hotelconciërge in brussel
...

hotelconciërge in brusselZakenlui hebben nooit tijd. De New Yorkse bankier voor me barst bijna uit zijn gestreepte Armani-pak. " What do you mean, no cab?" gilt hij vanachter zijn reflecterende zonnebril. Hij begrijpt maar niet dat de taxi in de ochtendspits staat. Jos (64), de doorgewinterde hoofdconciërge, snelt me te hulp. " We are terribly sorry sir, just a moment." Kwiek haast hij zich naar de kruiers, die op de Kaasmarkt beslag leggen op de eerste de beste taxi. "Komt hier al jaren. Klaagt telkens over de prijs en komt altijd terug", zegt Jos achteraf. Onder zijn zilvergrijze haren steekt veertig jaar ervaring en zowat de hele geschiedenis van Hotel Amigo, dat de deuren opende samen met die van Expo '58. De zon is nog maar net op, maar achter de Spaanse renaissancegevel van het vijfsterrenhotel is de werkdag begonnen. De kamermeisjes en obers hebben de handen vol, want de vroegste vogels stappen al om halfzeven uit de lift. Hun jachtige, licht paniekerige blik spreekt boekdelen: "Waar is de checkout? Hoe kom ik op de luchthaven?" Ze lijken net ongeleide projectielen. "Een zakenman moet de hele dag zelfverzekerdheid en zelfvertrouwen uitstralen", zegt Jos begrijpend. "Je mag dan wel in business class vliegen, in toprestaurants dineren en in limousines rondrijden, eenzaamheid knaagt aan iedereen." Een schoon mens, Monsieur Jos, een man die het met iedereen goed kan vinden. Nog voorzitter geweest van de Clefs d'Or, een exclusieve conciërgeclub, en onlangs benoemd tot Toeristisch Ambassadeur van Brussel. Over enkele weken gaat Jos met pensioen. Hij hoeft me niet te zeggen dat het afscheid hem zwaar valt. SpervuurIn de eetzaal zit een veertigtal gastro-enterologen te ontbijten. Over een halfuur brengt een bus hen naar het Congressenpaleis, voor een driedaagse bijeenkomst. Het hadden evengoed Ierse visfabrikanten, oud-studenten van de University of Utah of Europese functionarissen kunnen zijn, want Hotel Amigo heeft een curieuze gastenlijst. Aan de balie moeten de schoonmaaksters de nodige sleutels krijgen, hebben koeriers ontvangstbewijzen nodig voor hun pakjes en moeten de internationale kranten tijdig naar de 183 kamers. Routineklussen voor tussendoor, want de hotelgasten dicteren het ritme van de ochtendrush. Een Britse dame van het type dat jonge harten bekoort, wil op de valreep postkaarten sturen naar Catania. "Vakantievrienden", zegt ze. Ik haal de collectie zeldzame postzegels tevoorschijn en bevochtig de benodigde zegels zelf, want volgens Jos schuilt het verschil in de details. Als toemaatje stop ik haar een plattegrond van het Zuidstation toe en regelen we de betaling van de taxi. Komt de chauffeur tenminste niet op ideeën. Uit Parijs komt een zenuwachtig telefoontje: John, een Australische zakenman die pas rond de avond aankomt, wil morgen al om acht uur naar Londen sporen. Of we het treinticket kunnen klaarleggen in zijn kamer? "Geen probleem", bluf ik. "Ik zorg meteen voor de reservering en de betaling." Dat ik eerst nog een dagtrip naar Brugge moet organiseren voor een stel Japanners, houd ik wijselijk voor mezelf. Net als Jos Touring wil bellen om een e-mail van Zwitserse doorreistoeristen te beantwoorden, dient een oudere Duitse vrouw zich aan. Ze spreekt snel en struikelt over haar woorden. Haar portefeuille is onvindbaar en haar man weinig begripvol: " Wie hast du denn das gemacht?" vraagt hij kribbig. "Er zijn veel zakkenrollers in Brussel", verdedig ik haar. "Terwijl u om de hoek aangifte doet bij de politie, verwittigen wij de ambassade en vanavond is alles in orde." Hoe het echt afloopt is bijzaak, heeft Jos me ingeprent. Van een koffiepauze komt niets terecht. De vragen worden in steeds hoger tempo op me afgevuurd. Ik heb amper nagedacht over het ene verzoek of daar volgt het andere al: vliegtuigtickets naar Lyon, een huurauto voor een diamantair, een tandarts voor een onfortuinlijke Nederlander, waar hangen Magritte en Bruegel en een tafel voor twee in Aux Armes de Bruxelles, please, maar niet aan het raam! Bang om iets te vergeten, schrijf ik het allemaal neer in het logge conciërgeboek. Tegen de tijd dat een Amerikaanse zakenman me vraagt naar een inside-adres voor Belgische kant, ben ik de wanhoop nabij. "Staat hier soms 'Bijbel' geschreven?" wil ik hem toesnauwen, maar Jos raadt hem de Sint-Hubertusgalerij aan. "Ik moet er even tussenuit", puf ik, en ga op zoek naar de reanimatiekamer. LoslippighedenHalfeen. We leggen paraplu's klaar, want boven de Grote Markt hangen donkere wolken. Terwijl de kruiers af en aan rennen, keren zakenlui terug van hun afspraken. "Je zult het zien," zegt Jos, "over een halfuur staan ze hier terug, verfrist en in een ander pak."Over vragen naar de dichtstbijzijnde broodjeszaak of supermarkt verwondert hij zich niet meer: "Vroeger ging men uit eten, au cinéma, le cabaret, het kon niet op. Nu is het een bite to eat." Om een verzoek van een Amerikaanse miljardair in te willigen, huurde Jos ooit een helikopter: "Hij wou per se vijftig roze rozen bezorgen in Parijs. Binnen de twee uur, welteverstaan. Ik trilde toen ik hem de rekening gaf." Hij is zwijgzaam over de sterren die hij onder zijn hoede had: Louis Armstrong, Sophia Loren, Gilbert Bécaud, Edith Piaf op sloffen. Zijn beroepseer staat hem niet meer loslippigheden toe. Ondertussen waaien de lunchafspraken binnen. Jos gebiedt me een jonge Iraanse vrouw naar de bar te vergezellen. " Merci pour votre gentillesse", zegt ze op fluistertoon, de blik neergeslagen. Haar tafelgenoot heeft vertraging en ze is duidelijk onwennig in deze statige omgeving. "Een vrouw alleen in een café, dat hoort niet", zegt Jos. Vier Britse architecten hebben de lobby ingepalmd als vergaderruimte. Op de tafel ontvouwen ze het ene bouwplan na het andere. Hun geanimeerde discussie gaat gepaard met grootse gebaren en is bijna woordelijk te verstaan. Een paarsgeverfd en strak getailleerd besje laat zich echter niet verstoren. Ze blijft haast anderhalf uur lezen in haar roman, zonder ook maar één keer op te kijken.TandpastaMet de zakenlieden veilig en wel de deur uit, lossen de taxi's nu vooral toeristen. Ze zijn niet alleen stukken meer relaxed, hun vragen zijn minder doelgericht: "Welke zijn de leuke winkelbuurten?", "Kent u een intiem restaurant, niet te duur?" Het wordt al snel een onderhoudend spel om me in enkele ogenblikken een idee te vormen van hun voorkeur.Bij twee hippe dertigers uit Los Angeles volstaan hun designbrillen, modieuze sandalen en Wallpaper-tas om een route uit te stippelen: de ontwerpers in de Antoine Dansaert-straat, de designwinkels in de Marollen, het Horta-museum, ze zijn hen op het lijf geschreven. Jonge Brusselse kunstenaars? " Let me see", veins ik, en wijs het duo galerieën aan waarvan ik de binnenkant nog nooit gezien heb. Kan ik ervoor zorgen dat hun koffers uitgepakt worden? Jawel, en zichtbaar tevreden tjilpen de luxebeesten ervandoor. "Sommige mensen sparen lang voor hun verblijf", weet Jos. "Een conciërge is een stuk van hun droom, sloof je dus maar uit." Het net gearriveerde echtpaar uit Genève krijgt dan ook de volledige behandeling: " Good afternoon! How are you today?" vraag ik zo opgewekt mogelijk. Mijn tandpastareclame boekt geen succes: het tweetal staart me nors aan en zegt geen woord. Ik geef hen het stadsplan zonder de traditionele anekdote over de voormalige gevangenis of het Vlaams wandtapijt achter me. Als een vijfkoppige Californische familie de lobby binnenstrompelt, kreunen de kruiers haast onder het gewicht van de bagage. De tassen met souvenirs passen nauwelijks op de kar. Het vijftal ziet er vermoeid uit, maar staat na twintig minuten alweer voor mijn neus. Hun bermuda's, gympen en digitale camera's zeggen genoeg: het Atomium, het klank- en lichtspel op de Grote Markt, Manneke Pis, meer moet het niet zijn. "Gelukkig wilden ze geen kamer met zeezicht", lacht Jos. Even voor drieën vragen Zweedse jonggehuwden me om een avondwandeling langs trendy cafés. Ik lach, want aan de balie hebben de Scandinaviërs een reputatie terzake. " Enjoy your stay", kan ik nog amper uitbrengen. Tijd voor mijn eigen royal suite. Volgende week onthaalt Wim Denolf toeristen in Benidorm.Wim Denolf