Ik zou kunnen schrijven dat ik ging zwemmen in het plaatselijke zwembad ; vierenveertig baantjes, wat ik een fijn getal vind. Hetzelfde als mijn schoenmaat, trouwens. Ik zou kunnen schrijven dat er in het zwembad een man was die met zijn dochtertje speelde. De man was niet jong meer, het dochtertje een jaar of zeven. Ze had blonde vlechten en mankerende tandjes en zij spatte papa nat. Die liet haar over zijn arm duiken, als om haar voor te bereiden op krijgsverrichtingen waaraan ze hopelijk nooit zal hoeven deel te nemen. Ze lachten wat af samen. Het was een vertederend spektakel. Toen ik uit het water stapte, spoelde ik zorgvuldig mijn voeten tegen zwemmerseczeem.
...

Ik zou kunnen schrijven dat ik ging zwemmen in het plaatselijke zwembad ; vierenveertig baantjes, wat ik een fijn getal vind. Hetzelfde als mijn schoenmaat, trouwens. Ik zou kunnen schrijven dat er in het zwembad een man was die met zijn dochtertje speelde. De man was niet jong meer, het dochtertje een jaar of zeven. Ze had blonde vlechten en mankerende tandjes en zij spatte papa nat. Die liet haar over zijn arm duiken, als om haar voor te bereiden op krijgsverrichtingen waaraan ze hopelijk nooit zal hoeven deel te nemen. Ze lachten wat af samen. Het was een vertederend spektakel. Toen ik uit het water stapte, spoelde ik zorgvuldig mijn voeten tegen zwemmerseczeem. Ik zou kunnen schrijven dat ik toen naar de stad ben gereden, en dat de overvloed aan mensen daar mij niet stoorde. De auto gleed als in een oude film over macadam. Het licht dat door de voorruit viel, had de kleur van acaciahoning. Ik was in zo'n stemming waarin je dingen mooi vindt die je anders onverschillig laten. Er was een jonge vrouw met een hond. Ze stonden achter een garagepoort te wachten die elektrisch naar omhoog ratelde. Ik zag ze in een flits, toen de poort al hoog genoeg was, maar baasje en beestje nog net niet in beweging kwamen. Ze stonden daar strak en vers gewassen, vol goesting om te gaan wandelen. Het beeld was volmaakt omdat ik het maar een fractie van een seconde zag, en er zoveel levenslust in lag. Ik zou kunnen schrijven dat ik de auto tot stilstand bracht voor een smal herenhuis, waarvan de verf was afgebladderd. Ik liep naar boven, twee treden tegelijk. Op de overloop zat een papegaai die Herbert heette en die met krassende stem wilde weten of ik een asshole was. Ik sommeerde hem naar zijn eigen cloaca te kijken en opende de deur van een kamer. Er brandden vele theelichtjes, wat ik altijd een raar woord heb gevonden als er in velden of wegen geen theepot te bekennen valt. Daar dacht ik aan toen zij in mijn armen viel. Ze had wimpers die gemaakt waren om er vlinderkusjes mee te geven. Ze had de mooiste hielrimpeltjes ter wereld en haren die glansden als een vinylplaat van James Brown. Ik zou kunnen schrijven dat zij geurde naar bosanemoontjes. Maar ik weet niet hoe die eruitzien, laat staan hoe zij zouden ruiken. Ik zou kunnen schrijven dat ik aan perziken dacht toen ik de zachtheid gewaarwerd van de huid op haar dijen. De clichés uit cosmeticareclames leven. Zij stak het puntje van haar tong in mijn oor. Ik vroeg mij af of ik dat wel proper genoeg had gewassen en of het niet naar oorsmeer smaakte, of naar chloor. Een en ander werd woordeloos gadegeslagen door haar kat, die muisgrijs was en voorzien van één amberkleurig oog. Op de plaats van het andere zat een krater, wat in het halfduister niet eens zo griezelig leek als het gevoel door een huisdier te worden bekeken tijdens wat wij deden. Ik zou kunnen schrijven dat wij daarna geen sigaret rookten, vermits wij daar beiden jaren geleden mee gestopt zijn, wat wel zo handig blijkt nu er in restaurants niet meer mag worden opgestoken. Ik las haar voor uit de krant, haar mening vragend bij koppen als "Belg wordt almaar langer en dikker" en "Man van 92 schiet schoondochter dood". Zo groot was mijn verlangen mij met haar te verenigen, dat ik haar standpunt over al deze zaken wou weten. Zij begreep het verkeerd, vroeg of ik in haar aanwezigheid niets anders te doen had dan te lezen in die lamme krant. Ik zou kunnen schrijven dat zij de dochter was van Geert Lambert, hoewel ik niet weet of die een huwbare dochter bezit en als dat al zo is, of ik dan met haar zou willen slapen. Het blijft natuurlijk waar dat schoonheid op de vreemdste plekken sluimert. Ik zou kunnen schrijven dat ik vervolgens naar huis ben gegaan, en dat ik haar niet meer heb teruggezien. Ik zou kunnen schrijven dat ik straks met mijn dochtertje in het zwembad ga spelen. Ik zou kunnen schrijven dat het allemaal research is, of voldragen vruchten der fantasie. Beelden uit het verleden verweven met flarden van wat nog moet komen. Want de sterren, die zijn voor mij een open boek. U kunt dat geloven of niet - dat is nu eenmaal het spel dat wij spelen. Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders