Het was een zwoele zomeravond, we hadden de kinderen aan de babysit toevertrouwd en gingen naar een feestje op de tennisclub. Ik was nog maar net gearriveerd of kreeg een mojito in de hand gestopt door mijn nicht. Ze nam me meteen mee naar haar vader. Die had ik nog nooit ontmoet. Hij had mijn tante in de steek gelaten en was sindsdien persona non grata in de familie. Toen mijn nicht me voorstelde, kreeg de oude man tranen in de ogen. Of ik werkelijk de dochter van Mia was, vroeg hij. Emotioneel vertelde hij me over zijn liefde die niet had mogen zijn. Dat hij mijn moeder voor de eerste keer had gezien op zijn verlovingsfeest met mijn tante. En dat hij onmiddellijk wist dat hij met de verkeerde vrouw zou trouwen. De tranen drupten ongegeneerd langs zijn wangen en ik was oprecht ontroerd. Pas later zou ik ontdekken dat zijn verhaal van onvervulde liefde ook het mijne zou worden. Ik kon mijn ogen niet afhouden van de man die naast hem stond. Een veertiger in het strak lijf van een marathonloper. Uit de manier waarop hij nonchalant tegen het bartafeltje leunde in jeans, sweater en gympen leidde ik af dat er nog steeds een kwajongen in hem schuil ging.
...

Het was een zwoele zomeravond, we hadden de kinderen aan de babysit toevertrouwd en gingen naar een feestje op de tennisclub. Ik was nog maar net gearriveerd of kreeg een mojito in de hand gestopt door mijn nicht. Ze nam me meteen mee naar haar vader. Die had ik nog nooit ontmoet. Hij had mijn tante in de steek gelaten en was sindsdien persona non grata in de familie. Toen mijn nicht me voorstelde, kreeg de oude man tranen in de ogen. Of ik werkelijk de dochter van Mia was, vroeg hij. Emotioneel vertelde hij me over zijn liefde die niet had mogen zijn. Dat hij mijn moeder voor de eerste keer had gezien op zijn verlovingsfeest met mijn tante. En dat hij onmiddellijk wist dat hij met de verkeerde vrouw zou trouwen. De tranen drupten ongegeneerd langs zijn wangen en ik was oprecht ontroerd. Pas later zou ik ontdekken dat zijn verhaal van onvervulde liefde ook het mijne zou worden. Ik kon mijn ogen niet afhouden van de man die naast hem stond. Een veertiger in het strak lijf van een marathonloper. Uit de manier waarop hij nonchalant tegen het bartafeltje leunde in jeans, sweater en gympen leidde ik af dat er nog steeds een kwajongen in hem schuil ging. Het overkomt me zelden dat ik een man alleen op zijn uiterlijk mooi kan vinden, maar Peter was en is nog steeds de belichaming van mijn mannelijk ideaal. Zijn doordringende blauwe ogen haakten onmiddellijk in de mijne. Later die avond, op de dansvloer, leek er een onzichtbare elastiek van maximaal drie meter tussen ons. Af en toe, ogenschijnlijk toevallig, raakten we elkaar vluchtig. Tussendoor sijpelde de een na de ander naar buiten om een sigaret te roken. Iedereen begon met elkaar te praten. Dat is de charme van sportclubs : je hoeft nooit te zoeken naar aanknopingspunten. Ik vernam dat Peter gescheiden was en co-ouderschap had over zijn vier kinderen. Uit zijn uitgaansverhalen viel af te leiden dat hij met volle teugen genoot van zijn herwonnen vrijheid. In mijn hoofd rinkelden alarmbellen maar het verlangen was daarmee niet geblust. Het daaropvolgende tennisseizoen kruisten onze wegen elkaar nog wel, maar de gelegenheid voor meer dan een oppervlakkig gesprek deed zich niet voor. Tot we elkaar weer troffen op een dansvloer. Toen ik me omdraaide, keek ik recht in zijn lachende gezicht, en hij zei : „Weet je dat je een lieve glimlach hebt ?" Ik vroeg hem zijn zin nog eens te herhalen omdat die paar woorden me totaal verrasten. Tegenstrijdige gedachten vlogen door mijn hoofd. Van : „Neen, dat wist ik niet. Dat heeft nog nooit iemand gezegd", tot : „Dit is een cliché waarvoor ik echt te intelligent ben." Waarna ik de andere kant van de dansvloer opzocht. Een onbestemd schuldgevoel maakte dat ik dit wou delen met Karl, mijn man, wiens antennes al die eerste avond in de tennisclub gevaar hadden bespeurd. In de afgelopen twintig jaar hadden geen van ons beiden reden tot onrust of jaloezie ; maar toen hij mijn reactie op Peter zag, wist Karl meteen dat deze man mijn eeuwig beloofde trouw aan het wankelen kon brengen. Met een spottende ondertoon zei hij in Peter een meerdere te herkennen. Dat hijzelf in zijn wilde jaren ook vlot vrouwen versierde, maar dat hij nog heel wat kon leren van Peter. Ik geloofde hem, en bewonderde tegelijk die subtiele strategie van reputatiebeschadiging. Feit was dat Karl niet de enige was die er zo over dacht, want Peter stond bekend als een vrouwenmagneet. Enkele maanden later, op een hip feestje in een al even hippe bar, kon ik dat met eigen ogen constateren. Peter stond alweer op de dansvloer, omringd door vrouwen. Een voor een gaf hij ze aandacht. Een vriend van mij - ook vrijgezel - had hetzelfde opgemerkt. Smalend vroeg hij Peter wie vanavond de gelukkige zou zijn. Peter reageerde ontstemd. Hij was het beu om als rokkenjager bestempeld te worden. De rest van de avond hield hij zijn blik vanuit de verte op mij gericht. Toen ik naar het toilet ging, leek het of hij me daar stond op te wachten. Of ik geld nodig had voor de toiletdame ? Verward antwoordde ik dat dit niet nodig was en ik verdween haastig. Het was niet de eerste keer dat verlangen mij met verstomming sloeg, maar de laatste keer dateerde wel van mijn bakvissentijd. Ik vroeg me af of het een van zijn vaste verleidingstechnieken was. Toen ik terugkeerde, stond hij alweer op de dansvloer. En alsof de duivel ermee gemoeid was, ruilde de deejay de techno voor melancholische pop uit mijn jeugd. Ik ging op in de muziek, maar telkens als ik de zaal rondkeek, vonden zijn ogen de mijne. Bij het ochtendgloren volgde ik mijn man zwijgend naar huis. De zomer kwam en vervaagde de herinnering. Tot het nieuwe schooljaar aanbrak en het zien van zijn auto bij de club al volstond om de draad kwijt te raken tijdens een gesprek met mijn kinderen. Met gemengde gevoelens keek ik uit naar het kerstfeest op de tennisclub. Ik betrapte mezelf erop dat ik hem zocht in de massa en was boos op mezelf. Waarom was ik zo in zijn greep ? Een man die ik niet eens kende, terwijl ik thuis mijn soulmate had ? Ik moest wel gek zijn om dat geluk op het spel te zetten, en ik besloot mijn gevoel te verdringen. Uiteindelijk nam hij ook geen initiatief om met mij in contact te komen. Uit respect voor mijn huwelijk ? Afgeschrikt door mijn dubbelzinnige houding ? Ik zal het waarschijnlijk nooit weten. Enkele maanden geleden vernam ik dat hij met een nieuwe liefde was gesignaleerd. Een steek ging door mijn hart. Ik fantaseerde hoe ze eruit zou zien. Zijn vorig lief was tien jaar jonger en bloedmooi, had ik uit goede bron vernomen. Voor het eerst in mijn leven voelde ik me oud en versleten. Tot ik hem met zijn nieuwe vriendin zag op een feestje. Hij knikte gedag, en draaide zich dan naar haar. Zij was het tegendeel van hoe ik me haar had voorgesteld. Hij week geen moment van haar zijde, ik heb hem zelfs niet op de dansvloer gezien. Alsof hij besloten had zijn leven een andere wending te geven. Zijn gedrag bracht me van mijn stuk. Ik bewonderde zijn galanterie en toewijding, maar ik was ook gefrustreerd omdat hij mijn blik bleef zoeken. Ik moest eigenlijk blij zijn. Voor hem omdat hij opnieuw het geluk gevonden had. Voor mezelf omdat ik opnieuw de rust kon hebben om zonder schuldgevoel van mijn gezin te genieten. En toch. Onlangs las ik een citaat van de achttiende-eeuwse schrijver en schilder Samuel Richardson : „Where words are restrained, the eyes often talk a great deal." Ik zou het hem willen voorleggen, al was het maar om me ervan te vergewissen dat ik het me allemaal niet heb ingebeeld. DOOR MARIE DE DECKER„Peter stond alweer op de dansvloer, omringd door vrouwen. Een voor een gaf hij ze aandacht"