Minder dan twee jaar na zijn dood bracht de Londense National Portrait Gallery zo'n 150 foto's van Horst P. Horst samen. Portretten uiteraard, want die hebben uiteindelijk voor zijn internationale roem gezorgd, al klinkt zijn naam niet altijd zo vertrouwd bij het grote publiek. Maar ook de bezoeker die nooit van de illustere Duitser heeft gehoord, zal meteen een aantal van deze portretten herkennen. En wie ze nooit eerder heeft gezien, wordt getroffen door de tijdloze elegantie en het klassieke evenwicht die ze uitstralen.
...

Minder dan twee jaar na zijn dood bracht de Londense National Portrait Gallery zo'n 150 foto's van Horst P. Horst samen. Portretten uiteraard, want die hebben uiteindelijk voor zijn internationale roem gezorgd, al klinkt zijn naam niet altijd zo vertrouwd bij het grote publiek. Maar ook de bezoeker die nooit van de illustere Duitser heeft gehoord, zal meteen een aantal van deze portretten herkennen. En wie ze nooit eerder heeft gezien, wordt getroffen door de tijdloze elegantie en het klassieke evenwicht die ze uitstralen. De titel van de tentoonstelling, Always in Vogue, verwijst naar de lange en excellente staat van dienst van de fotograaf, die als Horst Paul Albert Bohrman in 1906 in Duitsland geboren werd, als tweede zoon van een welgestelde handelaar. Pas bij zijn naturalisatie tot Amerikaans staatsburger in de jaren '40 ging hij zich Horst P. Horst noemen. Terwijl zijn vader zich hoofdzakelijk met de zaak bezighield, was zijn moeder dol op geschiedenis en de natuur en was ze een fanatiek verzamelaar van Meissen-porselein. Toch was de belangrijkste vrouw in het leven van de jonge Bohrman zijn tante Grete, wier huis altijd gevuld was met artiesten. Eén daarvan, Eva Weidemann, studeerde aan het Bauhaus zowel dans als theater en werd zijn eerste intieme vriendin, al was ze dan tien jaar ouder. Eva introduceerde hem in de kunstwereld, nam hem mee naar de opera en wijdde hem in de dansen van Isadora Duncan in. Beiden waren aanhangers van de schoonheid van het menselijk lichaam, die het best tot uiting kwam in de Nacktkultur, die dan weer het best beleefd kon worden bij het naakt zonnebaden. Vader Bohrman verwachtte van zijn zoon academisch vuurwerk, maar de studie van het Chinees werd al snel afgesloten en na een korte periode waarin de jongen in zijn vaders bedrijf meedraaide, koos hij voor een kunstzinniger richting en ging meubelkunst studeren aan de Kunstgewerbeschule in Hamburg. Na zijn studie solliciteerde hij bij Le Corbusier in Parijs en werd er aanvaard, maar ook die ervaring ging hem al snel vervelen. Toch zou die verhuizing een beslissende rol spelen in zijn jonge leven: Parijs fungeerde als een katalysator voor zijn artistieke belangstelling en hij leerde er Baron George Hoyningen-Huene kennen, een halfgod in de modefotografie die sinds 1926 de belangrijkste fotograaf was bij Vogue. De twee raakten bevriend en Huene introduceerde Bohrman, die hij inmiddels tot zijn assistent had gebombardeerd, in zijn kennissenkring. In de lente van 1931 kreeg Bohrman een voorstel om zelf bij Vogue een opleiding als fotograaf te volgen en zijn eerste foto's verschenen aan het einde van datzelfde jaar. De Duitser had zijn roeping gevonden en zou 60 jaar lang aanwezig blijven in de hoogste toppen van de modefotografie.Zeventig jaar na zijn debuut zijn de werken van Horst nog duidelijk te herkennen: sterk sculpturale composities met een donkere achtergrond waarop laag geplaatste spots voor enkele vlekken licht zorgen. Toen hij nog in Duitsland verbleef, was Horst al onder de indruk van de stijl van de English gentleman, die hij verpersoonlijkt zag in de figuur van de prins van Wales en later in die van de toneelauteur Noël Coward. Een stijl van ongenaakbaarheid en klasse, aangevuld met een wat afstandelijke houding, vaak op het theatrale af. Diezelfde klasse bracht hij nu door middel van nauwkeurige composities over op de foto, en daar waren zijn beroemde klanten behoorlijk van onder de indruk. Horst bewoog zich al snel in de hoogste kringen. Hij fotografeerde prinses Marina van Griekenland, voor wie hij een hele achtergrond ensceneerde, en later de prinses Karam van Kapurthala. De fotografie van Horst werd nu steeds vaker in Vogue afgedrukt en hij kon zelfs enkele maanden in New York aan de slag. Kort daarna leerde hij Coco Chanel kennen, van wie hij een paar schitterende portretten schoot. Wie de verzameling portretten in Londen overloopt, komt niet alleen onder de indruk van de grote aantallen beautiful people die voor zijn lens hebben geposeerd, maar vooral van de volgehouden strakke lijn, de klassieke verwijzingen en de gehele enscenering. In de zomer van 1935 introduceerde hij bovendien het gebruik van de handige Rolleiflex, zéér tot afgrijzen van Condé Nast, die zwoer bij de omslachtige studiocamera's. Alhoewel Horst toen en later een groot liefhebber van het gecontroleerde licht in de studio zou blijven, maakte hij met de Rolleiflex in die periode een paar snaphots, waaronder één merkwaardig, jongensachtig beeld van Katharine Hepburn. De foto toont haar in de rol van de heldin Sylvia Scarlett, die als jongen verkleed Frankrijk ontvlucht. Merkwaardig genoeg werd de film later op de korrel genomen door the legion of decency wegens de veronderstelde homoseksuele code die erin verborgen zat. In september 1935 was de roem van Horst zodanig dat hij een eerste kleurencover mocht maken voor Vogue, nadat Steichen drie jaar eerder de weg had geëffend. In diezelfde periode maakte hij heel sterke portretten van Lisa Fonssagrives, zijn favoriete model, die, net zoals hij jaren eerder had gedaan, het Louvre platliep om de poses van de figuren op schilderijen te bestuderen. In zijn bespreking van de tentoonstelling in The Independent heeft Kevin Jackson het dan ook over "the Bernini of the frock mags". Het klopt natuurlijk dat veel van de geportretteerden er wat versteend bij staan, niet het minst omdat de belichtingstijden toen een stuk langer uitvielen dan nu. Jackson spreekt ook van "a bit kitsch, but also a bit magnificent". We houden het op het laatste en wie de tijd neemt om de tentoonstelling te bezoeken, zal moeten toegeven dat hier een groot aantal klassieke juweeltjes werden bijeengebracht. De werken getuigen niet alleen van een groot vakmanschap, maar vooral van een nooit aflatend zoeken naar perfectie, een grote beheersing van de belichting en een voorliefde voor klassieke poses en onderwerpen. De vrouwen werden door Horst als haast onbereikbaar voorgesteld en, vaak letterlijk, op een piëdestal geplaatst. Een mooi voorbeeld is de statige pose van Lud uit 1938, waar ze een gedrappeerde japon van Alix (later Madame Grès) draagt maar dan wel op onnavolgbaar klassieke wijze. Horst, die homoseksueel was, noemde haar sensual and catlike en op haar manier bracht ze een kleine revolutie in de modefotografie teweeg. Ondanks de strakke poses was ze nooit koud of afstandelijk. Bovendien weigerde ze kleren te dragen waarin ze zich niet lekker voelde en gruwelde ze van juwelen. Jaren later, toen ze verliefd werd op een leeuwentemmer, zei ze het wereldje vaarwel en trok met een circus het land door. Ook het portret van Jessica Tandy, achterover leunend terwijl het licht klaterend op haar neervalt, is magnifiek. Na de oorlog, toen de vraag toenam om modellen in de vrije natuur, on the spot, in beeld te brengen, deemsterde het licht van Horst een beetje weg maar toen de studiofotografie in de jaren '80 opnieuw in de mode kwam, verscheen hij ongeschonden op het appel. Dat leverde nieuwe pareltjes op met als onderwerp prinses Stephanie van Monaco, Karl Lagerfeld, Diana Vreeland of Raoul Julia, die in de National Portrait Gallery broederlijk bij elkaar hangen. Interessant is dat niet enkel voor de studiofotografie gekozen werd. Tussen de portretten van statige elegantie en zeldzaam geworden glamour hangen spontanere opnames die buiten de studio werden geschoten, en ook dat levert boeiende resultaten op: de Amerikaanse schilder Cy Twombly achter het stuur van zijn auto, een pijprokende W.H. Auden of de musicus Olivier Messiaen in Parijs aan het werk. Horst Portraits - 60 years of style is te zien in The National Portrait Gallery, St Martin's Place, Londen (metro Leicester Square). Nog tot 3 juni, van zaterdag tot en met woensdag van 10 tot 18 uur, en op donderdag en vrijdag van 10 tot 21 uur. Toegangsprijs 5 pond. Info: Tel. +44-20-73 12 24 63 - www.npg.org.uk Op dezelfde locatie wordt ook nog een reeks fraaie portretten (onder andere Dylan Thomas) van Rollie McKenna getoond onder de titel Artists & Writers.Pierre Darge