Guy Vandesteen
...

Guy VandesteenAssistent bij Lacoste, Parijs Sinds september 2000 Opleiding: Antwerpse modeacademie "Via via kwam ik te weten dat Christophe Lemaire (Franse ontwerper, nvdr) een assistent zocht voor zijn opdracht bij Lacoste. Hij was daar net aangenomen als artistiek directeur. Dat was in mei van vorig jaar. In Parijs gonsde het van de geruchten, want het was ongewoon dat een traditioneel en gerespecteerd merk als Lacoste een op zichzelf opererende designer aan boord nam. Er waren veel sollicitanten, maar het klikte tussen Lemaire en mij. Tijdens de maand juni hebben we bijna elke dag samen doorgebracht, tussen de archieven van Lacoste. In september kreeg ik mijn contract, bij Lacoste zelf. Ik ben wel door Christophe Lemaire uitgekozen, maar dat betekent niet dat ik met een badge met 'chouchou van Christophe' erop rondloop. Ik ben gewoon een lid van het ontwerpteam. Technisch gezien betekent het dat ik moet waarnemen als hij er niet is, maar zo werkt het niet. In realiteit gaat alles er veel organischer aan toe. Ik ben een beetje zijn vertrouwensfiguur binnen de firma. Vergeet niet dat wij de enige twee nieuwelingen zijn in een groep die er al jaren werkt. We zien elkaar drie keer per week. Dan lunchen we samen en praten we het werk door. Maar meestal gaat het over heel andere dingen dan mode. Ik ben verantwoordelijk voor de vrouwencollectie. De ideeën levert Lemaire, maar ook dat is vaak een wisselwerking. Ik maak alle technische tekeningen, zodat ze duidelijk zijn voor de industrie. Ik corrigeer de prototypes. Iedere assistent bij Lacoste werkt onder een productiechef. Die is de link tussen ons en de fabricage-afdeling. Dat is nieuw voor mij, maar wel begrijpelijk voor een groot bedrijf als dit. Hier in Parijs werken 200 mensen, op de ontwerpverdieping alleen al 50. Ik wou erg graag bij Lacoste in dienst, alleen al om eens binnen een dergelijke structuur te zitten. Creatief ben je gelimiteerd, want lang niet alles is mogelijk, maar dat maakt dat je geconcentreerder naar oplossingen moet zoeken, of naar een consensus. Een megabedrijf als dit vraagt snelle aanpassingen: ik heb in een recordtijd met tekencomputers leren werken, binnenkort moet ik op Spaanse les. En met de hiërarchie moest ik ook kennismaken, wat veel minder erg was dan ik verwachtte. Allemaal nieuwe dingen, maar ik ben dan ook van nature nieuwsgierig. Op dit moment werk ik aan de volgende lingerielijn. Nog nooit eerder gedaan, dus interessant. Toen ik een tiener was, droeg ik regelmatig Lacoste. Ja, ik ben opgegroeid met bcbg. Lacoste is geen fashion label, wel een merk dat mensen effectief kleedt. Als ik hier in Parijs de metro neem, dan kan ik de baseballpetjes-met-krokodil niet op twee handen tellen. Dat doet je toch iets: de wetenschap dat wat je helpt te concipiëren meteen door miljoenen mensen gedragen wordt. Er worden geen megacampagnes gevoerd, en toch is het een label dat leeft. Ik vind die krokodil een magisch symbool. De historiek van het merk is ook mooi. De originele Monsieur Lacoste was een tenniskampioen die in de jaren '30 nieuwe vormen voor tennisraketten bedacht en piqué heeft uitgevonden, allemaal uit passie voor zijn sport. Gaandeweg heeft hij een imperium uitgebouwd, dat nu wereldbekend is. Mijn overstap naar Parijs is wonderwel verlopen. Aanpassingsproblemen heb ik niet gehad, ook omdat een aantal vrienden hier al woonde. Parijs is geen makkelijke stad, want niet iedereen is er even vriendelijk, maar het is een mooie stad. Het klinkt melig, maar dat doet veel. Ik krijg een fatsoenlijk loon uitbetaald. Niet royaal, wel genoeg. Een job waarbij je moet gaan bijverdienen door 's nachts ook nog in een café te werken: dat zou ik niet meer kunnen. Toen ik nog op school zat, was het mijn droom om deel uit te maken van een klassiek couture-atelier. Maar de couture biedt weinig toekomst: ze is vergrijsd. Dus hou ik me liever bij de realiteit."Kris Van AsscheAssistent van Hedi Slimane (die voorheen de mannencollecties voor YSL Rive Gauche tekende, nu Dior Homme), Parijs Sinds 1999, de tijd van Rive Gauche Opleiding: Antwerpse modeacademie "Wanneer men namen als Yves Saint Laurent of Dior hoort, denkt men automatisch dat we hier met uitgebreide teams werken, maar het tegendeel is waar. Dior Homme betekent: Hedi Slimane, ik als zijn eerste assistent, en dat is het. Onlangs heeft hij nog een jongen aangenomen om de accessoires te overzien, want het werd echt te veel. De afgelopen vier maanden waren loodzwaar. Dag en nacht werken. Hedi wou voor Dior Homme absoluut van nul herbeginnen. Dat betekende dat we letterlijk alles moesten herzien. De ritsen, de voeringen, de innaailabels. Dat gaat niet in je koude kleren zitten. We zijn met te weinig, dat beseft Hedi ook wel. Maar hij heeft het liever zo, zegt hij, dan omringd te zijn door een gezichtsloze bende. Het moeilijkste wat je me kan vragen, is wat ik precies doe als assistent. Hedi ontwerpt alles, maar niet volgens de klassieke regels. De ideeën komen vaak al pratend, of hij geeft me een kraag en hij zegt: 'Dit is een hemd.' Dan weet ik hoe dat eruit moet zien. Hij kan alleen maar aanpassingen aanbrengen als een kledingstuk al in stof is uitgevoerd, nooit voordien. Hij moet het zién. Dat is een andere en - om het zacht uit te drukken - intensievere aanpak dan technische tekeningen maken, die naar de fabriek sturen en klaar. Maar al van bij het begin weet ik waar hij naartoe wil. We zitten op dezelfde golflengte. Onze smaken verschillen soms griezelig weinig. Meteen na mijn studies heb ik zo'n 150 sollicitatiebrieven rondgestuurd. Van Rive Gauche kreeg ik vrij snel antwoord. Ze zochten iemand voor de mannencollectie. Ik dacht: ai, dat wordt dassen tekenen, want voor mij was Rive Gauche helemaal synoniem met luchthavenmode. Maar ik moest en zou een job vinden, al was het maar om aan mezelf te bewijzen dat ik het kon. Hup, de Thalys op met al mijn tekeningen en collagemappen en foto's. Ik had zelfs videocassettes van mijn schoolcollecties bij. Een hele koffer vol. Toen ik op het bureau aankwam, was ik al verbaasd. Het was helemaal geen stoffige ruimte, wel een cleane, moderne studio. Ik zat op een stoel te wachten, en een jongeman in een pak met sportschoenen eronder wandelde voorbij. Dat bleek Hedi Slimane te zijn. Hij had er net zijn eerste collectie achter de rug. Ik kreeg er steeds meer zin in. En wat later, na mijn introductiegesprek, vroeg hij of ik de volgende dag kon beginnen. Een stage van vier maanden. Mijn begintijd in Parijs was zo clichématig dat ik er op den duur zelf mee moest lachen: het loon van een stagiair, dus twee keer niks; een kamer van tien vierkante meter, kakkerlakken overal. Na mijn inloopperiode ben ik in dienst genomen. Ik ben Hedi gevolgd in zijn overstap naar Dior Homme, omdat hij me dat gevraagd heeft en omdat ik het ook wou. Na Hedi's vertrek heb ik mijn contract bij Rive Gauche uitgezeten. Ik heb er twee maanden in een hoekje doorgebracht, terwijl de Gucci-mensen hun intrek namen (YSL is overgekocht door de Gucci-groep, waarin sterontwerper Tom Ford zetelt, nvdr). Er werden van die hokjes gebouwd, waar telkens een assistent-ontwerper zou intrekken. Niets voor mij. Neen, bij Dior Homme zit ik goed. Ik kan zeggen dat Hedi een goede vriend geworden is. We lachen enorm veel. Hij mag dan wel een serieus imago hebben, maar dat klopt niet. Waren de humor en de goede sfeer er niet, dan had ik het nooit zo lang uitgehouden. Hij leert me veel, zijn vastberadenheid werkt inspirerend. Minder leuk is dat ik voortdurend beschikbaar moet zijn. Ik zeg altijd: de dag dat Hedi me niet meer opbelt voor een noodgeval, dat is de dag dat ik afgedaan heb. Ik besef ook wel dat ik op het juiste moment op de juiste plaats zit. Hedi Slimane is een belangrijke naam geworden. Natuurlijk denk ik eraan om ooit mijn eigen ding te doen. Maar ik zie niet meteen iets als Maison Van Assche of zo. Het is wel zo dat je enigszins went aan de mogelijkheden die grote huizen je bieden. Helemaal terug naar af voor een eigen collectie... Ik weet het niet. Voor een gevestigd huis werken zoals Hedi nu doet, zie ik meer zitten. Die wereld zorgt soms voor absurde scenario's, maar die maken mijn job dan weer plezierig. Zo ben ik naar L.A. gevlogen om het Dior Homme-trouwpak persoonlijk af te geven aan Brad Pitt. Of sta je backstage na het defilé, en komt daar Yves Saint Laurent zelf voorbij, en de andere kant staat Karl Lagerfeld, omringd door lijfwachten. En dan denk je: ik sta hier toch maar." David VandewalAssistent bij Dries Van Noten Sinds 1993 Opleiding: Antwerpse modeacademie "Ja, al zeven jaar. Het gaat snel, maar het voelt niet zo. Ik herinner mij nog goed mijn eerste opdracht hier: opzoekingswerk naar bloemenpatronen voor sjaalbedrukkingen. Ik was opgebeld door het team van Van Noten. Ze zochten nog iemand. Ik werkte hier twee jaar op freelancebasis, daarna heb ik voor een vast contract gekozen. Ik ben een beetje een klankbord voor Dries geworden. Hij vuurt af, ik kets terug. We hebben elkaar goed leren kennen. We zijn close, zij het niet in termen van hartsvrienden-onder-elkaar. Hij heeft vertrouwen in mij, en dat apprecieer ik enorm. Ik superviseer zo'n beetje het creatieve team, ook al omdat ik er nu het langst ben. Dries is iemand die nog steeds alles zelf wil doen, maar dat gaat niet meer. Toen ik begon, werkten er een 30-tal mensen voor zijn bedrijf. Nu zijn dat er alleen al in Antwerpen 50, en met de buitenlandse bureaus erbij nog eens 50. Ik heb de firma van dichtbij zien groeien. Dries is naast ontwerper ook organisator moeten worden. Het gekke is dat het niets aan onze werkrelatie heeft veranderd. Hoe groter het bedrijf is geworden, hoe meer vrijheid en zelfstandigheid ik heb gekregen. Assistent-zijn is weliswaar anoniem werk, maar ik kan mijn ei kwijt in mijn vrije tijd. Ik wil altijd op de hoogte zijn van wat er gebeurt in de mode en de kunst, en niet eens in functie van mijn job. Mijn persoonlijke smaak staat eigenlijk scherp in contrast met die van Dries, maar ik denk dat die tegenstelling goed werkt. Dries wil geen ja-knikkers. Dat zie je ook in het atelier: er zitten alleen maar mensen van verschillende strekkingen. Dries weet ondertussen wel wat ieders stokpaardje is. Ikzelf hou me erg graag bezig met de castings voor de shows, en hij laat me daar dan ook volop aan meewerken. Ik draag eigenlijk weinig kleren van Van Noten, en toch heb ik er een emotionele band mee. Na afloop van een defilé kan ik dolgelukkig zijn als ik weet dat het precies was zoals Dries het in zijn hoofd had. Dat is dan mijn persoonlijke voldoening. Het enige negatieve aan assistent-zijn is dat je nog altijd aan het product van iemand anders werkt. En toch is het niet zo dat ik per se mijn eigen collectie wil. Ik ben nog altijd op zoek naar wat ik in de toekomst ga doen. Ik wil wel geen carrière in assistent-zijn uitbouwen. Ik zie deze job niet als een opstap naar een nog betere plaats binnen een ander bedrijf. Dat is een achterhaald idee. De modewereld van vandaag biedt genoeg mogelijkheden. De tijd bij Dries heeft tot nu toe nog geen afstompend effect op mij gehad. Dat ligt vooral aan hem: hij gaat er echt voor, en die vonk slaat over. Het verbaast me soms dat ik getaxeerd word op het feit dat ik bij Dries werk. Zo van: je zal zeker zo en zo in elkaar steken. Terwijl Van Noten een van de bedrijven is waar brainwashing niet op het programma staat. Ik vind het ook niet erg dat ik niet in Parijs of New York zit. Dat maakt geen verschil. Dat zegt mijn familie ook, want die vindt het heel glamoureus dat ik bij zo'n 'beroemde ontwerper' werk."Peter De Potter / Foto's Guy Kokken en Danny Gys