1. GEHEIME INGANG

Wat is het ? Houten kasten in een gang, waarachter ateliers, bureau- ruimtes én een tuin schuil gaan.
...

Wat is het ? Houten kasten in een gang, waarachter ateliers, bureau- ruimtes én een tuin schuil gaan. Wie woont er ? Kunstenaar Koen Van den Broek woont en werkt in dit industrieel pand. "Hout was het uitgangspunt voor dit project", zegt Koen Van den Broek. "Eerst wilde Tijl Vanmeirhaeghe van de Gentse Hanava Architecten overal zogenaamde 'steenwegeik' gebruiken. Daarmee bedoelt hij bomen die langs steenwegen groeien en die door het vele snoeien supergrillige patronen vertonen." Een goed idee, want dat materiaal past perfect bij Van den Broeks grootste inspiratiebron : het on-the-road-gevoel. "Alleen had de houthandelaar nog nooit van 'steenwegeik' gehoord." Het is dus geen eik geworden. Tijl gooide het dan maar over een totaal andere houten boeg. Hij bedacht een structuur met een centraal bedieningskanaal en aan weerszijden houten deuren. "Achter die symmetrische 'kasten' zitten alle ruimtes verborgen : atelier, kantoor, cinemazaal annex bibliotheek, leefruimte én patiotuin. Hout is de rode draad, zowel in de constructie als in de afwerking. Zelfs de verwarming draait op houtkachels." "Ik wou absoluut geen kille atelierruimte met een white box-gevoel, maar ook geen kneuterige chalet. Mensen die hier komen, zeggen weleens dat de ruimtes aanvoelen als een Japans paviljoen of een Amerikaanse houten shelter. Dat komt wellicht door de symmetrie die het geheel heel elegant maakt. Het ritme van de houten ribben komt terug, zowel horizontaal als verticaal en zowel in de witte ontvangstruimte als in de zwarte filmzaal. Daar gebruikten we berkenfineer, dat door een indiaan uit Washington 's winters op panelen wordt verlijmd - 's zomers maakt hij er kano's mee. Het materiaal doet heel erg 'David Lynch' aan, vind ik : je voelt zo de creepy sfeer van films als Inland Empire. In het kantoor staat een kast van Andrea Branzi waarvoor hij eveneens berkenhout gebruikte. Ik combineer de kast met meubilair van Jules Wabbes : een Belgische modernist die ook graag met prachtige houtsoorten werkte." Wat is het ? Een houten weekendwoning in de vorm van een zwevend paviljoen, in Wachtebeke. Wie woont er ? Christophe Delaey, een Gentse arts. "Bouw voor ons een iconische weekendwoning." Dat was de briefing die het Gentse architectenbureau GAFPA kreeg van Christophe Delaey. De architecten bedachten een zwevend paviljoen dat volledig naar de natuur is gekeerd. De woning keert letterlijk de rug naar de straatkant. "Het weekendhuis is de plek waar we ons terugtrekken met ons gezin. Een tikje egoïstisch misschien, maar we willen het voor onszelf houden. Vrienden of familie komen hier nauwelijks. Tijdens de week kom ik er een keer of twee alleen, meestal na mijn werk. Geen betere plek om even tot rust te komen", zegt Christophe. "Zowel voor de binnen- als de buitenafwerking is veel hout gebruikt. Behalve voor de vloeren, daar ligt een opgeschuurde chape. Aan de buitenkant zitten weersbestendige Kerto-Q-platen, die een stuk steviger zijn dan gewoon multiplex. De wanden en plafonds zijn gemaakt van massieve grenenhouten platen, die de constructie extra verstevigen. Alles staat in het teken van 'lichtheid'. Het gebouw steunt op betonnen keermuurprofielen. De vaste traveemaat van de houten draagkolommen komt overal in de woning terug : in de wandel-as langs de houten badkamer en slaapkamers, maar ook in de stalen constructie rond het terras. De stalen draaitrap in de keuken fungeert als een luchtige sculptuur. Hij komt uit op de mezzanine, waar wij slapen. Vandaaruit is het zicht op het natuurgebied en de Moervaart adembenemend. Uit de massiefhouten vloerplaat van de mezzanine is een halve cirkel gefreesd, waarin de trap perfect past. Die cirkelvorm komt ook terug in de open waterput in de smalle tuin tussen de twee bouwvolumes." Wat is het ? Keukenkasten die volledig zijn samengesteld uit gerecycleerde ramen. In het imposante keukenblok zitten niet alleen een koelkast en een vaatwasser, maar zelfs een toilet. Wie woont er ? Studio Boot, het aller-eerste grafisch bureau van Nederland. Een keuken gemaakt van deuren en ramen die gered werden van de houtverbranding. Weggegooide woningonderdelen uit de persoonlijke afvalcollectie van één persoon. Zo'n constructie kan alleen het werk zijn van de Nederlandse ontwerper en meester in recuperatie, Piet Hein Eek. "Inderdaad. Hij bouwde deze keuken voor ons", bevestigt Edwin Vollebergh van Studio Boot. "Eek haalde de stukken van overal, zelfs van zijn eigen huis, geloof ik. En er zitten ook een paar versleten ramen tussen van deze woning zelf." Grafisch bureau Studio Boot huist in een voormalige garage die op instorten stond en die door Edwin en zijn partner Petra volledig werd gerenoveerd. "Het 'keukenblok' is 21 meter lang en doet niet alleen dienst als opbergruimte, er zit naast een vaatwasser en koelkast ook een toilet in verborgen. De kasten zelf werden blauw gespoten, de kozijnen behielden hun versleten look. Hier en daar kun je er letterlijk doorheen kijken, en in het midden is een doorgang zodat je van het kantoor naar onze privéruimtes kunt lopen." Al in 1991 richtten Petra Janssens en Edwin Vollebergh een bureau op dat onder meer typografie voor affiches bedenkt. Misschien wel het meest besproken ontwerp van Studio Boot is een kraspostzegel voor Valentijnsdag, met een wegkrab-laagje waaronder een geheime boodschap zit. Maar helemaal beroemd werd het duo met het interieur van deze werkstudio in 's-Hertogenbosch, waar ze ook wonen. Dat haalde wereldwijd interieurmagazines zoals Elle Deco en Ideat.DOOR THIJS DEMEULEMEESTER & VEERLE HELSEN & FOTO'S TIM VAN DE VELDE