Op zo'n 55 kilometer van Frankrijks grote trots, de wijnstad Bordeaux, ligt het schiereiland Ferret, dat aan de westkant het bassin scheidt van de oceaan. Het bassin zelf heeft zijn reputatie opgebouwd rond een vermaarde, wat glibberige substantie: hier denkt, praat en vooral eet men oesters. Het Mekka van de oesters is genesteld in een baai, elegant omarmd door een landtong, met op het uiterste punt het stadje Cap-Ferret.

Uitgegroeid tot het vakantieoord van vele Bordelezen heeft het stadje, dankzij een doordacht stratenplan en een rijke begroeiing, haar charme van klein vissersdorp weten te behouden - de rood-wit-gestreepte vuurtoren als eeuwig oriëntatiepunt voor bezoekers, een baken voor verloren zielen. Van hieruit vertrekken als sterrenstralen een zestal kleine wegen, afgezoomd met een dichte rij dennenbomen. Hier vlakbij heeft Laurent Duplantier op een spits uitlopend stuk grond, bijna onopgemerkt tussen de begroeiing, een houten compositie ingevoegd, met zwembad en een ruim terras.

Het architecturale gedeelte vervult ogenschijnlijk een bijrol, volledig in dienst van de groene omgeving en de wensen van de eigenaars, die bij het uitdenken en uittekenen van de plannen over de schouder van de architect meekeken.

De westkant van het perceel loopt parallel met de straat, en de gesloten gevel laat voorbijgangers vermoeden dat er achter die optische blokkade iets bijzonders moet zijn. De oostzijde, waar tuin en bos naadloos in elkaar overgaan, geeft een heel ander zicht: de grote, eveneens gehoekte gevel, is volledig van glas en biedt het gezin van binnenuit een open en groots uitzicht. Het koestert en versterkt de illusie alleen op een eiland te wonen. Een droom die zowat elke eigenaar van een vakantiewoning nastreeft, de zoektocht naar een eigen cocon waar hij zich kan afsluiten voor de buitenwereld.

"Dat klopt", beaamt de eigenaar. "Qua constructie staat onze woning in Bordeaux haaks op dit vakantiehuis. Hier houden we van dat cocongevoel, maar thuis willen we het leven en de sfeer van de stad zoveel mogelijk naar binnen laten, door een zo open mogelijke constructie met veel glas. Ik geef toe dat mijn leven thuis sterk bepaald wordt door mijn werk, ik vrees dat ik een beetje een workaholic ben. De stad is mijn leefruimte en ik hou ervan. Maar als ik naar Cap-Ferret kom, wil ik die drukte van me kunnen afzetten en met mijn gezin genieten van de rust. Onder ons, zonder pottenkijkers."

De buikige Fransman in de iets te krappe tennisshorts en gestreepte slobbertrui glimlacht, als om ons nog maar eens diets te maken dat hij geniet. Voor ons zit een tevreden man, zoveel is duidelijk. Op veertigjarige leeftijd het evenwicht gevonden tussen twee verschillende levens. Tussen twee verschillende woonstijlen.

Deze vakantiewoning roept tevredenheid op. Het is als het ware een levend bouwwerk dat voortvloeit uit zijn natuurlijke omgeving, een dialoog tussen binnen en buiten. Om deze uitwisseling te versterken, koos Duplantier voor de woning een langwerpige driehoeksvorm die de lijn van de trapeziumvormige grond volgt. De basisconstructie is opgetrokken uit grenenhout en afgewerkt met het oersterke hout van de Canadese rode ceder. De woning bestaat uit drie volumes, telkens aangepast aan een eigen functie. Functionaliteit en eenvoud: twee steeds terugkomende kenmerken van vakantiewoningen.

Op de begane grond zijn de eerste twee ruimtes verbonden door een volledig beglaasde overgangsruimte, die ook wel dienstdoet als inkomhal. Je glipt langs hier binnen als door een toevallig openstaand raam, opgewacht door een felgekleurde totem. Ook wel een beetje een symbolisch afschrikmiddel voor ongewenste bezoekers.

De oostzijde van het huis, die op de tuin uitkomt, is bijna volledig opengelaten. Aan deze kant komt de zon op achter een schilderachtig stukje bos. Van binnenuit wordt je blik omkaderd door grote ramen met gigantische schuifdeuren, die je toegang verlenen tot het terras met zwembad. Ook hier lopen woonruimte en tuin onopvallend in elkaar over. Dit bijna klassiek geworden idee van harmonie tussen natuur en woning wordt hier nog eens extra geaccentueerd door een spits in de tuin uitlopende overvleugeling van inox. Om de soms te felle zon te temperen, kan deze stalen constructie overspannen worden met een groot zeil.

"Bij het bouwen van deze woning waren de ligging en het plan van de bouwgrond dwingende elementen. Bovendien moest ik rekening houden met de leefwijze die de eigenaars erop na wilden houden. Het antwoord was deze woning: geen grenzen tussen interieur en exterieur. Het leven buiten, op het terras langs het zwembad, is minstens even belangrijk als binnen", verklaart de architect. De leefruimte moet je dan ook zien als één grote, allesomvattende omgeving met keuken, zithoek, eettafel, terras en zwembad. Zonder artificiële grenzen. De lichte, onopvallende inrichting, bedacht door binnenhuisarchitect Jean-Christian Licautard, heeft enkel maar als bedoeling kleine accenten aan te geven. In tegenstelling tot hun huis in Bordeaux is hier ook plaats voor speelsheid: je vindt er stapels stripverhalen - de eigenaar noemt zichzelf een beginnend verzamelaar - en allerlei objecten die naar de stripwereld verwijzen.

Het tweede, ingetogen deel ligt langs de straatkant en bestaat uit drie slaapkamers, een badkamer en een douche. Mooi en sober ingericht, maar vooral functioneel. Via een wenteltrap bereik je nog een apart, intiem kamertje met badkamer. Als een klein paviljoen torent het uit boven het adembenemend boslandschap. Bovendien wordt het omgeven door een enorm dakterras. Een plaats voor echte romantici.

Een beetje afzijdig staat, opgetrokken in hetzelfde materiaal, de garage, die door een houten muur verbonden wordt met het huis. De laatste beschutting die bijdraagt tot de intimiteit. De afsluiting van de buitenwereld is compleet.

Thomas Bouman / Foto's Sven Everaert