In mijn jeugd was ik een rebel", zegt Ron Arad, die dit jaar zestig werd. "Nu heb ik mijn eigen bedrijf en maak ik deel uit van het establishment. Maar ik blijf in wezen een rebel. Mijn medewerkers moeten me voortdurend herinneren aan regels en reglementen. Maar de klant zei..., proberen ze dan. Waarop ik steevast hetzelfde antwoord : vergeet de klant nu even."
...

In mijn jeugd was ik een rebel", zegt Ron Arad, die dit jaar zestig werd. "Nu heb ik mijn eigen bedrijf en maak ik deel uit van het establishment. Maar ik blijf in wezen een rebel. Mijn medewerkers moeten me voortdurend herinneren aan regels en reglementen. Maar de klant zei..., proberen ze dan. Waarop ik steevast hetzelfde antwoord : vergeet de klant nu even." Arad zit op een schommelstoel aan de ronde vergadertafel van zijn hoofdkwartier in Londen : een ruim maar sjofel voormalig industrieel pand op wandelafstand van Camden Market. Hij heeft een gebreide wollen muts op zijn hoofd, een geamuseerde blik in zijn ogen. Een kwajongen, forever. "Klanten komen mij opzoeken omdat ze iets anders willen", zegt hij. Hij bedoelt dat zijn reputatie als creatieve deugniet hem aan opdrachten helpt. Het gezeur komt later pas. Want wat iets anders precies betekent, verschilt voor elke klant. "Vaak dénkt iemand alleen maar dat hij iets anders wil." Arad is architect en designer, al is hij nog steeds bekender als designer dan als architect. Hij is, net als zijn voormalige klasgenote Zaha Hadid, een relatieve laatbloeier in de bouwkunst. In de jaren zeventig van de vorige eeuw heeft hij gestudeerd aan de Bezalel Academy of Art and Design in Jeruzalem (hij is geboren in Tel Aviv) en aan de gereputeerde Architectural Association in Londen. Maar het heeft tot een jaar of tien geleden geduurd voor Arad zich serieus aan architectuur begon te wijden. "Als je pas bent afgestudeerd", zegt hij, "krijg je doorgaans niet onmiddellijk de kans om opera's bouwen. Niemand zit op je te wachten met prestigieuze opdrachten. Je moet jezelf eerst bewijzen, jarenlang voor anderen werken. Ik vond dat heel moeilijk. Het lag me gewoon niet." Logisch, ook : een beetje rebel aardt nu eenmaal niet tussen de vier muren van een groepspraktijk. Arad vond een ander spoor. Hij werd designer. "Enfin," preciseert hij, "ik heb dat nooit bewust zo beslist. Maar op een bepaald moment moest ik wel vaststellen dat ik in de pers een designer werd genoemd. Ik heb sowieso lang getwijfeld of ik wel architect zou worden. Mijn hart balanceerde tussen architectuur en kunst. Achteraf pas ben ik langs mijn eigen, kronkelende weg toch weer bij de architectuur terecht- gekomen." Onderweg heeft Ron Arad een indrukwekkend aantal designklassiekers geconci- pieerd, meubels vooral : van de Bookworm, een kronkelend plastic boekenrek voor Kartell (de blauwe versie ontbrak circa 1995 in geen enkel hedendaags interieur), tot de stoel Big Easy, een van Arads vele projecten voor Moroso. Producten zijn gemakkelijker dan gebouwen, vindt hij, want minder complex. "Met architectuur moet je meer mensen overtuigen, en dat kan gaan van een politicus tot een brandweerman. Je moet met veel meer vectoren rekening houden." Arads reconversie tot architect sleept al even aan. Zijn eerste grote opdracht dateert van 1988 : de inrichting van de openbare ruimtes van de opera van Tel Aviv. Maar dat gebouw werd pas rond de eeuwwisseling ingehuldigd, en de rol van Arad bleef alles welbeschouwd beperkt. Hetzelfde kan worden gezegd van een aantal andere projecten, groot en klein : het reusachtige slingerdak dat hij bedacht voor de Mediacité in Luik (een shopping mall), of zijn oversized lus voor de showroom van Maserati in Modena (een plateau waarop auto's worden tentoongesteld). Zijn belangrijkste gebouw tot nog toe is het Design Museum van Holon, in een voorstad van Tel Aviv. Dat is volgens hem een succes omdat het er precies uitziet zoals op zijn plannen. "De samenwerking met de opdrachtgever, in dit geval het stadsbestuur van Holon, verliep rimpelloos. Dat was overigens ook het geval voor het winkelcentrum in Luik. Zo'n mall heeft uitsluitend een commercieel oogmerk. Voor de ontwikkelaar is het een grote gok om in zee te gaan met een eigenzinnige architect. Waag je zo'n gok, of niet ?" Kortom, Arad heeft respect voor wie hem aandurft. Zowel winkelcentrum als musea zijn één en al slinger, lus, kronkel, sliert. Het motief komt ook in Arads productontwerpen telkens terug. Zie bijvoorbeeld de parfumflacon die hij onlangs heeft ontwikkeld voor Kenzo, een zoveelste variatie op de lusvorm. "Waarom ik zo vaak slierten gebruik ? Hm. Ik zal vanavond eens met mijn psychiater moeten bellen", bromt hij met een sardonische grijns op zijn gezicht. "De slierten geven een ontwerp kracht", zegt hij iets later. "Ze grenzen de oppervlakte af." Madly Kenzo is zijn tweede project met het Franse merk. In 2008 ontwierp Arad al een flacon in een gelimiteerde oplage. "Dat was de eerste parfumfles voor de thumb generation", zegt hij. "De kids van vandaag zijn zo gewend aan games dat ze alleen nog hun duim gebruiken. Geen andere diersoort is zo ver geëvolueerd. Die eerste flacon lag aangenaam in de hand. Maar de productiekosten waren aan de hoge kant. Wat onmiddellijk die beperkte oplage verklaart ( er zijn zo'n tweeduizend exemplaren van gemaakt). De mensen van Kenzo hebben me gevraagd of ik nog een flacon kon ontwerpen, dit keer voor een wijdverspreid parfum. Het ontwerp voor Madly Kenzo bouwt voort op dat eerste project. Natuurlijk hebben we toegevingen moeten doen om. Maar de flacon ligt nog altijd aangenaam in de hand. Dat is niet veranderd." Arad vertelt dat hij de nieuwe fles graag had laten schommelen. "Maar dan hadden we aan de onderkant meer glas moeten gebruiken, en dat zou alles weer duurder hebben gemaakt. Nu ja, je vertrekt voor elk project met een hoop ideeën, en daar ga je dan in snoeien." "Ach," zegt Arad, "het is uiteindelijk maar een flesje. Een ruimteschip is nog iets anders. De belangrijkste criteria voor een parfumflacon zijn productiekost en perceived value. Als designer moet je voor een balans zorgen." Kortom, een parfum moet er zo chic mogelijk uitzien, en dat mag zo weinig mogelijk kosten. Hij vertelt gelaten dat hij zijn kennis over parfums vooral in luchthavenboetieks opdoet, en in de taxfreebrochures die hij tijdens zijn reizen in vliegtuigen vindt. "Je ziet tussen al die flacons zelden iets nieuws", zegt hij. "Af en toe is zo'n flacon inderdaad anders. Maar écht nieuw ? Neen. Het is een uitdaging om dan toch iets te bedenken. Ik heb nog een prototype liggen voor een mannenparfum, met een volledig nieuw verstuiversysteem. Dat project is destijds afgevoerd, maar in de toekomst wil ik het idee zeker nog eens gebruiken." Ron Arad vindt van zichzelf dat hij vaak te vroeg is. "Story of my life", lacht hij. Zo heeft hij meer dan tien jaar geleden de iPad uitgevonden. Of tenminste, een toestel dat er qua concept sterk op geleek. "Alles draaide om het scherm. Er zat geen enkele knop op, en voor het operatiesysteem kon je grotendeels op je duimen vertrouwen." Arad plooit zijn laptop open, en toont ons enkele renderings. Hij ontwikkelde het toestel destijds voor een Aziatische elektronicagigant, die het project in de koelkast stopte. Steekt dat ? Niet echt, zegt hij. "Je leert altijd bij. Andere mensen hadden op ongeveer hetzelfde moment een gelijkaardig idee. Zij bevonden zich in een betere positie, en op een betere plek, om hun idee uit te voeren. Het bedrijf waar ik voor werkte, vond het op dat moment niet opportuun om een geheel nieuwe productcategorie uit te vinden. Het wilde liever concurreren met bestaande producten dan proberen een nieuwe markt te ontginnen. Zo werkt het nu eenmaal. In de architectuur is het net hetzelfde. Daar zie je vaak genoeg dat briljante gebouwen nooit van de tekentafel geraken. Dat is jammer. Maar anderzijds hebben opdrachtgevers soms gelijk om voorzichtig te zijn." Zeker als ze met een rebel in zee durven te gaan. DOOR JESSE BROUNS