Het doet iets, geschiedenis mee te maken. Nog maar een paar keer had ik het gevoel dingen te zien gebeuren waarover men over honderd jaar nog zal praten : de terroristische aanslagen van 9/11 en de financiële crisis die door de wereld waart, als een spook gehuld in ritselende bankbiljetten. Voor de rest heb ik geschiedenis vooral uit de boekjes, van de moord op Franz Ferdinand tot het afwerpen van de atoombom. Hoe huiveringwekkend moet het geweest zijn dat op de radio te horen. Of misschien ook helemaal niet, want nooit heb ik mijn grootmoeder horen zeggen wat zij aan het doen was toen in Hiroshima tienduizenden mensen verdampten. Wellicht was zij soep aan het koken, of dronk zij karnemelk.
...

Het doet iets, geschiedenis mee te maken. Nog maar een paar keer had ik het gevoel dingen te zien gebeuren waarover men over honderd jaar nog zal praten : de terroristische aanslagen van 9/11 en de financiële crisis die door de wereld waart, als een spook gehuld in ritselende bankbiljetten. Voor de rest heb ik geschiedenis vooral uit de boekjes, van de moord op Franz Ferdinand tot het afwerpen van de atoombom. Hoe huiveringwekkend moet het geweest zijn dat op de radio te horen. Of misschien ook helemaal niet, want nooit heb ik mijn grootmoeder horen zeggen wat zij aan het doen was toen in Hiroshima tienduizenden mensen verdampten. Wellicht was zij soep aan het koken, of dronk zij karnemelk. De ergste crisis in honderd jaar, hoor ik Leterme vertellen. Honderd jaar ! Dat is langer geleden dan het zinken van de Titanic. Dat is langer dan Money money money van Abba bestaat. Dat is langer geleden dan zowat alles waaraan ik geregeld denk. Het vreemde is dat we deze stormen op de financiële markten rustig kunnen aanschouwen, vanuit een comfortabele fauteuil, als een spannende film. Schijnbaar veilig, in de warmte, hoor ik in het nieuws hoe experts zich afvragen of Zwitserland failliet zal gaan. Mocht je die mogelijkheid enkele weken geleden geopperd hebben, vingers hadden op slapen getikt als frenetieke spechten. De hamvraag, om een vlezige uitwas van het Nederlands te gebruiken, is of deze crisis beperkt zal blijven tot het bekijken van een thriller met internationale allure, of dat hij ons dagelijks leven grondig zal ontwrichten. Zullen op het verschrompelen van de aandelen massale ontslagen volgen, mensen die huis en auto moeten verkopen, mensen die kou en honger lijden, kindjes die met koortsige ogen in lenzen van camera's kijken ? Moeders die zich, om deze bloedjes te voeden, moeten verkopen aan vadsige venten ? Voorlopig lijkt dat mee te vallen. Ik hoorde nog niet van mensen die zichzelf uit het raam hebben gegooid, zoals bij de krach in 1929 het geval schijnt te zijn geweest. Dat betekent nog niets, natuurlijk. Voorlopig kent niemand de impact van deze gebeurtenissen. Om de een of andere irrationele reden zijn mensen onverbeterlijke optimisten, die er instinctief van uitgaan dat de toekomst mooier, groter en gezonder zal zijn. Zo ging het bij de vorige generatie, die nog in de slijkpoel van het fascisme is geboren, maar amper twintig jaar later de Golden Sixties beleefde, een tijd waarin je met bloemen in je haren mocht lopen en niettemin al hard je best moest doen om géén villa plus appartement te verwerven. Zelfs mijn vader bezat deze dingen, terwijl hij een eenvoudig kunstenaar was die altijd zijn zin heeft gedaan. Dat laatste zit geloof ik een beetje in de familie. Gaat straks iedereen failliet ? Behoor ik tot de eerste generatie die in weelde is geboren maar in armoedigheid zal vergrijzen ? Het is een verontrustende gedachte en ik duw ze van mij af, omdat ze betekent dat het beste al voorbij zou zijn. Dat wil niemand graag toegeven. Ik ontvang een opwindende sms. Ik hoor Leonard Cohen in het echt. Er is een columnbundel van mij uit, opgedragen aan mijn grootmoeder. Het gemis dat op haar dood volgde, is teruggedrongen en heeft zich verschanst in de centrale verwarming, waar ook wat lucht in zit, zodat het lijkt alsof in een hoek van de kamer constant een mannetje staat te wateren. Er komen fonkelende, beslagroomde tijden, daar ben ik zeker van. Daar wil ik in blijven geloven. Zo'n crisis heeft ook voordelen, las ik ergens, al was het maar dat er minder vervuild zal worden en dat de prijzen van voeding en huizen weer zullen dalen. De Amerikanen worden minder arrogant en het besef wint veld dat gouden parachutes pervers zijn. Misschien zullen sommigen zelfs eindelijk inzien dat voetballers geen halfgoden zijn, maar beoefenaars van een in wezen vrij banaal spelletje. Zo ver is het nog niet, gelukkig. Op het moment dat ik dit schrijf, staat er buiten 350 kilometer file, omdat het dinsdag is en de wegen er nat bijliggen. Die zekerheid hebben we tenminste. In tijden waarin alles wankelt, kunnen we terugvallen op de onwrikbare gemoedelijkheid van een regenfile. Jean-Paul Mulders