Het is niet altijd makkelijk een column te schrijven. Zeker niet als je huisgenoten je verbieden ook maar één woord over hen te schrijven. Mijn partner is daarin het formeelst. Uit pure schrik dat ik het aan de grote klok zou hangen, durft hij mij nauwelijks verslag te doen van zijn werkdag. Mijn prepuberale dochters zijn haast even affirmatief: geen gedrukte letter verdragen ze over hun privé-leven. Resten nog mijn zonen. De jongste (5) beschouw ik als onmondig en dus nog braakliggend terrein, om het wat oneerbiedig uit te drukken. De oudste (13) is het mildst, want heeft mij op een onbewaakt moment zijn fiat gegeven. Zo heb ik zijn achteloos schouderophalen tenminste begrepen. Dus start ik dit stukje zonder scrupules bij hem.
...

Het is niet altijd makkelijk een column te schrijven. Zeker niet als je huisgenoten je verbieden ook maar één woord over hen te schrijven. Mijn partner is daarin het formeelst. Uit pure schrik dat ik het aan de grote klok zou hangen, durft hij mij nauwelijks verslag te doen van zijn werkdag. Mijn prepuberale dochters zijn haast even affirmatief: geen gedrukte letter verdragen ze over hun privé-leven. Resten nog mijn zonen. De jongste (5) beschouw ik als onmondig en dus nog braakliggend terrein, om het wat oneerbiedig uit te drukken. De oudste (13) is het mildst, want heeft mij op een onbewaakt moment zijn fiat gegeven. Zo heb ik zijn achteloos schouderophalen tenminste begrepen. Dus start ik dit stukje zonder scrupules bij hem.Vermits hij zijn avonden de laatste tijd chattend doorbrengt, voel ik mij geroepen zijn emotionele leven wat nauwgezetter te volgen. Details over zijn computercommunicatie krijg ik uiteraard niet. "Vertel me dan tenminste met wie je aan het chatten bent", vraag ik vriendelijk. Een exotische meisjesnaam is het stug gemompelde antwoord. "Waarover?" probeer ik zo nonchalant mogelijk te klinken. "Zij is op mij en vraagt het aan", zegt hij langs zijn neus weg. Zozo. Dan trek ik mij even terug om wat later, bij het slapengaan, een nieuwe poging tot vertrouwelijkheid te ondernemen. Intussen heb ik ook met schrik bedacht dat ik hem eigenlijk nog nooit een échte sessie seksuele voorlichting heb gegeven. "Maak je geen zorgen,ma", zegt hij geruststellend, "voor de jeugd is seks echt geen taboe meer." Daar schrik ik even van, maar uiteindelijk wordt het toch nog een goed gesprek. Over op iemand zijn, het aanvragen, en ja, ook over seks. Gerustgesteld over zijn liefdes- en emotionele leven ga ik wat later mijn e-mails checken. En ja, ook hier hangt verliefdheid in de lucht. J. (52), altijd praktisch en nuchter, en haast twintig jaar alleen, blijkt plots zo waanzinnig verliefd dat ik haar nauwelijks herken. "Nooit heb ik iemand ontmoet die zo lief, zo zorgzaam is," jubelt ze, "hij vindt het heerlijk om te klussen, dus heeft hij meteen alles wat stuk was in mijn huis gerepareerd. Inclusief de computer. Hij speelt Chopin voor mij en samen zingen we de sterren van de hemel. Nou ja, het is dat hij geen wit paard heeft, maar anders..." Nog verder valt mijn mond open als ze haar toekomstplannen ontvouwt: "Na de zomer ga ik bij hem wonen en volgend jaar trouwen we, precies één jaar nadat we elkaar hebben ontmoet." En dan is er nog het berichtje van S. (40), mijn schattige kleuterschoolvriendinnetje die nu professor is en al haar hele leven twijfelt tussen de hetero- en de damesliefde. "Ik heb de tederheid ontmoet," schrijft ze, "niet deze ochtend in mijn rozentuin, maar in de opera en daarna op een bank in het park. Niet bij een vrouw, maar bij een man nota bene. Ik kan mezelf nauwelijks volgen en verkeer in een kolossale state of mind: honderd versregels tollen tegelijk door mijn hoofd en vragen dringend om papier. Maar het is examentijd en ik moet zorgen dat ik morgen goede vragen stel. Misschien schrijf ik tussendoor nog één gedicht. De titel staat al vast: Orlando." Hun vertrouwelijkheid werkt aanstekelijk en daarom, beste lezer, zal ik u vertellen op wie ik vandaag, heel even, verliefd geworden ben. Op een onbekende man die mij een bed aanbood, mijn ogen afdekte en mij sprookjes influisterde. Met vreemde geuren en zoete smaken lokte en prikkelde hij me. Vreemde sensaties gleden over mijn gezicht, even zacht als zijn vingers over mijn huid. En er was ook een vrouw, met een stem zo diep als de nacht en lippen zo zacht als olie. En zij trok haar kleren voor me uit, of droomde ik dat maar? En alleen haar laatste woorden bleven in mijn hoofd galmen. Dat niets zo sterk is als het niet-vervulde verlangen. Met knipperende ogen stapte ik het Sprookjesbordeel van Peter Verhelst buiten. Ga daar ook heen, beste lezer, deze zomer in Brugge of in Antwerpen. Dan zult u begrijpen waarom er vandaag geen plaats is voor nuchterheid of cynisme. ANNEMIE STRUYF, TESSA VERMEIREN IS MET VAKANTIE