Ik bekijk met mijn dochters filmpjes op YouTube, waarin kinderen slijm maken met scheerzeep en lenzenvloeistof. Slijm is populair nu, maar wij hebben er weinig talent voor. Ons slijm plakt als naaktslakken die zich bij valavond in een kom bier met paarse glitters lieten lokken.
...

Ik bekijk met mijn dochters filmpjes op YouTube, waarin kinderen slijm maken met scheerzeep en lenzenvloeistof. Slijm is populair nu, maar wij hebben er weinig talent voor. Ons slijm plakt als naaktslakken die zich bij valavond in een kom bier met paarse glitters lieten lokken. Als we het slijm beu zijn, schakelen we over op filmpjes waarin stressballen worden opengesneden. Nog zo'n activiteit die beschavingen typeert op het toppunt van hun glorie. Je wil de mensen de kost niet geven die het brandende verlangen voelen te achterhalen wat er diep vanbinnen in een stressbal sluimert. Soms is dat zand, soms een soort gel die op snot lijkt. Het is obsceen en verlossend tegelijk om die inhoud naar buiten te zien gulpen. Zo ongeveer moet Jack the Ripper zich gevoeld hebben toen hij de ingewanden van zijn slachtoffers drapeerde op het nachtkastje. Thuis hebben we zelf ook een stressbal. Hij is knalgeel en kent maar één gelaatsuitdrukking: de verzaligde glimlach die je soms ziet bij dronken mensen. Onder zijn mond staat expliciet STRESS BALL. Wellicht wou de fabrikant zich daarmee indekken tegen processen, mocht iemand het ding per abuis in een tajine met kip verwerken. Eens reikte mijn jongste dochter mij de stressbal aan omdat ze vond dat ik er verdrietig uitzag. "Hier papa, dat zal helpen!" Ze is zo'n kind met voelhoorns die zich tot aan het einde van de wereld uitstrekken. Ik beloofde dat ze onze stressbal op een dag zal mogen opensnijden. Ik beloof ook al lang dat er een kat in huis komt, maar ik vind krabpalen zulke troosteloze meubelstukken. 's Avonds is het slijm opgedroogd en slapen de onschuldige zielen in hun grenenhouten bedjes. Aan de keukentafel lees ik een interview met Paul Verhaeghe. De hoogleraar psychologie heeft zopas een nieuw boek uit. De titel is Intimiteit, maar het gaat vooral over het om zich heen grijpend gebrek daaraan. "We hebben meer bedpartners dan ooit", aldus de professor: "Tinder-contacten met seks, maar zonder relatie. Het voorspelbare resultaat is dat velen alleen blijven. Daardoor neemt de behoefte aan contact (...) alleen maar toe. We willen vastgehouden worden, zodat we ons opnieuw beter in ons vel voelen. Wij zijn huidhongerig." Ik denk aan donkere nachten, als rusteloosheid uit de hoeken van de kamer komt gekropen. Ik denk aan knappe mensen uit mijn omgeving die zich door eenzaamheid gesloopt voelen. Het is makkelijker dan ooit om elkaar te ontmoeten. Toch liet de liefde zich niet eerder zo lastig verschalken. "'t Is een propere vent", zegden ze in de streek waar ik vandaan kom, in tijden dat gewassenheid bij mannen reeds tot aanbeveling strekte. "Hij moet nog maar een foute pull dragen," getuigt tegenwoordig een vrouw in het weekblad, "en het is voor mij al game over." Mijn grootvader vond zoiets de schuld van de weelde: "Dat soort gekheid hoorde je niet toen de bommenwerpers overvlogen." Mijn grootvader is dood nu. Soms droom ik van de Derde Wereldoorlog. Soms zou ik de liefde willen opensnijden, benieuwd naar wat eruit komt.