Hoe werkt die badkamerkraan nu weer? Hoe zet ik de tv aan? En waar hebben ze in godsnaam het toilet verstopt? Het zijn vragen die ik me wel vaker stel als ik in een designer-boetiekhotel word gelogeerd. Bij mijn allereerste bezoek aan de Blakes in Londen - de moeder van alle boetiekhotels, geopend in 1978 - vond ik zelfs de deur naar de badkamer niet. Alles was er zwart gelakt en glad. Geen deurknop te zien. Mooi, maar ik stond als een gek op alle muren te duwen want ik moest echt wel naar het toilet. En dat toilet in designhotels... In The Hotel on Rivington in New York had ik de indruk dat ik open en bloot op straat zat, en al verzekerde het personeel me dat je van buiten echt niets zag, ik heb me er nooit comfortabel gevoeld. In een ander hotel twijfelde ik even of de wc misschien geen conceptueel kunstwerk was, m...

Hoe werkt die badkamerkraan nu weer? Hoe zet ik de tv aan? En waar hebben ze in godsnaam het toilet verstopt? Het zijn vragen die ik me wel vaker stel als ik in een designer-boetiekhotel word gelogeerd. Bij mijn allereerste bezoek aan de Blakes in Londen - de moeder van alle boetiekhotels, geopend in 1978 - vond ik zelfs de deur naar de badkamer niet. Alles was er zwart gelakt en glad. Geen deurknop te zien. Mooi, maar ik stond als een gek op alle muren te duwen want ik moest echt wel naar het toilet. En dat toilet in designhotels... In The Hotel on Rivington in New York had ik de indruk dat ik open en bloot op straat zat, en al verzekerde het personeel me dat je van buiten echt niets zag, ik heb me er nooit comfortabel gevoeld. In een ander hotel twijfelde ik even of de wc misschien geen conceptueel kunstwerk was, maar ik vond niks anders wat op een toilet leek... In Murano Resort in Parijs hadden de kamers geen nummers maar namen, en in het holst van de nacht kon ik me niet meer herinneren of ik in Alicia dan wel in Alyzée of Armand sliep. Ik had ook geen sleutels, de deur opende met een duimafdruk, maar dat moest ik in die donkere gang wel tien keer proberen want mijn duim moest er helemaal juist op staan. En ook daar was alles zwart: van het toiletpapier tot de gordijnen tot de stenen badkuip die eigenlijk helemaal niet comfortabel was. Maar goed, wat je verliest aan comfort win je aan gestroomlijnd design. Een voorkeur voor de uiterlijke stroomlijn gemengd met wat pretentie lijkt een veel voorkomende kwaal bij boetiekhotels. Net als een gebrek aan licht. De lichten zijn altijd gedempt. En zelfs bij het ontbijt zit je al op een trendy stoeltje aan een veel te lage tafel in het schemerduister, met loungemuziek. Ha, wat verlang ik soms naar de vervallen glorie van een oud klassiek hotel - bij mij moet het vervallen zijn, want anders kan ik het niet betalen - met duidelijke lichtschakelaars, lusters in de gangen, sleutels op de deur en klassieke muziek in de liften. In het hotel van de toekomst zal waarschijnlijk geen receptie meer zijn, je gaat meteen naar je kamer die opent met een code die je op je smartphone ontving. Niemand draagt je koffer, er staan tenslotte wieltjes onder. De kamers worden kleiner en de kastruimte ook, want de nieuwe reiziger zit liever in de lobby en pakt nog zelden zijn koffer uit. Een goed bed is essentieel, een badkamer ook, een bureau om aan te werken wordt dat minder want daarvoor gebruikt hij/zij het business center. Ik hou van hotels omdat ze ons vertellen hoe ons leven verandert, en hoe we behandeld willen worden. In de tijden van hutkoffers, stoomboten en luxetreinen verbleven reizigers in paleizen met meer bedienden dan thuis. Iedereen was van adel, of zo leek het toch. Dat was met de democratisering van reizen natuurlijk niet vol te houden, en de nieuwe generatie zakenreizigers verkoos het gemak van een grote Amerikaanse keten. Hotels zagen er allemaal hetzelfde uit, maar dat was net het voordeel. Je voelde je er meteen thuis. Vandaag willen we weer iets anders. We willen persoonlijkheid, karakter, een 'ervaring'. We willen het comfort en de klasse van een klassiek hotel, maar niet de grootschaligheid en bijbehorende anonimiteit ervan. We willen de volledige hotel experience. Chip Conley, een van de meest succesvolle hoteliers in de VS, oprichter van de Joie de Vivre-keten, geeft elk van zijn hotels een andere identiteit. Zijn Phoenixhotel in San Francisco omschrijft hij als funky, oneerbiedig, avontuurlijk, cool en jong. Blijkt dat ook de klanten van dat hotel zich met die woorden beschrijven. Want wat Conley biedt, noemt hij identity refreshment. Een kans om opnieuw te ervaren wie je bent, om misschien wel een betere versie van jezelf te zijn. Een hotel als massatherapie. Hotelier en ex-Studio 54-oprichter Ian Schrager zegt het wat simpeler: Een hotel is een theater. Een achtergrond om te zijn wie je wil, en om plezier te maken. lene.kemps@knack.beLene KempsWat verlang ik soms naar de vervallen glorie van een oud hotel met duidelijke lichtschakelaars, lusters in de gangen, sleutels op de deur en klassieke muziek in de lift