11 september 2001. De dag dat collega's van elkaar afscheid namen met: hopelijk tot morgen. Dat vrienden en familie bezorgd belden met de onuitsprekelijke angst dat niets ooit nog zou zijn als voorheen.
...

11 september 2001. De dag dat collega's van elkaar afscheid namen met: hopelijk tot morgen. Dat vrienden en familie bezorgd belden met de onuitsprekelijke angst dat niets ooit nog zou zijn als voorheen. "Ik krijg bij het bekijken van het televisienieuws soms een terecht gevoel van hopeloosheid." Dat was een 'fout' antwoord in de peiling naar emotionele intelligentie tijdens de De Nationale Test op TV1, de zondag voor de ramp. In theorie zou een mens ertegen bestand moeten zijn, het zou je eigen leven niet mogen raken, al het slechte nieuws, alle haat en geweld. Maar je moet van arduin zijn om niet opstandig, woedend en zelfs wanhopig te worden. Het was dan ook mijn antwoord op die theoretische vraag, die zondag voor de feiten. Ja, ik word wanhopig. De jongste maanden overvalt mij dat gevoel meer en meer. De beelden van de doodsbange katholieke schoolmeisje van de Holy Cross in Belfast. Joden, moslims en hun achterban die als razende tijgers tegenover elkaar stonden in Durban, op en rond de VN-conferentie over racisme, die een pijnlijk einde kende. Beelden van dode kinderen in de Palestijnse gebieden en in Israël. De niet-aflatende clashes in de Balkan. Het felle verbale racisme op de Big Brother-website tegen een jongen die van zijn Marokkaanse vader een vreemde naam heeft gekregen. En dan het onvoorstelbare: vier gekaapte vliegtuigen die de Verenigde Staten treffen in hun zakelijke en politieke hart. Die in de States duizenden slachtoffers maken en over de hele wereld onnoemelijk veel mensen in diep verdriet en wezenloze angst onderdompelen. Mijn schoondochter van wie de ouders veilig en wel in het noordelijke Minneapolis wonen, zei me gisterenmiddag: "Het is net een van die vreselijke films met Bruce Willis. Can you believe this is real?" Ik schrijf dit de ochtend na de ramp, Amerika slaapt op dit moment of probeert het. Twee van onze drie medewerkers in New York heb ik bereikt. Ze zijn oké: Jacqueline Goossens en Jim Schilder. Van fotograaf Bart Michiels heb ik nog niets vernomen, maar ik neem aan dat die hard aan het werk is. De rest van de wereld vraagt zich af: wat komt er hierna? Onze kantoren liggen schuin tegenover het Navo-hoofdkwartier in Evere. Gisteravond werd ons gesuggereerd om hier niet langer dan nodig te blijven. Vanochtend werd elke auto die bij de Navo naar binnen reed streng gecontroleerd. Vannacht heb ik tot halftwee voor de televisie gezeten en geluisterd naar al die deskundigen die zo vreselijk hun best deden om de angst van de mensen weg te praten. Om potentiële haatgevoelens ook te temperen door redelijk te proberen uit te leggen dat 'terrorist', 'moslim' en 'Palestijn' niet altijd synoniemen zijn. Maar dat is een moeilijk verhaal, dat in normale tijden al nauwelijks over te brengen is. Ik denk aan vrienden in Tulkarem, Jenin en Aman. Gematigde, verstandige mensen die proberen de wanhoop te bestrijden en de uitzichtloosheid die hun leven beheerst. Die voor de zoveelste keer vereenzelvigd zullen worden met bruut, wreed, zinloos geweld - deze keer op wereldschaal gepleegd door fanatici. Met dansende kinderen op straat, oneindig herhaalde beelden. Ik denk aan Jennifer, mijn schoondochter, zij is Amerikaanse en joods. Ik begrijp en voel haar woede en verdriet. In haar plaats zou ik op dit moment zeker niet redelijk kunnen omgaan met de feiten. Sommige passagiers op de gekaapte vliegtuigen slaagden daar wel in: ze grepen naar hun gsm en belden informatie door naar familieleden en hulpdiensten. Het is heldhaftig om zo koelbloedig te handelen op het moment dat je de dood in de ogen kijkt en geterroriseerd wordt door kille schurken, die door gewetenloze leiders zo gek zijn gemaakt dat ze bereid zijn vele duizenden onschuldige mensen op de meest gruwelijke manier te verwoesten voor de goede zaak. In de hoop dat ze zelf als martelaar naar een soort paradijs zullen gaan. Er is geen ander paradijs dan dit leven. Als het al een paradijs zou zijn in deze tijden. TESSA VERMEIREN