?Mannen hebben zich ontworsteld aan het louter kostwinnerschap", schrijft Tessa Vermeiren in 1985. ?Zij willen kameraden zijn, maatjes. Ze willen best helpen in het huishouden en ze hebben -- weliswaar niet allemaal -- leren koken. Presteren is niet meer boven alles belangrijk, een goede gezondheid, een fijne relatie, leuke kinderen en goede vrienden, dat is de kern van het leven. De vrije tijd wordt samen doorgebracht, maar man en vrouw moeten elkaar ook kunnen vrijlaten." Voorwaar een heel programma, die nieuwe relatie-ethiek.
...

?Mannen hebben zich ontworsteld aan het louter kostwinnerschap", schrijft Tessa Vermeiren in 1985. ?Zij willen kameraden zijn, maatjes. Ze willen best helpen in het huishouden en ze hebben -- weliswaar niet allemaal -- leren koken. Presteren is niet meer boven alles belangrijk, een goede gezondheid, een fijne relatie, leuke kinderen en goede vrienden, dat is de kern van het leven. De vrije tijd wordt samen doorgebracht, maar man en vrouw moeten elkaar ook kunnen vrijlaten." Voorwaar een heel programma, die nieuwe relatie-ethiek. Veelbetekenend zijn de namen waarmee we het fenomeen Nieuwe Man aanschouwelijk maken : er is sprake van Nieuwe Zachten, Quiche-eters, Soepkokers. De tegenhangers zijn yuppies (young urban professionals) die vaker alleenstaand zijn en er een swingende liberale levensstijl op na houden : ambitieus, prestatiegericht, maar niet geëngageerd. ?Wat is er mis met de man ?" vraagt collega Griet Schrauwen zich in 1987 af in een omvangrijk artikel (lezers hadden toen nog uithoudingsvermogen) waaruit vooral begrip voor de moeilijke positie van de moderne man spreekt. ?Vroeger moest hij onafhankelijk en zelfstandig zijn, nu vertrouwelijk, open en gevoelig. Hij leerde over emoties te praten, huilt als hij verdriet heeft, onderdrukt geen vrouwen, maar troost en stimuleert hun. De ideale man voor de 'nieuwe vrouw' ? Vergeet het maar, ze noemen hem schamper een softie, in het beste geval is hij een kameraad of 'als een vriendin'. Maar een verhouding met hem ? Nee toch ! Vrouwen zijn het machogedoe beu, maar hoeven zeker geen slap gelul. Raak daar als man maar uit wijs." In de jaren negentig is androgynie het sleutelwoord. ?De nieuwe man, een kleine jongen ?" suggereert Lene Kemps bij het bekijken van jongelui in publiciteitsfoto's voor het cKone- parfum. ?Androgynie is geen kledingcode meer. Het is een woord dat slaat op een radicale verandering in het hart van het begrip mannelijkheid. Deze jongens, hoe vertrouwd ze ook lijken, zijn op een vreemde manier anders. Ze lenen een versie van de vrouwelijkheid die al lang in onbruik is. Ze stellen zich op als passief, narcistisch, seksueel beschikbaar, kinderlijk en schattig." In hetzelfde artikel ziet modehistorica Florence Muller de androgynie als ?een harmonieuze ontmoeting van de twee geslachten. Een ideaal dat we altijd hebben nagestreefd en dat in de liefde nog altijd als opperste doel geldt : je wederhelft vinden, die ander die je compleet maakt." In 2000, op de drempel van het nieuwe millennium, gaat Wim Denolf nog een stap verder. ?Mannen zijn de nieuwe vrouwen", poneert hij kordaat. De gewijzigde rollenpatronen maken namelijk dat ze zich onbeschroomd overgeven aan kleding en cosmetica. Wat niet zonder gevaar is : blootgesteld aan opgepompte en geïdealiseerde manbeelden in de media en reclame zijn mannen steeds onzekerder over hun lichaam. Wie daar zeker geen last van hebben, zijn David Beckham en Brad Pitt, prototypes van de metroseksueel, althans volgens Peter De Potter in Knack Weekend van maart 2001. Wat dat wel mag wezen, een metroseksueel ? ?Een grootstedelijke, veeleer jonge man, koopkrachtig en goed op de hoogte van het popculturele aanbod die de hele postfeministische golf over zich heeft laten gaan en er zijn eigen conclusies heeft uitgetrokken." Hij wil weer een echte man zijn, maar dan aangepast aan de huidige tijd. En wat is daarbij een betere gids dan de homocultuur ? Gays hebben immers als geen anderen nagedacht over hypermasculiniteit. De metroseksueel mag er dan gay uitzien, maar hij valt wél op vrouwen. Einde van het verhaal ? Dat dacht u maar. ?De nieuwe man is dood, leve de nieuwe man", juicht Stefanie Van den Broeck in 2009 en ze komt met de menaissance-man op de proppen (prijs voor de meest ingenieuze woordspeling). ?Geen jongetje, maar een man die openstaat voor nieuwe ervaringen, die niet bereid is zich aan te passen aan strakke, conventionele levensfases en blij is met zijn leef/werkbalans die hem meer sociale mobiliteit geeft en de kans te genieten van culturele ervaringen, lifestyle en reizen." Zijn kwaliteiten ? ?Intelligentie, zelfvertrouwen, zorgzaamheid, flexibiliteit." Kijk, met zo'n specimen kunnen wij best leven. Maar dat is buiten onze collega Pierre Darge gerekend die niet minder dan 77 ervaringen aanhaalt die een Man (oud of nieuw) nog meer mans maken. Een kleine greep uit het aanbod : een week alleen in de natuur overleven, levenslang een geheim bewaren, een onbereikbare vrouw veroveren, je hoogste ambitie waarmaken en dan helemaal iets anders doen, een kind laten geloven dat het nooit meer oorlog wordt, een stervende begeleiden. Hard en zacht, teder en sterk tegelijk. Zullen we het er maar op houden dat de man tout court tegenwoordig zijn eigen regels verzint ? DOOR LINDA ASSELBERGS?VROUWEN ZIJN HET MACHOGEDOE BEU, MAAR HOEVEN ZEKER GEEN SLAP GELUL"