worden ; ik moet je bekennen dat ik 58 ben. Maar voor mijn vrouw Dominique, toch even oud als ik, was het net omgekeerd : zij had vroeger minder gereisd en wilde wél wat zien van de wereld nu ze het professioneel wat minder druk krijgt. Lang voor de zomer van 2016 begon ze te spreken over een reis naar Sri-Lanka. Ik luisterde beleefd maar hoopte in stilte dat ze op een bepaald moment zou zeggen dat ze net zo graag naar De Panne wilde. IJdele hoop, want Dominique gaf niet af. Met enige ingehouden tegenzin boekte ik tickets lang op voorhand en kocht drie reisgidsen. Kwestie van goed voorbereid te zijn. Maar vooral omdat ik onzeker en ongerust was : ik had in lang geen grote reis meer gemaakt. Hoe ging dat ook weer ? En hoe doe je dat als je in de buurt komt van de pensioenleeftijd ? De verleiding was groot om te opteren voor een all-in georganiseerde reis. Daarmee krijg je alles keurig voorgekauwd, in een vastgelegde termijn en traject. Het heeft iets aanlokkelijks. Gewoon een forse som betalen en de bus staat klaar, de enige inspanning die van je gevraagd wordt, is in en uit te stappen. Maar lang geleden doorkruisten we Egypte in het gezelschap van een buslading Fransen, en de trauma's daarvan uiten zich nog altijd in een afkeer van groepsreizen. Of zoals Dominique het samenvat : met twee is al moeilijk genoeg. Weg groep, dus. Maar hoe zouden we dan reizen ? Want Sri Lanka doorkruisen met een huurauto wordt stevig ontraden. Links rijden in een land waar niemand zich aan enige regel lijkt te houden en geen auto ooit gekeurd is : het heeft iets jihadistisch. Dus wat de meeste toeristen doen, is een auto met chauffeur inhuren. Die brengt je voor een prijsje keurig overal naartoe en boekt nog hotels en restaurants als je dat wilt. Maar Dominique vond het gezelschap van een derde reisgenoot ook maar niets. Dus las ik de praktische raadgevingen van mijn drie reisgidsen nog eens opnieuw en schuimde fora af waar reizigers hun ervaringen uitwisselden. Neem vooral geen bus, dat zijn rijdende doodskisten, wist een reiziger te vertellen. Treinen zijn wel leuk, zei een andere, maar niet bepaald snel. Autostop bestaat niet. Fietsen is levensgevaarlijk. En als je gaat wandelen, kijk dan uit dat je niet overhoop gereden wordt, aangevallen wordt door apen en vleermuizen, of bij avond in een put valt ! Thuisblijven leek me eigenlijk de veiligste optie. Maar omdat ik geen bange oude wezel wilde lijken, koos ik voor het absolute tegendeel. Ik zei tegen Dominique : "Laat ons gewoon reizen zoals we dat vroeger deden. Zoals in de tijd dat er nog geen internet was en nauwelijks één reisgids, en we ons van geen gevaar bewust waren." Het volstaat te durven om een moment van euforie te voelen, waar bazuinen en trompetten schallen die het teruggevonden gevoel van verloren gewaand reisplezier vieren. Het roekeloze avontuur lonkte ! Onze valiezen veranderden in rugzakken, net zoals toen ik nog echt een jonge globetrotter was en van een leven on the road droomde. De pijn in mijn rug nam ik erbij. Nu ik terugkijk op onze reis, begrijp ik niet dat ik zoveel vertwijfeling heb uitgestaan bij de voorbereiding ervan. Het is eigenlijk zo eenvoudig, reizen. Iets zoals de angst voor duiken in een zwembad overwinnen. Want zo verliep het : van bij onze aankomst op de luchthaven van hoofdstad Colombo ging alles vanzelf. Geld wisselen, een simkaart kopen, een taxi vinden. In geen tijd zaten we in het verhaal van onze reis, in de drukke straten waar je meteen overweldigd wordt door een kleurrijke overvloed van indrukken : reclameborden in een schrift dat je niet kunt lezen, tientallen winkeltjes die allemaal hetzelfde lijken te verkopen, een bizarre afwisseling van kleine Boeddhaatjes, katholieke heiligenbeelden, hindoetempels en moskeeën. Op kruispunten zonder verkeerslichten lijkt een onzichtbare hand ervoor te zorgen dat er geen ongelukken gebeuren met de meest diverse voertuigen die van alle kanten met overdreven snelheid toeterend komen aangereden, terwijl voetgangers in het midden van de weg wandelen. Zou het iets te maken hebben met hun geloof in reïncarnatie dat ze met schijnbare doodsverachting in de chaos van geschreeuw van remmen en claxons rustig oversteken ? Ook honden stralen dat naieve vertrouwen in gunstig gesternte uit. Alsof het een autoloze dag is, wandelen ze zonder enige haast kwispelend en met blind vertrouwen tussen de aanstormende auto's. Dat het niet altijd goed afloopt, is wel te zien aan hun gehavende lijf dat de vele littekens draagt als getuigen van harde ontmoetingen met de voertuigen van de mens. Het soort vervoersmiddelen dat we het meest gebruikten, kan doorgaan als symbool van Sri Lanka : de zogenaamde driewielige tuktuk, the poor man's taxi, een soort uitgebouwd scooter-autootje waarin onder een stoffen afdakje plaats is voor twee passagiers en wat bagage, hoewel we die meestal toch op onze schoot moesten stallen. In elke stad, bij elk bus-of treinstation, in elke straat, bij elke toeristische attractie krioelt het van dit soort nerveus sputterende stinkende karretjes, waarvan de chauffeurs meteen luidruchtig hun diensten aanbieden. Zelfs op een verlaten landweg duurt het geen drie minuten of er duikt uit het niets een tuktuk op. Een ritje kost niet veel, maar zoals we snel leerden, is afbieden aanbevolen. Een toerist betaalt in ieder geval zo'n tien keer meer dan een local, maar dat is nog heel erg goedkoop. Die tuktuks brengen je echt overal. Net zo goed voor korte trips als voor langere trajecten kun je ze boeken. Ze zijn lawaaierig, gaan niet snel en je zit uitbundig uitlaatgassen in te ademen. Over de werking van hun remmen en de toestand van hun banden werden we liever niet geïnformeerd, maar als we met de tuktuk door de straten scheerden, was ik wat blij dat ik niet samen met honderd andere toeristen in een grote bus met getinte ramen en airco zat die ons toeterend voorbijstak. We keken niet zoals zij naar het landschap, we zaten er middenin. Slechts één hotel hadden we op voorhand geboekt, een hoogst aangename lodge in een oase van uitbundige plantengroei, uitgebaat door een Antwerps koppel dat hier al heel lang woont. Een ideale plek om te bekomen van de lange vliegtuigreis, iets buiten Negombo, de drukke en toeristische badplaats ten noorden van Colombo. Van hieruit begonnen we na twee nachten onze rondreis, die we al reizend improviseerden. Hotels reserveerden we een dag op voorhand op internet, maar we zagen snel dat je net zo goed op de dag zelf nog kamers vindt. Het toerisme in Sri Lanka boomt en er lijken wel elke dag hotels, lodges en homesteads bij te komen. Mijn principiële pessimisme kreeg een aardige deuk tijdens deze vakantie : er gebeurde eigenlijk niets negatiefs ! Waarom had ik me zoveel zorgen gemaakt over mogelijke problemen die niet bleken te bestaan ? Eén keer kwamen we in een hotel dat absoluut niet aan onze verwachtingen beantwoordde. De eigenaars toonden niets dan beleefd begrip, verontschuldigden zich en boden ons zelfs een drankje aan. De chauffeur van de tuktuk zocht en vond een ander hotel voor ons. Vaak waren we onder de indruk van de onbaatzuchtige behulpzaamheid van mensen : zoals die andere chauffeur die op een druk en onoverzichtelijk busstation waar niemand een woord Engels sprak voor ons op zoek ging naar de juiste bus. Na een paar dagen was van mijn traditionele wantrouwen in de mensheid niet veel meer over. Met boeddhistisch vertrouwen besloten we na een paar dagen zelfs gebruik te maken van de lokale bussen, de rijdende doodkisten, weet je nog ? Ons opwindende gevoel van ongebonden vrijheid werd er alleen maar groter door. Soms moesten we lang rechtstaan in overvolle bussen, te dicht tegen een videoscherm waarop eindeloze muziekclips te luid werden afgespeeld. Maar ook hier werden we gecharmeerd door de ongedwongen manier waarmee mensen omgaan met vreemde bezoekers. Nooit werden we aangestaard en altijd was er wel iemand die ons op weg hielp naar de juiste bestemming. Dat Srilankanen vaak slechts een paar woorden Engels spreken, maakt diepgaande gesprekken enigszins moeilijk, maar belet niet dat ze je met veel enthousiasme proberen te helpen. Eén keer zijn we het slachtoffer geworden van ons nieuwe vertrouwen dat alles wel zou lopen zoals we het wensten. We hadden een eerste keer een trein genomen, vanuit Negombo. Een bijzonder aangename ervaring om rustig door het landschap te schuiven terwijl verkopers van het meest diverse voedsel zonder onderbreking de trein doorkruisten, afgewisseld met muzikanten en zangers. De rit duurde al even lang als de naam van de prachtige culturele hoogtepunten van Sri Lanka waar we naartoe wilden : Anuradhapura en Polonnaruwa. Die steden liggen in wat de Cultural Triangle genoemd wordt. Beide waren religieuze centra, waarvan de uitgebreide tempels en andere ruïnes getuigen. Er was plaats zat in de trein, dus werden we eens te meer in onze overtuiging gesterkt dat het nergens voor nodig was om te reserveren. Dat zou ons slecht bekomen toen we een week later, in het centrum van het land, van de voormalige hoofdstad Kandy een trein namen naar het prachtige heuvelland. We merkten te laat dat we niet de enigen waren die hun zinnen gezet hadden op deze trip door een buitengewoon indrukwekkend landschap. Dominique vond pas na een uur een zitplaats, ik bleef haast de hele rit rechtopstaan. Slachtoffer van overmoed waren we, omdat alles tot dan toe zo heel goed verlopen was. Maar dit was het enige moment van onze reis dat dit niet zo was. We kwamen enigszins gehavend aan in Haputale en maakten er schitterende wandelingen tussen de eindeloze plantages van de legendarische Lipton-thee. Die heuvelachtige streek tussen Kandy en het pittoreske Ella was het letterlijke hoogtepunt van een reis die me deed beseffen dat er geen leeftijdslimiet bestaat om er met de rugzak op uit te trekken. Hoewel De Panne natuurlijk ook wel iets heeft. Sri Lanka is een eiland dat kort onder India ligt, maar er zijn geen bootverbindingen tussen beide landen. Je kunt er vanuit België niet rechtstreeks naartoe vliegen. Wij vlogen naar Colombo via Dubai. Vanuit Frankfurt zijn er wel directe vluchten. Bij aankomst was het heerlijk bekomen in een lodge in een uitgestrekte tuin langs een stroom, op een half uurtje van de luchthaven. Ging Oya Lodge wordt uitgebaat door Myriam en Leo, een Belgisch koppel dat al lang in Sri Lanka woont. Een stukje paradijs op aarde. gingoya.com Logement is er overal en in alle categorieën. De keuze is overweldigend, van de grootste luxe tot budget-basic hotels. Voor restaurants geldt hetzelfde: voor geen geld eet je een curry aan de zijde van de locals in kleine snackbars. Iets meer betaal je in de toeristische centra, maar zelfs in de grote hotels blijft alles meestal meer dan betaalbaar.Tekst Luckas Vander TaelenVaak waren we onder de indruk van de onbaatzuchtigheid en behulpzaamheid van mensen Het toerisme in Sri Lanka boomt, er lijken wel elke dag hotels en lodges en homesteads bij te komen