Een knoestige houten balk van een bouwwerf, een gigantisch stuk wrakhout afkomstig uit de haven, neergepoot op een grijze museumvloer of in het groen van een park : de Duitse kunstenaar Bernd Lohaus, ooit leerling van Joseph Beuys op de Kunstakademie van Düsseldorf en eind jaren zestig naar Antwerpen afgezakt om er nooit meer weg te gaan, heeft er een kompleet artistiek ?uvre mee opgebouwd. Vanuit kunsthistorisch perspektief moet dat werk geduid worden in de schemerzone tussen konceptuele en minimalistische kunst met een persoonlijke noot : Lohaus werkte met natuurlijke materialen (vooral hou...

Een knoestige houten balk van een bouwwerf, een gigantisch stuk wrakhout afkomstig uit de haven, neergepoot op een grijze museumvloer of in het groen van een park : de Duitse kunstenaar Bernd Lohaus, ooit leerling van Joseph Beuys op de Kunstakademie van Düsseldorf en eind jaren zestig naar Antwerpen afgezakt om er nooit meer weg te gaan, heeft er een kompleet artistiek ?uvre mee opgebouwd. Vanuit kunsthistorisch perspektief moet dat werk geduid worden in de schemerzone tussen konceptuele en minimalistische kunst met een persoonlijke noot : Lohaus werkte met natuurlijke materialen (vooral hout), gaf ze een eigen ordening in de ruimte en creëerde op die manier recalcitrante 'kunstbakens' in een omgeving die dat eind jaren zestig, begin jaren zeventig helemaal niet gewend was. Een artistiek-revolutionaire daad dus, die Lohaus een kwarteeuw later nog altijd verder uitrafelt. Van bij het begin was het tekstuele aspekt belangrijk : net als Joseph Kosuth, Lawrence Weiner en anderen speelt Lohaus met (korte) woorden en zinnen om de interferentie tussen tekst en beeld te duiden, te ontkrachten, of beide. Maar net die teksten, op hout, kanvas of papier aangebracht, geven de Lohaus-werken een soms irritante nadrukkelijkheid. ?Ich/als gegenuber/Du", ?Nur" en dies meer : het loodzware gewicht tekent het overzicht van het Lohaus-?uvre dat nu in het Muhka te zien is. De retrospektieve biedt niet alleen de bekende houten skulpturen, maar ook de kanvasdoeken, als het ware vastgeschilderd aan de museummuren, en de 'coudrages' of genaaide tekeningen. Lohaus' werk komt het best tot zijn recht in een ruimte waarmee te dialogeren valt, in het Muhka werkt het geenszins, ook al kreeg Lohaus het gedaan om de vloeren grijs te mogen schilderen. De tweede tentoonstelling in het Muhka is gewijd aan John Körmeling, de Luc Deleu van Nederland : ook van deze architekt-kunstenaar worden de meeste plannen wel getoond, maar nooit uitgevoerd, omdat ze niet passen in het wereldje van politici, architekten en stedebouwkundigen. Van de vrolijke anarchist Körmeling is pretentieloos werk te zien, van architektuurschetsen tot eigen knutselwerk. Impressionant zijn de vierkante en platte no nonsense-auto's (de eerste was al te zien op de Biënnale van Venetië), waar Körmeling een loopje neemt met de aktuele auto-design : hij beweert dat hun aerodynamica net zo uitgekiend is als die van de echte race-wagens. Een maquette van zijn enige uitgevoerde bouwwerk, met name het starthuisje voor de wedstrijdroeibaan in Harkstede, is een ander ankerpunt in deze expositie, die voor de rest vooral ironische proeves toont, zoals een oprol- en meeneembare parkingmat voor automobilisten met parkeerproblemen. Körmeling is overigens de aloude Belgische lintbebouwing niet ongenegen : volgens hem is het de best leefbare planologische struktuur om grote ruimtes te sparen. De Groene Hoofdstruktuur is er niks tegen. Bernd Lohaus en John Körmeling in het MUHKA, Leuvenstraat in Antwerpen, tot 14 januari. tel. (03) 238.59.60.De vierkante auto (1994) van John Körmeling : van Venetië naar Antwerpen.