Als psychiater in het Universitair Ziekenhuis van Gent werd professor Myriam Van Moffaert vaak geconfronteerd met vrouwen met klachten die elders vaak werden weggewuifd: van premenstruele problemen tot postnatale depressie. Daarnaast zag ze in haar eigen omgeving vriendinnen en collega's kampen met menopauzale ongemakken. Van Moffaert: "Ik vond het belangrijk dat vrouwen iets meer over die verschijnselen zouden weten. Ik was zwanger van ideeën, maar ze kwamen er niet uit. Ik voelde ook dat mijn invalshoek als psychiater een algemeen kader nodig had." Marleen Finoulst had als medisch journaliste de psychiater al verschillende keren geïnterviewd. Ze was zelf huisarts geweest en was dus de geknipte persoon om dat algemene kader te bieden.

In het boek komen thema's aan bod die ook in andere medische of seksuologische publicaties te vinden zijn (algemene informatie over de menstruele cyclus, de diverse anticonceptiemogelijkheden, fertiliteitsproblemen). Maar meer dan elders wordt hier gepeild naar de werking van hormonen bij die fenomenen en naar de psychische weerslag ervan. Er wordt ook uitvoerig ingegaan op het premenstrueel syndroom (PMS) en de menopauze. In dit vrij volledige overzicht over 's vrouws perikelen blijven wel de turbulente puberteitsjaren onderbelicht.

Wat zijn hormonen?

Marleen Finoulst: Hormonen - geslachtshormonen insuline, serotonine, adrenaline - zijn stoffen in je lichaam die maar in een heel kleine concentratie nodig zijn, maar die een enorm effect hebben. Ze zijn levensnoodzakelijk, zonder insuline ga je dood. In het boek hebben wij het over geslachtshormonen. Er zijn drie groepen: oestrogenen en progestagenen - de vrouwelijke-, en androgenen - de mannelijke. Het systeem is zeer complex. Vrouwen hebben ook het mannelijke hormoon testosteron, en mannen hebben ook vrouwelijke hormonen, maar in lagere dosissen.

Myriam Van Moffaert: Hormonen hebben doelorganen. Dat betekent bijvoorbeeld dat oestrogenen naar de baarmoeder moeten om daar de innestelling van het eitje voor te bereiden. Daarnaast werken oestrogenen ook in op andere delen van het lichaam: het beenderstelsel, de huid, de hersenen, enz. Wij waren vooral geïnteresseerd in de invloed op de hersenen en in mogelijke humeurschommelingen. "Humeur" interpreteren we in brede zin: slecht humeur maar ook euforie, prikkelbaarheid, agressie, assertiviteit...

Finoulst: Vrouwen maken verschillende fasen door: puberteit, menstruatiecycli, zwangerschap, menopauze, postmenopauze. Telkens gebeurt er iets met de geslachtshormonen. Je kan het effect daarvan bestuderen, ook het effect op het humeur. Bij mannen is die cyclus minder duidelijk, waarschijnlijk gaat het om een dagcyclus met dagschommelingen. Bij vrouwen zijn de cycli meer herkenbaar. We weten dat tijdens premenstruele dagen sommige vrouwen prikkelbaar zijn of het wat lastig hebben.

Hoever staat het wetenschappelijk onderzoek op dit gebied?

Van Moffaert: Endocrinologie, gynaecologie, andrologie, enz. hebben zich erover gebogen. Over de mathematiek en de onderlinge verhoudingen is er dus zeer veel bekend. Men weet welke oestrogeenwaarden normaal zijn. Maar over de invloed van oestrogeen op mentale processen is minder bekend. Als ik in volle menopauze oestrogeen neem, wat gebeurt er dan? Krijg ik meer libido? Verbetert mijn geheugen?

Het is ook niet zo makkelijk om de correlatie tussen hormoon en gedrag vast te stellen. In de hormoonspiegel van vrouwen die in hun premenstruele fase met borden gooien, zijn misschien maar minimale veranderingen waar te nemen. Of je dan zoals de meeste gynaecologen moet zeggen: "Mevrouw, ge kunt u toch een beetje inhouden", is een andere vraag. Hetzelfde geldt voor mannen: je zou kunnen denken dat verkrachters een zeer sterke testosteronprikkel hebben, maar dat is niet zo, ze hebben normale of zelfs lagere waarden.

Kan je zeggen dat het effect van hormonen op het gedrag individueel verschillend is? De ene vrouw heeft meer last van babyblues dan de andere?

Van Moffaert: Ja en nee. Iedere vrouw is anders. Anderzijds kent men de minimale en maximale waarden waartussen de hormoonspiegels in bepaalde fasen van het fertiele leven van de vrouw moeten liggen. Na een bevalling is er een totale hormoonherschikking, maar de minima en maxima daarvan zijn bekend.

Finoulst: Overigens wordt het gedrag niet alleen door hormonen bepaald. Ook de leefomstandigheden, de relatie met andere mensen, opvoeding, enz. spelen een rol. Zo blijkt dat wanneer de moeder klaagt over premenstruele ongemakken, de dochter dat later gewoonlijk ook zal doen.

Kan een vrouw in een mannelijke werkomgeving tegen haar collega's zeggen dat ze niet in vorm is wegens bijvoorbeeld menstruatiepijn?

Van Moffaert: Als het om mannen gaat die het ook zeggen als zij hoofdpijn hebben, waarom niet? In andere omstandigheden wordt dit type argumenten wellicht van tafel geveegd omdat ze "hormonaal gekleurd" zijn.

Is het niet idioot om dan in alle stilte te lijden?

Van Moffaert: We moeten de gulden middenweg zoeken. In een andere maatschappij kunnen vrouwen zich tijdens die dagen in een harem terugtrekken, maar kunnen ze anderzijds ook niet het vrije leven leiden dat wij gewoon zijn. Alles heeft een prijskaartje. De kans dat het tegen je gebruikt wordt, is veel groter dan de kans op medeleven. Op het werk zou ik er dus niet over praten. Thuis ligt dat anders. Het is belangrijk dat mannen niet laatdunkend doen. We vragen een beetje begrip, niet dat vrouwen gestigmatiseerd worden.

Ik moet toegeven dat ik een beetje bang ben dat het boek misbruikt zal worden. Als een werkgever dit leest, zou hij ertoe kunnen beslissen geen vrouw als product manager aan te nemen omdat vrouwen premenstrueel en postnataal totaal crazy zijn. Terwijl wij net weg willen van de mythe dat een vrouw geen gevechtspilote of hartchirurge kan worden omdat ze een opvlieger kan hebben. De eerste mannelijke patiënt die aan mij durft vragen of ik mijn regels heb, gaat eruit.

Kan blijven doorwerken de klachten niet verergeren?

Finoulst: Het is beter dat je wat gas terugneemt als je echt last hebt van je menstruatie. Maar dat is niet altijd mogelijk. Zeker na het werk kan je het wat kalmer aan doen: "Vandaag eten we lasagne uit de diepvries."

Van Moffaert: Als je behoefte hebt aan knusheid, warmte, een bouillonnetje of twee glaasjes Elixir d'Anvers, zoals mijn moeder zei, dan moet je toch proberen op je werk iets te vinden dat in die richting gaat. Iedereen heeft weleens een mindere dag. Na een emotionele teleurstelling moet je ook niet op de barricaden gaan staan. Ik vind dat het om zelfzorg gaat. Je moet rekening houden met je goede en je slechte dagen. Zonder te overdrijven. Sommige mensen gebruiken het als excuus. Sommige vrouwen zijn ziek aan hun vrouw-zijn.

Jullie schrijven dat vijf procent van de vrouwen aan een ernstige vorm van premenstrueel syndroom lijdt. Kunnen zij dan niet ten onrechte de kritiek krijgen dat ze zich laten gaan?

Van Moffaert: Er bestaan allerlei behandelingen - hormonaal, vitamines, antidepressiva - die het evenwicht helpen herstellen.

Finoulst: Daarnaast kunnen algemene adviezen ter harte worden genomen: niet te veel zout eten, koffie beperken, chocolade vermijden, voldoende slapen. Van heel wat producten, zoals vitaminepreparaten, is het niet wetenschappelijk aangetoond of ze echt helpen of dat het enkel om een placebo-effect gaat. Feit is dat sommige vrouwen er zich heel goed bij voelen.

Van Moffaert: De meeste antidepressiva beginnen pas na veertien dagen te werken. Voor ons als artsen rijst dan de vraag of wij een hele maand antidepressiva moeten voorschrijven voor een depressietje van drie dagen. Blijft het feit dat medicatie verlichting kan brengen. Zo is voor vrouwen die in de menopauze niet meer kunnen functioneren, de hormonale substitutietherapie een zegen. Voor andere vrouwen is dat overbodig en zou het gebruik ervan medicalisering betekenen. Menopauze is geen ziekte, ook al willen sommige gynaecologen ons dat doen geloven. De boodschap van ons boek is: medicatie en psychische hulpverlening als het nodig is, maar niet overdrijven. Anderzijds mag het probleem ook niet ontkend worden. Veel dokters zeggen dat het om ingebeelde klachten gaat.

Toch raden jullie alle vrouwen aan om gebruik te maken van substitutietherapie, terwijl er een verhoogd risico op borstkanker zou bestaan.

Finoulst: Dat staat er inderdaad, maar als je het boek als geheel bekijkt, is het genuanceerder. Als je ziet dat vanaf de menopauze het risico op een infarct of een botbreuk enorm stijgt omdat de hormoonhuishouding zo verandert, vind ik dat je daar rekening moet mee houden. Als een vrouw tot een risicogroep behoort omdat in haar familie vaak botontkalking voorkomt, moet dat in overweging worden genomen.

Van Moffaert: Herhaaldelijk je heup breken is ook niet niks. Dat is een overlijdensoorzaak bij vrouwen. Elke vrouw moet wikken en wegen. Is de menopauze hinderlijk? Welke risico's loop ik? Dan kan ze samen met een vertrouwde arts een kosten-batenanalyse maken. Een pil die enkel voordelen heeft en geen enkel nadeel bestaat niet.

Kan je niet beter op een andere manier proberen een hartinfarct te voorkomen? Door sport, beweging, dieet?

Van Moffaert: Oestrogenen zijn magnifique. Ze beschermen tegen een maagzweer, tegen een hartinfarct. Het zou jammer zijn zo'n middel te laten liggen als het voor het grijpen ligt. Het bezwaar dat vrouwen al heel hun leven de anticonceptiepil genomen hebben en daarna opnieuw kunnen gaan slikken, is eigenlijk een emotioneel argument. De vraag is of er een voordeel inzit. Wil je een infarct vermijden? Wil je langer leven, zonder fracturen? Vrouwen moeten weten wat ze willen. Je kan ook opwerpen dat menopauze een natuurlijk proces is. Maar verouderen is ook een natuurlijk proces en weet je hoeveel mensen momenteel een facelift laten uitvoeren?

In het boek is er ook sprake van vrouwen die verslaafd zijn aan operaties, ook aan gynaecologische ingrepen. Hoe zit dat met de verantwoordelijkheid van de arts?

Van Moffaert: Hoe meer gynaecologen er in België in een provincie zijn, hoe meer baarmoeders er zijn verwijderd. In sommige regio's heeft geen enkele vrouw boven de vijftig nog een baarmoeder. Waarom? Vaak zonder reden. Sommige gynaecologen zijn daar rijk van geworden. Als vrouwen met klachten komen, wordt er eerst een "cyste" uit het ovarium weggenomen. Later volgen "cyste" nummer twee en "cyste" nummer drie. Dit is een realiteit. Er zijn mensen die zich niet goed voelen in hun vel en een oplossing zoeken in het snijden. Er zijn ook mensen die zich niet goed voelen en een oplossing zoeken in drank, of in psychoanalyse.

Blijkbaar kunnen vrouwen bij hormoonsubstitutie kiezen of ze wel of niet blijven menstrueren. Waarom zouden vrouwen willen blijven bloeden?

Finoulst: Het gaat om pseudo-menstruaties. Wanneer je met hormoonsubstitutie begint, kan er in de overgangsfase onregelmatig bloedverlies optreden. Ofwel maak je dat bloedverlies regelmatig, ofwel laat je het stoppen.

Van Moffaert: De farmaceutische industrie maakt reclame met de slogan: to bleed or not to bleed. Er bestaan twee middelen en je kan kiezen of je wil bloeden of niet. Voor bepaalde vrouwen heeft bloedverlies een symbolische betekenis. Dat kan. Meestal zie je dat een vrouw tussen 45 en 59 jaar kiest voor een pil met bloeden en daarna zegt: "Nu is het genoeg geweest." Vind je het niet fantastisch dat een vrouw zich niet zomaar hoeft neer te leggen bij de natuur?

Toont dat niet juist het absurde van de medicalisering van vrouwenproblemen aan?

Van Moffaert: De huidige geneeskunde kan nu eenmaal vandaag dingen bijsturen die men vroeger moest aanvaarden. Twee homo's konden vroeger geen kindje hebben. Nu kan dat wel. Is dat goed? Is dat slecht? Een vrouw van 65 kan een baby hebben. Is dat niet rijkelijk laat? Ja, maar het is mogelijk.

In het hoofdstuk over onvruchtbaarheid manen jullie koppels aan wat vaker te vrijen. Onze grootouders zouden meer gevrijd hebben dan wij.

Van Moffaert: Met vrijen bedoelen we penetratie, ejaculatie. Uit een Nederlands onderzoek bleek dat jonge mensen minder geïnteresseerd zijn in seks. Je kan daar allerlei verklaringen voor zoeken: seks is minder taboe, er zijn tal van andere ontspanningsmogelijkheden, enz. Weet je dat er negen maanden na een elektriciteitspanne in een bepaalde regio in Engeland een piek in de nataliteit te zien was? Die mensen moeten gedacht hebben: "Het is donker, wát zouden we nu toch eens kunnen doen?"

Jullie conclusie luidt dat niet hormonen maar het brein uiteindelijk de grootste rol speelt.

Van Moffaert: Als ik aan een nonnetje van zeventig een product geef omdat ze wat vergeetachtig wordt, wat osteoporose heeft en last van een blaasontsteking, dan krijgt ze daardoor ook wat libido. Ze beslist zelf of ze gaat masturberen of niet.

De mens is het wezen dat het meeste impact heeft op zijn hormoonspiegels. Hoogst uitzonderlijk worden mensen werkelijk gestuurd door hun hormonen. Er zijn in Engeland een paar gevallen bekend van vrouwen die er na een misdrijf met mildere straffen vanaf kwamen omdat ze vanwege het premenstrueel syndroom minder toerekeningsvatbaar werden verklaard. Maar een totale sturing door hormonen aanvaard ik eigenlijk niet.

Jullie pleiten voor de slogan "Een slimme meid krijgt haar kind op tijd". Nu is de gemiddelde leeftijd waarop een vrouw haar eerste kind krijgt 27 jaar. Als dat 22 moet worden, hoe moet dat dan met haar professionele leven?

Finoulst: We willen alleen maar zeggen: hoe langer je wacht, hoe groter de kans dat je minder vruchtbaar bent. De problemen in verband met onvruchtbaarheid zijn groot. Als je er op tijd aan begint, kan je die dikwijls vermijden. Jammer genoeg volgt onze biologische niet onze maatschappelijke evolutie.

Van Moffaert: De problematiek moet opnieuw bekeken worden. Vroeger was alles in de maatschappij zo georganiseerd dat mannen hun legerdienst konden doen. Nu moeten er sociale faciliteiten komen zodat vrouwen kinderen kunnen krijgen zonder hun beroepsleven in het gedrang te brengen. Als het in Scandinavische landen kan, moet het hier ook kunnen. Maar de seksistische vooringenomenheid is groot. Een voorbeeld. Een cardiologe van 32 jaar met drie kinderen komt niet in aanmerking voor een job omdat haar kinderen roodvonk zouden kunnen krijgen, terwijl een man met dezelfde kwalificaties wel aanvaard wordt, ook al kan hij drie keer depressief worden of aan de drank zitten.

Myriam Van Moffaert en Marleen Finoulst, "Vrouwen, humeuren en hormonen", Houtekiet, 175 blz., 650 fr.

Johanna Blommaert / Illustratie Kristina Ruell/ Foto Lieve Blancquaert