In Vlaanderen is het beroep van psychotherapeut niet erkend. Iedereen die dat wenst, mag zich dus psychotherapeut noemen. Je hoeft er geen opleiding voor te hebben gekregen, (...) je moet er zelfs geen boek over hebben gelezen." Het is een onthutsende vaststelling: wie in geestelijke nood verkeert en onvoldoende geïnformeerd hulp zoekt, loopt het risico in ondeskundige handen terecht te komen. Om dat te vermijden, schreef Frank De FeverPak van mijn hart. Wegwijs in de psychotherapie. Niet alleen wil de VUB-docent en gedragstherapeut zijn sector overzichtelijker maken, ook licht hij aan de hand van concrete voorbeelden de verschillende therapieën toe: psychoanalyse, gedragstherapie, hypnotherapie en neurolinguïstische programmering. Het boek vermeldt ook de adressen van overkoepelende organisaties én, belangrijk, de geldende honoraria. Ten slotte geeft De Fever enkele wenken om het kaf van het koren te scheiden.
...

In Vlaanderen is het beroep van psychotherapeut niet erkend. Iedereen die dat wenst, mag zich dus psychotherapeut noemen. Je hoeft er geen opleiding voor te hebben gekregen, (...) je moet er zelfs geen boek over hebben gelezen." Het is een onthutsende vaststelling: wie in geestelijke nood verkeert en onvoldoende geïnformeerd hulp zoekt, loopt het risico in ondeskundige handen terecht te komen. Om dat te vermijden, schreef Frank De FeverPak van mijn hart. Wegwijs in de psychotherapie. Niet alleen wil de VUB-docent en gedragstherapeut zijn sector overzichtelijker maken, ook licht hij aan de hand van concrete voorbeelden de verschillende therapieën toe: psychoanalyse, gedragstherapie, hypnotherapie en neurolinguïstische programmering. Het boek vermeldt ook de adressen van overkoepelende organisaties én, belangrijk, de geldende honoraria. Ten slotte geeft De Fever enkele wenken om het kaf van het koren te scheiden. Frank De Fever bekent dat hij aan het begin van zijn carrière ook maar wat aanmodderde. Tijdens zijn opleiding had hij enkel theorie gekregen, en geen psychotherapeutische vaardigheden geleerd. Daarom volgde hij op eigen houtje bijkomende cursussen: client-centered therapy, die hem het belang van de relatie tussen de therapeut en de patiënt bijbracht, en gedragstherapie, die hij hoofdzakelijk toepast. Als dat nodig blijkt, doet De Fever ook een beroep op andere therapieën. Eerder verscheen van hem het boek Mijn kind is depressief. Wie mag zich pyschotherapeut noemen?Frank De Fever: Eerst moet je een licentie in de psychologie, psychiatrie of orthopedagogie behalen, en daarna je gedurende drie jaar bekwamen in een specifieke psychotherapie. Zelf doceer ik aan de VUB de cursus gedragstherapie. Andere therapieën worden niet aan de universiteit aangeleerd, maar door organisaties zoals de Vereniging voor client-centered psychotherapie. Maar in de praktijk kan iedereen naar eigen goeddunken psychotherapeut spelen.Na een hele periode van discussie is vorig jaar de beroepsgroep van psychologen erkend, maar die van psychotherapeuten niet. Dat betekent inderdaad dat om het even wie zich psychotherapeut mag noemen. Zo was er onlangs op een congres over alternatieve therapieën een spreker over neurolinguïstische programmering. Bleek dat de man van opleiding schrijnwerker was en zich via de betrokken vereniging had bijgeschoold. Dat vind ik dus gevaarlijk. Het is onbegrijpelijk dat zoiets in ons land is toegelaten. Stel dat je lichaam ziek is en er sleutelt iemand aan die daar niet voor is opgeleid. Onze geest is toch net zo belangrijk? En daar mag zowat iedereen zich mee bezighouden.Hebt u enig zicht op de schade die zo wordt aangericht?Uit onderzoek blijkt dat een therapie een tegengesteld effect kan hebben, dat de patiënt er met andere woorden slechter van wordt. Dat risico is reëel, ook bij goed opgeleide psychotherapeuten. Alleen is bij hen die kans heel klein. Wie verkeerd wordt aangepakt, kan ernstige trauma's oplopen. Zo gebeurt het regelmatig dat een patiënt verliefd wordt op zijn therapeut. Sommige therapeuten maken daar misbruik van. Ze beginnen een seksuele relatie met de zieke, waardoor die in een afhankelijkheidspositie terechtkomt. Terwijl het net de bedoeling is om de zelfstandigheid van de patiënt te vergroten, zodat hij zijn problemen zelf kan aanpakken. Dergelijke praktijken zijn medisch onverantwoord en ethisch onaanvaardbaar. Wie tijdens de therapie sympathie opvat voor zijn patiënt, moet die onverwijld doorverwijzen naar een collega.Wie heeft baat bij psychotherapie?Al wie een psychisch of relationeel probleem heeft, zich daar slecht bij voelt en zelf geen uitweg weet. Zo had ik een patiënte die het verschrikkelijk vond om een maaltijd te bereiden. Is dat erg? Ja, want als je verder luisterde, bleek dat een etentje voor vrienden voor haar een ware calvarietocht betekende, waar ze weken op voorhand over piekerde uit angst dat de gasten zich bekocht zouden voelen. In die mate dat ze op den duur geen mensen meer durfde uit te nodigen. Misschien moet zo iemand gewoon stoppen met koken. Maar stel dat die persoon haar sociaal leven belangrijk vindt en dat ze mensen wil blijven uitnodigen. Dan is het een goed idee om een psychotherapeut te raadplegen.Sommigen zullen dat aanstellerij vinden.Moet iemand met een verkoudheid naar een arts gaan? Sommigen zeggen van niet. Maar als de zieke vindt dat hij niet meer kan ademen en hoopt dat een medicijn verlichting brengt, dan is het zijn goed recht een dokter te raadplegen. Ik heb patiënten gehad van wie de partner niet wist dat ze kwamen. Alles wat met onze geest te maken heeft, ligt heel gevoelig: "Zullen de mensen niet denken dat ik gek of abnormaal ben?" Maar iedereen heeft weleens levensproblemen. En als je daar alleen geen uitweg voor vindt, waarom zou je dan geen deskundige raadplegen? Trouwens, uiteindelijk ben jij het nog altijd die de zaak oplost. In de psychotherapie volstaat een pilletje niet. De specialist kan hoogstens de juiste voorwaarden voor een oplossing creëren. De westerse cultuur is een ik-cultuur: we denken dat ons eigen ik alles alleen moet aankunnen. Een vreemde gedachte, want een mens wordt pas mens door met anderen samen te zijn. En door op hen een beroep te doen, indien nodig op een deskundige. We zijn er in het westen ook van overtuigd dat lichaam en geest gescheiden zijn. Voor het ene is er de arts, voor het andere de psycholoog. Kanker nemen we au sérieux, terwijl een depressie nog vaak als komedie wordt afgedaan. Maar in werkelijkheid werken lichaam en geest samen. Uit genetisch en biologisch onderzoek blijkt meer en meer dat psychisch-relationele problemen ook een organische component hebben. Daarbij gaat het niet om simpele verbanden - A veroorzaakt B -, maar om een complex samenspel van factoren. Neem nu een depressie. In zo'n geval zal ook het lichaam niet naar behoren functioneren. Alleen zal bij een depressie een medische ingreep niet volstaan. Er moet ook een psychotherapeutische interventie plaatsvinden.Bij de client-centered therapie worden erg hoge eisen gesteld aan de therapeut: echtheid, empathie, onvoorwaardelijk respect. Attitudes die niet iedereen gegeven zijn.Een goede relatie tussen de patiënt en de therapeut is inderdaad van fundamenteel belang. Zo had ik een patiënt met wie tijdens de eerste consultaties nauwelijks te praten viel. Tot hij zei: "Maar u geeft mij geen hand." Die man leed in extreme mate aan sociaal angstgedrag. Uit het feit dat ik hem geen hand gaf, leidde hij af dat ik hem geringschatte. Geen enkele therapie kan slagen zonder vertrouwen. Maar altijd echt en onvoorwaardelijk warm zijn is niet elke therapeut gegeven. Dat is een kwestie van zijn, en zo is niet iedereen, ook ik niet. Dus maak ik gebruik van een aantal vaardigheden. Client-centered therapie leert je die aan: hoe creëer ik de juiste voorwaarden voor een gunstige relatie met de patiënt? Is voor bepaalde klachten de ene therapie meer geschikt dan een andere? Heeft met andere woorden iemand met een depressie meer baat bij psychoanalyse dan bij gedragstherapie?Tot nu toe brengt geen enkel onderzoek daar duidelijkheid over. Belangrijk is wat de patiënt wil. Toch zijn er essentiële verschillen. Groeitherapieën moeten ervoor zorgen dat de patiënt zich beter in zijn vel voelt. Terwijl andere behandelingen een specifieke klacht zo snel mogelijk willen wegwerken. Iemand met een eenvoudige spinfobie zal waarschijnlijk het snelst geholpen zijn met gedragstherapie. Maar iemand die vindt dat zijn leven een chaos is en wil weten wie hij is, zou ik een andere weg voorstellen. Verder moet ook de werkwijze je aanspreken. Als je een bepaalde therapie maar onzin vindt, is de kans ook zeer klein dat je erdoor geholpen zal worden.Als je aan iemand met een spinfobie vertelt dat je hem zult opsluiten in een kamer met spinnen, slaat die persoon toch meteen op de vlucht.Mensen die thuis voor spinnen op de loop gaan, doen dat bij de therapeut niet. Heel verwonderlijk. Maar tijdens de therapie wordt zoiets voorbereid. We gaan eerst de klacht analyseren. Pas dan suggereert de therapeut dat flooding - blootstelling aan de angstaanjagende prikkel tot je er ongevoelig voor bent - een goede aanpak zou zijn en vraagt hij de patiënt of hij het daarmee eens is. Flooding kan ook in vitro, imaginair gebeuren. Dat is net zo doeltreffend als in vivo. Een van de kritieken op de gedragstherapie luidt dat de symptomen verdwijnen maar dat er niets aan de oorzaak is gedaan.De opvatting dat je de oorzaak moet wegnemen voor je iemand echt kan helpen, zit heel diep. Ook de psychoanalyse is die mening toegedaan: als iemand duimzuigt en je neemt de oorzaak niet weg, zal er symptoomsubstitutie plaatsvinden. Het kind zal bijvoorbeeld beginnen bedplassen. Uit onderzoek blijkt dat dat niet zo is. Wat wel gebeurt, is dat een patiënt die bijvoorbeeld nagelbijt, na een tijd het bijten laat maar wel bang is geworden om zich in een grote ruimte te bewegen. Dat is geen symptoomsubstitutie, maar betekent dat de gedragstherapeut de klacht onvoldoende heeft geëxploreerd. Had hij dat wel gedaan, dan was duidelijk geworden dat het nagelbijten maar een aspect is van een veel ruimere klacht: een gebrek aan zelfvertrouwen. En had de therapeut daaraan moeten werken.De biofeedback-methode leert dat je door concentratie je bloeddruk kan doen dalen. Waarom maakt de geneeskunde daar niet meer gebruik van?De techniek is niet nieuw, net als pijnbeheersing door hypnose, en kan ook gebruikt worden bij migraine, clusterhoofdpijn en maagklachten. Ze is wetenschappelijk ondersteund, en wordt in de gedragstherapie frequent gebruikt. Alleen moet je de biofeedback-methode aanleren, en daar zijn heel wat sessies voor nodig. Dan zijn medicijnen veel gemakkelijker. Bovendien heeft de techniek niet bij iedereen succes, in sommige gevallen worden de klachten zelfs erger.Moet je welstellend zijn om op een psychotherapeut een beroep te doen?Het is de realiteit, zo blijkt uit onderzoek, en dat is te betreuren. Psychotherapie mag geen statussymbool worden zoals een BMW of een breedbeeldtelevisie. Daarom pleit ik voor terugbetaling. Het is toch vreemd dat het ziekenfonds bijdraagt voor lichamelijke problemen, maar niet voor psychische, tenzij je een psychiater raadpleegt. Minderbedeelden kunnen in een Centrum voor geestelijke gezondheidszorg terecht. In Grimbergen vragen de therapeuten slechts 150 fr. voor een consultatie. Toch blijft het de vraag of we de kansarmen bereiken. Vaak hebben die mensen geen vertrouwen in de hulpverlening. De enige mogelijkheid is thuishulp via vrijwilligers uit hun milieu. We werken momenteel met studenten aan zo'n project. Vaak gaat het in psychotherapie om aandacht, luisteren. Zouden we niet beter opnieuw zelf leren luisteren naar elkaar?Inderdaad, maar wel op voorwaarde dat we dat op de juiste manier doen. Ik heb een patiënte gehad van wie de man aan de drank verslaafd was. De situatie thuis was onhoudbaar, de man sloeg zijn vrouw en kinderen. Die vrouw vroeg mij om haar te helpen beter naar haar man te luisteren. "Als hij 's avonds dronken thuiskomt, word ik kwaad, stuur ik hem verwijten en escaleert de zaak." Ze hoopte dat als ze empathischer kon luisteren, de toestand zou verbeteren. Dat vereist wat opleiding, die ik haar gegeven heb. Een tijd later is ze mij komen vertellen dat haar man niet meer dronk. Door het feit dat zij luisterde, was de situatie veranderd. Ook veel kankerpatiënten komen bij mij omdat hun omgeving niet naar hen luistert. Men wil wel, maar reageert ongepast. Zo kreeg een zieke van zijn vriend te horen dat hij er goed uitzag en wel gauw naar huis zou mogen. Die vriend meende het goed. Hij was alleen bang om over de nakende dood te spreken. Had hij dat wel gekund, dan was mijn tussenkomst niet nodig geweest. Het zou goed zijn dat iedereen de basisvaardigheden van de psychotherapie zou kennen. Pas op, ik pleit er helemaal niet voor om iedereen naar een psychotherapeut te sturen. Als je met je partner of een goede vriend over je problemen kunt praten, doe dat dan. Maar als dat niet lukt, is het jammer dat veel mensen de stap naar de therapeut niet durven zetten.Frank De Fever, Pak van mijn hart, Wegwijs in de psychotherapie. Houtekiet, 199 blz., 595 fr.Johanna Blommaert / Illustratie Kristina Ruell